ANWB Noordwest Overijsselroute

Nederland, Overijssel, Meppel

De Noordwesthoek of de Kop van Overijssel is grotendeels een laagveengebied met prachtige meren. De kern wordt gevormd door de Beulaker en Belter Wijde met het dorp Giethoorn. Ook langs deze route: natuurreservaat De Weerribben bij Ossenzijl, de bossen van de Noordoostpolder en fraaie oude haven- en vissersdorpen zoals  Vollenhove, Zwartsluis en Blokzijl.

Er zijn twee mogelijkheden om de route te rijden.

1. Met de pdf en een bijrijder

Print de pdf van de routebeschrijving van deze autoroute uit en neem deze mee.

Let op: in verband met de verkeersveiligheid is deze optie alleen geschikt voor het rijden van de route met een bijrijder die de route leest!

2. Met de gpx

De veiligste en handigste manier om deze autoroute te rijden is door gebruik te maken van een navigatieapparaat in de auto: met gesproken aanwijzingen en een ondersteuning van de dynamische kaart op het apparaat. Heb je een navigatieapparaat? Download dan de gpx en upload deze in jouw navigatieapparaat. Hoe je dat doet verschilt per merk en apparaat. Je kunt het beste kijken op de site van het betreffende merk voor een handleiding en/of voor de gegevens van de support-afdeling (als je er niet uitkomt!). Bijvoorbeeld: Garmin of TomTom.

N.B. Heb je een TomTom dan kun je ook gebruik maken van de ANWB autoroutes in de TomTom Roadtrips. Klik op ‘Laat je inspireren’ en selecteer daarin onder ‘gemaakt door’ en ‘partners’ de ‘ANWB’. Kies een route, klik op ‘personaliseer in my drive’ en klik onderaan de routebeschrijving op ‘synchroniseer deze route als een track op mijn systemen’.

 

De Weerribben vormen één natuurgebied met de iets zuidelijker gelegen Wieden.

In de loop van vele eeuwen waren in dit moerassige gebied afgestorven planten samengeperst tot een dikke laag veen. Latere bewoners groeven het veen af waarbij ze zogenaamde petgaten uitstaken (in deze streek weren genoemd). Op smalle stroken land daartussen (de ribben) werd het veen gedroogd. In beide natuurgebieden is dat patroon van smalle ribben en langgerekte verveende sloten nog goed herkenbaar. In De Wieden werden de ribben soms door wind en golven weggeslagen en vormden zich op den duur grote plassen, zoals de Beulakerwijde.

De Weerribben en De Wieden zijn unieke moerasgebieden, waar zich alle stadia van verlanding voordoen.

De naam ‘Meppel’ kwam al in 1141 voor. Doordat Meppel via het Meppeler Diep verbonden was met de Zuiderzee bloeide al vroeg een intensief handelsverkeer met Holland op. In het oude centrum tref je de Hollandse invloeden uit die tijd nog aan. De Nederlands-hervormde kerk heeft een monumentale 15e-eeuwse toren, die voorzien is van een koepeltje uit 1827.

Kerkplein. Het Drukkerijmuseum Meppel behandelt de geschiedenis van het schrift; vanaf de oudste tekens die de oermens in steen kraste, tot de modernste, op het beeldscherm van een computer. Tevens worden er demonstraties gegeven van oude en hedendaagse productiemethoden (Kleine Oever 11. di.-za. 13-17 uur).

Het karakteristieke Staphorst dat met Rouveen één streekdorp vormt, bestaat hoofdzakelijk uit een lange straat met aan beide zijden schilderachtige, mooi gelegen boerderijen, soms wel twee of drie achter elkaar. Ruim 300 van deze boerderijen zijn beschermde monumenten. Van de bevolking is een klein deel de klederdracht trouw gebleven. In een fraai gerestaureerde boerderij met een authentieke inrichting zit Museum Staphorst. Naast een expositie van klederdrachten is er ook een in bedrijf zijnde handweverij te zien (Gemeenteweg 67).

Dit is een oud Hanze- en vestingstadje aan het Zwarte Water. Vooral langs de met linden beplante pittoreske grachten staan verschillende deftige 17e-eeuwse koopmanshuizen. De binnenstad is met zijn vele monumenten een beschermd stadsgezicht. Vermaard zijn de ‘Euifeesten’, de jaarlijkse hooifeesten die in de laatste week van de schoolvakantie (eind augustus) worden gehouden. Als dan 's avonds de feestverlichting wordt ontstoken, hebben vooral de grachten een speciale bekoring. Aan de Markt staat ook de Grote of St. Stephanuskerk, een laatgotische hallenkerk met een ingebouwde toren.

Het stadje, dat in 1275 stadsrechten verkreeg, verwierf bekendheid door de biezenhuisnijverheid. Zo werden er stoelen en biezenmatten gemaakt. Nu ook de kokosfabricage verdwenen is, richt de plaatselijke industrie zich voornamelijk op de productie van vaste vloerbedekking. De ontwikkeling van de tapijtindustrie wordt belicht in het Tapijtmuseum. Je krijgt een beeld hoe de biezen vroeger werden geoogst en verwerkt tot ronde matten en blokmatten. Maar ook aan de moderne productie van vloerbedekking wordt aandacht besteed. Klaas Benninkstraat 2. Open: mei - sep di. en za. 13.30 - 16.30 uur.

Als je Genemuiden op zondag bezoekt, dien je er rekening mee te houden dat het kerkelijk leven een belangrijke plaats inneemt. Het wordt door de bewoners dan ook op prijs gesteld wanneer bezoekers de zondagsrust eerbiedigen en zich in gedrag en kleding niet uitdagend opstellen.

 

Eens was Zwartsluis een belangrijke overslaghaven. De scheepswerven die zich in die tijd in Zwartsluis vestigden, bouwen en repareren tegenwoordig vooral jachten. Het stadje ligt aan de rand van een waterrijk natuurgebied met een boeiende flora en fauna. Natuurliefhebbers mogen een bezoek aan het Museum voor Natuur en Ambacht Schoonwelle niet missen (Museumlaan 2. Apr.-sept. di.-za. 10-17, zo. 13-17; okt.-mrt. di.-za. 10-17 uur).

Ten oosten van Vollenhove ligt het natuurreservaat De Wieden. Dit reservaat is eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. Het is een landschappelijk interessant plassengebied met een grote rijkdom aan planten en dieren.

In het bezoekerscentrum De Wieden bij St.-Jansklooster maak je kennis met dit gebied (Beulakerpad. Mei-aug. ma. 12-17, di.-zo. 10-17; apr., okt. di.-zo. 10-17; nov.-mrt. wo., za., zo. 12-16 uur).

De voormalige vissershaven van dit oude Zuiderzeestadje is tegenwoordig in gebruik als jachthaven. Rond het Kerkplein staan drie opvallende bouwwerken: een tweebeukige hallenkerk met losstaande klokkentoren, het aangrenzende oude raadhuis en de fraai gerestaureerde voormalige Latijnse school met trapgeveltje (nr. 15). In het raadhuis, dat voorzien is van een open Toscaanse zuilengaanderij en een bordes met het wapen van Vollenhove, is tegenwoordig een restaurant ondergebracht.

Het tuinencomplex Marxveld heeft vier stijltuinen die elk verbonden zijn met een periode uit de historie van Vollenhove (Bisschopsstraat 22). Het gerestaureerde Old Ruitenborgh is een deel van een oude havezate. In het bijbehorende park tref je twee ronde bakstenen torens en een slotgracht aan. Dit zijn de overblijfselen van het 16e-eeuwse kasteel Toutenburgh.

Het voormalige Zuiderzeestadje Blokzijl bezit vele fraaie koopmanshuizen rond de grote driehoekige Havenkolk, waar 's zomers hoofdzakelijk pleziervaartuigen liggen. Ook in de aan de Bierkade grenzende Kerkstraat (met zijn monumentale panden) en Brouwerstraat is te zien dat Blokzijl voorspoedige tijden heeft gekend. Dat was vooral in de gouden eeuw, toen het dorp bloeide als scheepvaartcentrum en handelsplaats. Met het Hoogwaterkanon aan de haven werden in de 19e eeuw schoten afgevuurd als er overstromingsgevaar dreigde, zodat de bevolking tijdig maatregelen kon treffen.

In de Orchideeënhoeve zijn op overdekte tuinbouwgrond duizenden soorten wilde orchideeën te bewonderen, waarvan meer dan honderd gekweekte soorten. De sfeer van het Verre Oosten proef je in de oriëntaalse siertuin (Oosterringweg 34. Ma.-za. 9-18, zo. 10-18 uur).

Het voormalige vestingstadje Kuinre lag evenals Blokzijl vroeger aan de Zuiderzee. In het Kuinderbos (Hopweg) liggen de resten van de Kuinderburcht. De slotgracht en de burchtheuvel zijn in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

Bij de ingang van het natuurreservaat De Weerribben ligt een bezoekerscentrum met een permanente expositie over de vervening, de rietcultuur en de moerasflora en -fauna (Hoogeweg 27. Apr.-okt. ma.-zo. 10-17; nov.-mrt. do. 10.16, zo. 12-16 uur).

Het dorp heeft een fotogeniek kerkje met een zeer oude ‘Noormannendeur’. Het interieur is door houten posten in drieën gedeeld. Op het kerkhofje ligt J.C. Bloem, een van Nederlands beroemdste dichters, begraven. Zijn grafschrift luidt: ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’.

De oorspronkelijke dijkgracht, stadswallen en bastions van deze oude vestingstad zijn gedeeltelijk bewaard gebleven. Een onderdeel van de stadsmuur was het aardige Swindermanpoortje. In het stadspark Ramswoerthe staat het in jugendstil opgetrokken voormalige woonhuis van Tromp Meesters, sinds 1919 in gebruik als gemeentehuis. In dit park bevindt zich ook een oorlogsmonument.

In een historisch pand is het Stadsmuseum Steenwijk ondergebracht. Bijzonder aardig in het museum is het kruidenierswinkeltje (Markt 64. Juli, aug. di.-za. 13.30-16.30- uur). De Boterwaag in de Waagstraat heeft een trapgevel uit 1642.

Het Kermis- en Circusmuseum doet door middel van kostuums, muziekinstrumenten, verschillende kermisattributen en een minicircus oude tijden herleven (Onnastraat 3. Di.-vr. 10-12, 13-16, za. 13-16 uur).

De eerste nederzetting in dit gebied werd in de 13e eeuw gesticht door vluchtelingen uit het Middellandse Zeegebied. Zij troffen hier horens van wilde geiten aan, die waarschijnlijk tijdens de St.-Elizabethsvloed waren omgekomen. Daarom noemden zij hun nieuwe woonplek Geytenhoren, dat daarna Geythorn werd en later Giethoorn. Het huidige dorp – met zijn grachten en vaarten, waarover pittoreske hoge bruggetjes zijn gebouwd – ontstond door het werk van de turfgravers. De vervening veroorzaakte de plassen en om het turf te vervoeren groef men verbindingskanaaltjes die Giethoorn in de 20e eeuw wereldberoemd hebben gemaakt. In de oude met riet gedekte boerderijen wonen niet alleen boeren-, maar ook talrijke kunstenaars en gepensioneerde voormalige stadsbewoners. Hoofdzakelijk langs het Binnenpad zijn aardige galerieën en musea te vinden.

In Museumboerderij 't Olde Maat Uus krijg je een beeld van het wonen en werken in Giethoorn in de 19e en 20e eeuw. Te zien zijn onder meer oude ambachten, gebruiksvoorwerpen en er is een paaltjasker (molen) te bezichtigen (Binnenpad 52. Ma.-za. 11-17, zo. 12-16 uur).

Het lange straatdorp Wanneperveen is een watersportcentrum in het Overijssels plassengebied. Het dorp kent een groot aantal oud-Saksische boerderijen met ‘kameel-ruggen-’. Ze kregen die bijnaam vanwege de oplopende noklijn.

Bij de Blauwe Hand, gelegen tussen de Beulaker Wijde en de Belter Wijde, is een concentratie van jachthavens en recreatie- en kampeerterreinen. Natuurliefhebbers vinden er varend tussen de rietkragen en groene oeverlanden een fraai gebied, waar tal van water- en moerasvogels huizen en zeldzame water- en moerasplanten groeien.