ANWB Zeebodemroute

Nederland, Flevoland, Lelystad

Eeuwenlang leefde de gedachte om de Zuiderzee in te polderen, maar pas in 1918 werd dit plan uitgevoerd door ir. C. Lely (1854-1929). Er kwamen een dijk met sluizen tussen Noord-Holland en Friesland, vijf polders en een enorm zoetwaterreservoir. In 1986 werden de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland verenigd tot de twaalfde provincie van Nederland: Flevoland. De Zeebodemroute voert door de twee oudste polders, de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland.

Er zijn twee mogelijkheden om de route te rijden.

1. Met de pdf en een bijrijder

Print de pdf van de routebeschrijving van deze autoroute uit en neem deze mee.

Let op: in verband met de verkeersveiligheid is deze optie alleen geschikt voor het rijden van de route met een bijrijder die de route leest!

2. Met de gpx

De veiligste en handigste manier om deze autoroute te rijden is door gebruik te maken van een navigatieapparaat in de auto: met gesproken aanwijzingen en een ondersteuning van de dynamische kaart op het apparaat. Heb je een navigatieapparaat? Download dan de gpx en upload deze in jouw navigatieapparaat. Hoe je dat doet verschilt per merk en apparaat. Je kunt het beste kijken op de site van het betreffende merk voor een handleiding en/of voor de gegevens van de support-afdeling (als je er niet uitkomt!). Bijvoorbeeld: Garmin of TomTom.

N.B. Heb je een TomTom dan kun je ook gebruik maken van de ANWB autoroutes in de TomTom Roadtrips. Klik op ‘Laat je inspireren’ en selecteer daarin onder ‘gemaakt door’ en ‘partners’ de ‘ANWB’. Kies een route, klik op ‘personaliseer in my drive’ en klik onderaan de routebeschrijving op ‘synchroniseer deze route als een track op mijn systemen’.

 

Tot de aanleg van de Noordoostpolder werd in 1918 besloten door het aannemen van de Zuiderzeewet. Omdat de Wieringermeerpolder al in de Zuiderzee was aangelegd, nog voor de Afsluitdijk werd gesloten, was de Noordoostpolder strikt genomen de eerste IJsselmeerpolder. De polder viel officieel droog op 9 september 1942. De kersverse polder werd al snel een toevluchtsoord voor onderduikers, omdat de arbeiders waren vrijgesteld van de Arbeitseinsatz. Van de afkorting NOP (van NoordOostPolder) werd in die tijd gezegd dat die ook stond voor 'Nederlands Onderduikers Paradijs'. In totaal zouden er circa twintigduizend personen ondergedoken zijn geweest gedurende de oorlogsjaren.

Na de Tweede Wereldoorlog werd begonnen met de bouw van boerderijen, waarbij voor het eerst gebruik werd gemaakt van prefabbetonelementen. In 1947 begon de uitgifte van grond. De nieuwe boeren waren streng geselecteerd. Ze kwamen voornamelijk uit Friesland, Noord-Holland, en Zeeland.

Lelystad is genoemd naar dr. Ir. C. Lely, oud-Minister van Waterstaat. Samen met de gemeente Dronten vormt Lelystad de polder Oostelijk Flevoland. Deze polder, die deel uitmaakt van de Zuiderzeewerken, viel droog in 1957. Met de bouw van Lelystad werd in 1965 gestart. Twee jaar later vestigden er zich de eerste bewoners. Het is een moderne stad met ruim opgezette groene woonwijken.

Voorbeelden van moderne architectuur zijn het Centraal Station (Peter Kilsdonk) en het Stadhuis (Jan Hoogstad). De vorm van het stadhuisgebouw is afgeleid uit het rasterplan voor de stad. Het kantoorgedeelte heeft zes lagen en het bestuursgedeelte twee lagen. Daartussen ligt het publieksgedeelte met een opvallend hellend dak. Aan dit gebouw is door een jury die bestond uit onder meer Pierre Vago, Felix Candela en Kisho Kurokawa de Grande Prix toegekend. De Amazone op het Stadhuisplein is door de kunstenaar Arthur Spronk vervaardigd.

Batavialand is in de eerste plaats bekend om de reconstructie van het VOC- schip de Batavia uit 1628. Dit wereldberoemde schip is gedurende het hele jaar te bezichtigen, zowel individueel als met een rondleiding. Daarnaast zijn er diverse ambachtelijke werkplaatsen op de werf, zoals de zeilmakerij, de tuigerij en de beeldsnijderij waar ambachten uit de VOC-tijd herleven. Momenteel wordt het vlaggenschip van Michiel de Ruyter, De Zeven Provinciën nagebouwd (Oostvaardersdijk  01-13).

Tegenover de Bataviawerf wordt in het Nieuw Land Museum met films, dia’s, maquettes en vondsten het Zuiderzeeproject belicht. Het skelet van Swifterband, onderdeel van de collectie, behoort tot de oudste in West-Europa gevonden menselijke resten (Oostvaardersdijk 113).

Naast de Bataviawerf ligt Batavia Stad Fashion Outlet (Bataviaplein 60. Dag. 10-18 uur), een winkelcentrum dat is gebouwd in de vorm van een soort vestingstadje. In meer dan 60 winkels kun je profiteren van hoge kortingen op bekende merken, doordat fabrikanten hun voorlaatste collecties rechtstreeks aanbieden aan de consument. Ook zijn er verschillende horecagelegenheden.

Het landartobject De Man met Scarabee van de kunstenaar Rob Thalen staat verscholen tussen de werf en de straaltoren (137 m). Het kunstwerk brengt de betrekkelijkheid van tijd en ruimte in beeld en bestaat uit een serie dunne blauw-witte paaltjes en een sculptuur ‘man en wetenschap’. Aan de Swifterringweg staat een ander landartobject: het Observatorium Robert Morris bestaande uit een cirkelvormige houten omheining, aan de buitenzijde omgeven door een aarden wal. Tijdens seizoenwisselingen kan door viziervormige gaten de zonsopkomst worden geobserveerd.

Het Ketelbos en de Pleisterplas bij Kamperhoek vormen een 36 ha groot moeras- en plassengebied omzoomd met loofbos. Het gebied is aangelegd als pleisterplaats voor trekvogels, met name zang- en eendvogels. Door het overwegend natte landschap, dat naast open water ook rietlanden, eilandjes en bos bevat, strijken veel trekvogels in dit gebied neer. Door een natuurontwikkelingsproject is verlanding van het waterrijke deel tegengegaan en is het gebied nog beter ingericht voor specifieke soorten als libellen en amfibieën.

Nagele heeft alleen maar platte daken. Het was een studieobject van de architectengroep ‘De Groep van Acht’ (onder anderen Rietveld). De kerk is in gebruik als Museum Nagele (Ring 23). De permanente architectuurexpositie gaat in op de ontstaansgeschiedenis van Nagele en zijn unieke plaats in de architectuurgeschiedenis van Nederland.

Het voormalige eiland Schokland was eens samen met Urk één groot eiland. Toen het tussenliggende veengebied door de zee werd weggeslagen, bleven alleen de harde ‘bulten’ van keileem (mengsel van klei, zand en grind) over: Urk en Schokland. Schokland lag het laagst en moest door palen en stenen beveiligd worden. Tevergeefs, want in 1859 moesten de bewoners het eiland verlaten. Sinds de inpoldering zakt Schokland door de dalende grondwaterstand in.

Museum Schokland (Middelbuurt 3) bestaat uit een oud waterstaatskerkje en in Zuiderzeestijl opgetrokken bijgebouwen op een van de laatste drie woonterpen. De binnen- en buitenexposities geven een beeld van de geologie en archeologie van de Noordoostpolder, het ontstaan en vergaan van het eiland, het leven van de Schokkerbevolking en de drooglegging van de Noordoostpolder. Aansluitend kun je een bezoek brengen aan de Gesteentetuin in het Schokkerbos. De Gesteentetuin is een geologische tuin die ligt op een plek waar keileem aan de oppervlakte komt. In het bezoekerscentrum is nadere informatie te vinden over de gesteenten, de wordingsgeschiedenis van het gebied en over het Flevolandschap dat het Schokkerbos en de natuur op Schokland beheert (Kleileemweg 1).

Dit is de moderne hoofdplaats van de Noordoostpolder, waarvan de eerste steen gelegd werd in 1943. De voornaamste winkelpromenade is de Lange Nering die uitkomt op De Deel, het centrale plein. Al in een vroeg stadium van de planvorming werd besloten dat op het centrale plein van Emmeloord, in het hart van de polder, een hoge toren zou komen te staan. Deze toren zou moeten fungeren als baken, zichtbaar uit de verte en als symbool van de eenheid van de polder. Het mocht geen kerktoren worden, want geen van de kerken mocht over de ander domineren. Voor de watervoorziening van de polder was een watertoren noodzakelijk en zo ontstond het idee om deze ‘aan te kleden’ tot poldertoren. Op de 65 m hoge Poldertoren (1959) staat een vergulde windwijzer in de vorm van een koggenschip. In de toren hangt een carillon met 48 klokken.

Langs de dijk ten noorden van Urk ligt het kilometerslange Windpark IJsselmij. De wieken hebben een diameter van 25 meter.

Urk heeft een duizendjarige geschiedenis. Het is de enige plaats aan het IJsselmeer die ook de visserij op de Noordzee en ver daarbuiten bedrijft. De kottervloot behoort tot de modernste van West-Europa. Aan de binnen- en buitenhaven liggen de scheepswerven, rokerijen, fileerbedrijven en de visafslag. In de dorpskern staan enkele vissershuisjes. De zondag geldt in Urk als rustdag.

De Urkse cultuur en geschiedenis staan centraal in Museum het Oude Raadhuis (Wijk 2). Tot 1939 was Urk een eiland in de Zuiderzee en in het museum kun je dan ook een beeld krijgen van de wijze waarop de Urkers geleefd hebben.

De vuurtoren staat op het hoogste punt van het eiland en biedt een uniek uitzicht over Urk en het IJsselmeer. De vuurtoren is de enige langs het IJsselmeer en het Markermeer die de beschikking heeft over een draailicht (hierbij staat de lamp stil en draait de lens). Het anker achter de toren komt waarschijnlijk van de vloot van Michiel de Ruyter. In het eenvoudige kerkje aan de zee uit 1786, zijn enkele scheepsmodellen opgehangen.

Iets ten noorden van Urk ligt het Urkerbos. Een perceel van zo’n tweehonderd hectare groot, dat in het midden van de jaren vijftig is ontstaan. Het Urkerbos omzoomt een wijds keienveld, dat door kenners van archeologie als uniek in de wereld wordt beschouwd.

Het Ketelmeer is ernstig vervuild geraakt door zware metalen die de IJssel en de Rijn hebben aangevoerd. Daarom wordt het Ketelmeer gesaneerd. Het eiland in het meer is een baggerslibdepot. In een tijdsbestek van twintig jaar worden hier miljoenen kubieke meters zwaar vervuild slib in gestort.

De bouw van het dorp Dronten startte in 1960. De gemeente bestaat uit de kernen Dronten, Biddinghuizen en Swifterbant.

Van zonsopgang tot zonsondergang kunnen in Natuurpark Lelystad wisenten, elanden, wilde zwijnen en przewalskipaarden worden geobserveerd. In het park bevinden zich ook een nagebouwde prehistorische nederzetting, het scheepswrak De Zeehond en een bezoekerscentrum (Vlotgrasweg 11).

Dit Nationaal Luchtvaart-Themapark is in 2003 geopend (Pelikaanweg 50. Di.-zo. 10-17 uur). Het stationsgebouw van Schiphol van 1928, hangars en de verkeerstoren zijn nagebouwd. In het binnenmuseum is een grote expositieruimte van historische vliegtuigen en een filmtheater. Ook kun je mee met rondvluchten en ballonvaarten.