Urban e-bikes 2020

8 eigentijdse, sportieve e-bikes getest

Stijlvol, cool, snel en zonder zweten naar je werk. Op een vederlichte fiets, die niet oogt als een e-bike maar er stiekem wel een is. Wij testen acht van die urban e-bikes: sportieve elektrische fietsen met weinig poespas maar wél 'connected' via een app.

Opmerking: de testresultaten van de Van Moof S3, te zien op bovenstaande foto, een urban e-bike van Nederlandse makelij zijn begin oktober te vinden op deze pagina. 

Testresultaten

In de tabel hieronder vind je de geteste urban e-bikes op volgorde van best tot minst presterend. Klik op de naam van de e-bike voor uitgebreide specificaties en de testresultaten.

Unisex e-bikes

Ondanks het ‘herenframe’ zijn deze fietsen unisex: deze lichte fietsen hebben de middenstang nodig voor voldoende stabiliteit tijdens het fietsen en stijfheid van het frame. Vandaar dat wij geen urban e-bikes met lage instap hebben getest.

Merk en model Score Opmerking
  Ampler Curt 7,5

TESTWINNAAR!

  Moustache Friday 28.1 7,5 TESTWINNAAR!
  Coboc Brooklyn 7,3

 

  Cowboy 2  7,2  
  Orbea Gain F40 6,8  
  Cooper E-disk 6,5  
  Sushi Maki M2 6,5  
  Geero Original-Classic "Vinyl" 4,6  
  Van Moof 
De restulaten van deze urban e-bike worden begin oktober toegevoegd
   

Toelichting score
10 = zeer goed
 8 = goed
 6  = redelijk
 4  = matig
 2  = slecht

Gewicht

Een rit per urban e-bike is in elk geval een fijn alternatief, vooral op droge dagen (daar komen we nog op). Op deze eigentijdse, sportieve elektrische fietsen snel je door de stad of over het platteland; met de haren in de wind op weg naar het werk of studie, de tas op de rug of aan de schouder (ook daar komen we nog op). Hoe verhoudt dit type elektrische fiets zich tot gewone e-bikes? Ten eerste valt op dat urban e-bikes verrassend licht zijn. Zo weegt de lichtste van het stel (Ampler Curt, 13,7 kg) amper de helft van een normale e-bike. Zelfs de zwaarste van het achttal (Moustache, 19 kg) is nog vele kilo’s lichter dan een regulier model (25 kg of meer).

Hierboven zie je hoeveel de geteste fietsen maximaal kunnen worden beladen (lichtblauwe balk). Dat is gewicht berijder (inclusief kleding) + gewicht eventuele bagage (en/of gewicht aanhanger). Zo kun je de Orbea met 136,4 kg beladen, en houd je bij de Cowboy 2 slechts 92,6 kg over.

Simpel uitgerust

Om zoveel mogelijk grammen te besparen zijn de fietsen wel érg simpel uitgerust. Je tas moet je bijvoorbeeld zelf dragen, want geen enkele fiets heeft een bagagedrager. Kettingkasten, jasbeschermers en voorvorkvering ontbreken eveneens, net als een standaard (m.u.v. Geero en Moustache). Comfort en gemak staan dus niet voorop. Ook tekenend: enkele fietsen hebben onvoldoende reflectie (Ampler) of zelfs helemaal geen verlichting (Coboc, Orbea, Geero). Die moet je dus zelf nog aanschaffen om in het donker legaal en veilig te kunnen fietsen. En alleen de Ampler en Cooper hebben spatborden. Verwacht ook meer onderhoud en schoonmaakwerkzaamheden door de blootgestelde kettingen, tenzij je je ritjes ­beperkt tot mooiweerdagen.

Minimalistisch, met veel techniek

Ondanks deze less is more-aanpak betaal je nog wel flink: tussen de € 999,- en € 2.999,- met een gemiddelde prijs van € 2.328,- . Met de Sushi (€ 999,-) als uitzondering zijn urban bikes dus zeker geen budgetfietsen. Achter hun minimalistische designs schuilt dan ook veel techniek. Zo hebben Ampler, Coboc, Cowboy en Orbea fraaie verlichting en/of een met ledlampjes aangegeven indicatie van het accupeil verwerkt in het frame. Ook de accu zit overal mooi ‘verborgen’, vaak in het frame in de onderbuis of zadelbuis. De Sushi heeft een iets simpeler oplossing: de accu is vermomd als ‘bidon’. En bij de Cooper zit de accu ín de achterwielmotor: een slimme twee in één combi. Deze motor doet ook aan ‘recuperatie’. Ga je bergafwaarts of trap je zonder ondersteuning? Dan laadt de accu (een klein beetje) op.

Connected fietsen

Door deze no-nonsense fietsen lijkt ook de achterwielmotor – de laatste jaren steeds zeldzamer – een comeback te maken. Alleen de Moustache heeft een Bosch middenmotor; de rest heeft allemaal een achterwielmotor. Voordelen: het biedt een meer natuurlijke fietservaring dan een voorwielmotor en – mits voldoende krachtig – goede ondersteuning heuvelopwaarts. De meeste modellen hebben een app waarmee je ‘communiceert’ met de fiets. Zo zie je op je telefoon bijvoorbeeld zowel je afgelegde route en afstand als de resterende actieradius en accucapaciteit. Bij Cowboy kun je de ondersteuningsstand alleen wisselen via de app, dat is wel weer onhandig. Desondanks voelt dit ‘connected’ fietsen als e-biken 2.0.

Actieradius

De actieradius is dan weer niet ‘2.0’ voor alle fietsen. Vooral de budgetbike van Sushi valt erg tegen: in de hoogste ondersteuningsstand haalt de Sushi nog niet eens 15 km. De Sushi heeft dan ook een erg kleine accu met capaciteit van slechts 125 Wh. Ook de Cooper (160 Wh; 33 km) en Orbea (248 Wh; 29 km) komen niet bepaald ver met hun eveneens kleine accu’s. De geteste fietsen met grotere accu’s (> 300 Wh) profiteren van hun lage gewicht. Dat is immers gunstig voor de actieradius: de Ampler en Moustache halen in de hoogste ondersteuningsstand meer dan 50 km en de Cowboy zelfs meer dan 70 km. Bij die Cowboy moet je zelf wel veel kracht leveren tijdens het fietsen. Een extra – hogere en krachtiger – ondersteuningsstand zou deze fiets niet misstaan.

Conclusie

Bijna alle urban e-bikes presteren lekker: twee merken krijgen eindoordeel ‘goed’, vijf merken ‘redelijk/goed’. De rijeigenschappen van deze lichte fietsen zijn prima. De in het frame verwerkte accu’s (goede gewichtsverdeling) en de stijve ‘herenframes’ zorgen bij de meeste fietsen voor een stabiele, stevig aanvoelende fiets. De meeste fietsen zijn ‘single speed’ - dus zonder versnellingen, maar dat is op vlakke ritten prima te doen. Kom je toch wat hellingen tegen onderweg, dan kies je voor de Moustache (10 versnellingen) of Orbea (9 versnellingen). Enige echte tegenvaller is het model van Geero, met als grootste minpunt de zwakke velgremmen die de remtest niet haalden. Dit model krijgt daarom een onvoldoende. De Moustache en Ampler raden we wél aan: deze fietsen halen dezelfde eindscore en zijn daarom gedeeld Testwinnaar. Ze kosten beide wel zo’n € 3.000,-: veel geld voor zo’n kale maar coole e-bike.

Hoe is er getest?

Dit achttal urban bikes werd uitgebreid getest. Zo werd beproefd of de remmen voldoen aan de Europese norm, werd de actieradius twee maal in de praktijk gemeten: namelijk in de hoogste en gemiddelde ondersteuningsstand.

De meer subjectieve eigenschappen van de fietsen werden getest in de praktijk door een groep zeer ervaren e-bikers op een heuvelachtig parcours. Denk daarbij aan comfort van zadel en rijhouding, ondersteuning van de motor, fietsen zonder ondersteuning, sturen, remmen, indien van toepassing schakelen tussen versnellingen en de stabiliteit van de e-bikes.

Verder werd de laadtijd van alle accu’s gemeten, en beoordeeld hoe gemakkelijk je de accu kunt laden. Tot slot werden alle fietsen geïnventariseerd op constructie en onderdelen, zoals aanwezigheid van verlichting, spatborden, reflectie etc. maar ook de functionaliteit en gebruiksgemak van een eventuele app.

Speciaal voor jou geselecteerd