Oosterschengeroute

Nederland, Zeeland, Kattendijke

49
45
44
68
61
60
58
51
50
25
35
48
49

Een oude binnenstad met grachtenpanden, smalle straten en opmerkelijk veel winkels - wie Goes niet kent, zal verrast zijn. Aan de noordwestkant van de stad stroomde eeuwenlang het water van de Schenge, een zeearm die in de 19e eeuw werd afgedamd. Het gebied werd bedijkt en voornamelijk in gebruik genomen als akkerland. De bochtige Schenge vormt een overgang van brak naar zoet water. Het rietland met zijn lisdodden en biezen en de restan­ten van oude kreken is inmiddels een bijzonder rijk leefgebied voor lepelaars, aalscholvers, rietgorsen, kleine karekieten, kiekendieven, bergeenden en kieviten. Verder duiken ook het Veerse Meer en de Oosterschelde op langs deze route.

NB: tussen knooppunt 58 en 60 bevindt zich een landweg met kiezels, dit kan lastig fietsen zijn.

‘Winkelhart van Zuid-Beveland’ – zo profileert Goes zich. Het compacte stadshart herbergt inderdaad veel winkels, de meeste gevestigd in oude panden. Mooi is Goes vooral rond de oude haven en de Grote Markt. Bij zomers weer is dit ook dé plek om een pauze in te lassen op een van de vele terrasjes. Wie meer wil weten over de stad en de omgeving, stapt binnen bij de Historisch Museum de Bevelanden (Singelstraat 13, www.historischmuseumdebevelanden.nl, ma-vr 11-17, za-zo 13-17 uur).

Vanaf de Anthony Fokkerweg wijzen borden de weg naar het thuisstation van de Stoomtrein Goes-Borsele. Op dagen dat de stoomtrein rijdt, is het terrein de gehele dag geopend. U bent dan welkom in het tractiegebouw, waar de treinen worden onderhouden, en bij enkele historische gebouwen waar de sfeer uit de jaren dertig herleeft (Albert Plesmanweg 23, www.destoomtrein.nl, apr.-okt. wisselende dienstregeling).

Sommige plaatsnamen maken nieuwsgierig en dat geldt zeker voor ’s-Heerhendrikskinderen. Toch is de oorsprong goed te verklaren: rond het jaar 1200 stichtte ambachtsheer Hendrik van Schenge een nederzetting op een zandige rug. Ook begon hij met de bouw van een kerk. Maar helaas overleed hij voortijdig en moesten zijn kinderen het werk voortzetten. Oorspronkelijk heette de nederzetting dan ook ’s-Heer Hendrikskinderenkerke.

De Oosterschenge is een restant van de Schenge, een zeearm die het eiland Wolphaartsdijk scheidde van de rest van Zuid-Beveland. Via dit water voeren de schepen naar de haven van Goes. Nadat de geul in de 18e eeuw verzandde, zijn delen afgedamd en ingepolderd. Nu heeft de natuur het hier voor het zeggen.

Niet te missen is de merkwaardige smalle molen van Wolphaartsdijk. Het verhaal hierachter: in 1893 was er een conflict over de windrechten. De molenaar weigerde deze te betalen en de buurman weigerde een bos dat de wind belemmerde weg te halen. Daarop besloot de molenaar de molen met 10,5 m te verhogen door een nieuwe romp op de oude romp te plaatsen.

Achter de hoge dijk ligt een klein strandje dat bij zomers weer uitnodigt tot pootjebaden. Links ligt de Zandkreekdam, die in 1960 als tweede onderdeel van de Deltawerken werd voltooid. Aan de andere kant van de dam ligt het Veerse Meer met brak water, aan deze kant kabbelt het zoute water van de Oosterschelde.

Het Havenkanaal en de omliggende polder zijn aangelegd aan het begin van de 19e eeuw. Dat gebeurde door het omdijken van opgeslibde gronden. Het kanaal was nodig om, na het afdammen van de Schenge, Goes een nieuwe toegang tot de zee te geven. De sluis Het Sas vormt de verbinding tussen het kanaal en de Oosterschelde. Fietsend langs de Oosterschelde ziet u dat buitendijks nog steeds nieuw land ontstaat.