Nationaal Park Nieuw Land

Nederland, Flevoland

Flevoland is sinds eind 2018 een nieuw nationaal park rijker. Nationaal Park Nieuw Land omvat de Oostvaardersplassen, de Lepelaarplassen, het Markermeer en de Marker Wadden. Al deze gebieden zouden nooit hebben bestaan zonder de inpoldering van Flevoland, het grootste inpolderingsproject ter wereld. Hoewel de mens de eerste aanzet gaf, was het de natuur die zorgde voor unieke, soms on-Nederlandse landschappen. Stap op de fiets en ontdek de natuur van dit nieuwe land.

Tijdelijke routeomleiding
In verband met de werkzaamheden bij het Schateiland tot medio 2019 is knooppunt 54 tijdelijk vervallen, zie hieronder voor de alternatieve route.

20
06
93
97
98
68
64
59
74
52
53
54
55
56
66
67
24
23
20

 

In verband met de werkzaamheden bij het Schateiland tot medio 2019 is knooppunt 54 tijdelijk vervallen. Volg de ter plaatse aangegeven omleiding, of neem deze tijdelijke, alternatieve route. Deze route komt niet langs de Lepelaarsplassen, maar gaat wel even heen-en-weer naar het Bezoekerscentrum De Trekvogel (bij knooppunt 55). De route wordt dan iets korter (ca. 40 km) en de knooppunten zijn: 
20 - 06 - 93 - 97 - 98 - 68 - 64 - 59 - 74 - 58 - 57 - 56 - 55 - 56 - 66 - 67 - 24 - 23 - 20

Buitencentrum Oostvaardersplassen is de belangrijkste toegangspoort tot de unieke natuur van de Oostvaardersplassen, bekend van de bioscoophit De Nieuwe Wildernis. Hier, midden in de jongste provincie van Nederland, ligt een van de meest ongerepte natuurgebieden van Europa. Vanaf het terras van het buitencentrum kijk je uit over grote plassen, rietvlaktes en moerasbosjes – het oerlandschap van Nederland. Met wat geluk zweeft hoog in de lucht een zeearend met zijn felgele snavel en meer dan twee meter brede, diepgevingerde vleugels. Sinds 2006 broedt deze majestueuze roofvogel in de Oostvaardersplassen. Wandel ook naar een van de observatiehutten aan de rand van het droge gedeelte van de Oostvaardersplassen. Hier wacht een steppelandschap van internationale allure, waar trekvogels tot rust komen en grote kuddes konikpaarden, edelherten en heckrunderen het terrein openhouden.

Het grootste deel van de Oostvaardersplassen is afgesloten voor publiek, zodat de natuur hier ongestoord haar gang kan gaan. Zelf op safari gaan zit er dus helaas niet in. De natuur van dichtbij bekijken kan wel in het Oostvaardersveld. Bij de parkeerplaats starten verschillende wandelroutes die slingeren langs plassen, rietlanden, ruigtes en een drietal vogelkijkhutten – de Oostvaardersplassen in het klein dus. Ga op zoek naar blauwborst, kluut, lepelaar en zilverreiger, of naar edelherten die het Oostvaardersveld via een onderdoorgang in de spoordijk kunnen bereiken.

Grote grazers spotten? Klim dan net voorbij het viaduct langs het talud omhoog (er is geen pad). Bij observatiepunt Grote Praambult kijk je uit over de oneindige vlaktes van de Oostvaardersplassen. Verrekijker meenemen!

Na de inpoldering zijn in Zuidelijk Flevoland verschillende bossen aangeplant. Zo ook het Kotterbos, dat oorspronkelijk vooral uit snelgroeiende populieren, wilgen en essen bestond. Inmiddels ligt hier een gevarieerd bosgebied met open plekken, rietvelden, waterpartijen én een wandelboulevard. Eindpunt van dit wandelpad is een observatiepunt. In het bos zelf kun je reeën, vossen en hazen tegenkomen. Helaas laat een heel bijzondere bewoner zich slechts zelden zien: de bever. Alleen knaagsporen aan takken en stronken verraden zijn aanwezigheid.

Tijd voor een pauze? Parkeer de fiets dan bij Natuurbelevingcentrum De Oostvaarders. Dit markante gebouw, genoemd naar de zeevaarders die vroeger koers zetten naar de Oostzee, ligt als een scheepswrak tegen de rand van de dijk. Nieuwe fietsenergie opdoen kan in de gasterij op de begane grond. In de panoramazaal bevinden zich voldoende verrekijkers en zelfs een telescoop om op zoek te gaan naar de grazende kuddes wilde runderen, paarden en edelherten op de poldersteppe.

Net als de Oostvaardersplassen maken de Lepelaarplassen deel uit van het nieuwe Nationaal Park Nieuw Land. Het hart van het natuurgebied bestaat uit drie grotendeels met klei dichtgeslibde en opgevulde zandwinputten. Het is een waar vogelparadijs met meer dan tweehonderd vogelsoorten, waaronder ijsvogel, roerdomp, visarend en natuurlijk de lepelaar. Een kort wandelpad leidt naar een observatiehut bij de voorste put, met daarin een aalscholverkolonie. Aan de andere kant van het natuurgebied, in een deel genaamd Natte Graslanden, broeden weidevogels en eenden.

Voor meer informatie over de vogelwereld van de Lepelaarplassen stap je binnen bij Bezoekerscentrum De Trekvogel. Er staan opgezette exemplaren van vogels die rond de plassen leven en er wordt een film vertoond. Kijk ook buiten goed rond: dit is het oudste stukje van Zuidelijk Flevoland! Bij de drooglegging lag hier een werkeiland met een werkhaven, enkele huizen en een werkkeet annex dienstpension. De huizen zijn inmiddels vervangen, de keet uit 1964 fungeert nu als bezoekerscentrum.

Ook gemaal De Blocq van Kuffeler vlak naast het werkeiland is zo’n historisch icoon. Het grootste dieselgemaal van Nederland werd eind oktober 1967 voor het eerst aangezet om Zuidelijk Flevoland leeg te malen. Op 29 mei 1968 – zo’n zeven maanden later – was de klus geklaard. Het gemaal loost ook nu nog overtollig regenen kwelwater uit de polder in het Markermeer.

De plannen voor de inpoldering van de Zuiderzee zijn in de loop van de tijd diverse keren aangepast. Na de Noordoostpolder zou oorspronkelijk eerst de Markerwaard worden aangelegd. De Oostvaardersdijk (1959) moest de oostgrens worden van deze nieuwe polder. De dijk tussen Enkhuizen en Lelystad, nu de N302, was bedoeld als noordgrens. Uiteindelijk werd besloten toch eerst de kleinere en dus goedkopere Flevopolder aan te leggen. De plannen voor de Markerwaard werden steeds weer uitgesteld en in 2003 definitief geschrapt.

De Grote Plas, rechts van de dijk, stond niet gepland. Op tekening stond een industrieterrein, maar daar was kort na de inpoldering nog geen behoefte aan. Omdat diepe plassen bleven staan, werd besloten de natuur haar gang te laten gaan. Met vliegtuigjes werd riet ingezaaid, waarna pionierplanten en vogels al snel de weg wisten te vinden naar dit natte paradijs, dat de naam Oostvaardersplassen kreeg.Toen duidelijk werd hoe waardevol deze nieuwe natuur was, werd in 1975 een kade rond het moerasgebied gelegd. Deze kade vormt nu de grens tussen het natte en het droge gedeelte van de Oostvaardersplassen. Uitzichtpunten langs de dijk nodigen uit om af en toe van de fiets te stappen. Informatieborden helpen bij het herkennen van de vogels.

Links van de dijk kabbelt het water van het Markermeer. Watersporters maken er dankbaar gebruik van, maar de natuur kreeg het zwaar nadat dijken het meer aan alle kanten hadden ingesloten. Er kwam veel slib in het water, waardoor het bodemleven verdween en trekvogels hier geen voedsel meer konden vinden. De oplossing werd gevonden in de aanleg van de Marker Wadden, vijf eilanden die sinds maart 2016 voor de kust van Lelystad verrijzen. Door het opspuiten van het slib wordt het water helderder en krijgen waterplanten, vissen, schelpdieren én trekvogels de kans om terug te keren. Maar ook de mens wordt niet vergeten: op het hoofdeiland komen een jachthaven, een drijvend bezoekerscentrum, een speelvallei voor kinderen, een uitkijktoren en wandelpaden. Zo kan straks iedereen van de jongste aanwinst van Nationaal Park Nieuw Land genieten. Het hoofdeiland gaat in 2018 open voor publiek, het totale project zal in 2020 klaar zijn.

Bij 24 gaat de hoofdroute rechtsaf naar 23. Eventueel kun je hier de route verlengen (ruim 10 km extra) om een bezoek te brengen aan Museum Nieuw Land en enkele attracties rond de Bataviawerf in Lelystad. Fiets dan vanaf 24 naar 25–30–33 en na je bezoek via dezelfde route terug naar 24.

Ten noorden van knooppunt 24 begint Oostelijk Flevoland, dat vanaf 1950 is drooggelegd. De werkzaamheden startten met de aanleg van Werkeiland Lelystad midden in het IJsselmeer. Hiervandaan, en vanaf startpunten bij Elburg en Harderwijk, werden de ringdijken van de nieuwe polder aangelegd. Het werkeiland ligt nog altijd enkele meters hoger dan het omringende NP Nieuw Land Oostvaarderplassen, Lepelaarplassen, Markermeer en Marker Wadden – allemaal gebieden die door mensenhanden zijn gemaakt, maar inmiddels tot unieke natuurgebieden zijn uitgegroeid. Zo uniek dat ze in aanmerking komen voor de status van nationaal park. Het traject naar de officiële erkenning als nationaal park is ingezet. Een naam is er al: Nieuw Land. Grazende runderen, paarden en herten spelen een belangrijke rol bij het openhouden van het landschap land en is eenvoudig te herkennen (links van knooppunt 25). Ook de barakken en huizen van de eerste dijkwerkers staan er nog.

Nadat in september 1956 het laatste stukje van de dijk was gesloten, werden de vier dieselpompen van Gemaal Wortman aangezet. Negen maanden later viel de bodem van de nieuwe polder droog. Een reliëf op de zijgevel van het gemaal herinnert aan de inpoldering: een vrouw (de zee) staat een kind (het nieuwe land) af aan een man die vanaf nu de nieuwe polder zal gaan bewerken en bewonen. In zijn rechterhand houdt hij een dijk vast. De symbolen rondom staan voor de Zuiderzee.

Wandel voor een mooi uitzicht over het Markermeer een stukje de halfronde pier van de Bataviahaven op. Een paar kilometer buitengaats wordt gewerkt aan de Marker Wadden. De ligplaatsen in de haven zijn bedoeld voor charters en watersporters, in de restaurants en op terrasjes rond de haven is iedereen welkom.

Museum Nieuw Land is de ideale plek om meer te weten te komen over de geschiedenis van Flevoland. Een geschiedenis die vol verrassingen blijkt te zitten. Zo leefden er zesduizend jaar geleden, toen hier nog een veenmoeras lag, al mensen van de visvangst en de jacht. Natuurlijk is er ook volop aandacht voor de noeste polderwerkers en voor de honderden scheepswrakken die in de vroegere zeebodem zijn gevonden.

Ook bij de Bataviawerf draait alles om de scheepvaart. Aan de kade ligt de Batavia, een reconstructie van het VOC-schip uit 1628 dat al tijdens zijn eerste reis naar Indië schipbreuk leed, gevolgd door muiterij. Tijdens een rondleiding over het schip weten gidsen nog veel meer te vertellen over deze tragische gebeurtenissen en over het dagelijks leven aan boord. Op de werf werd in 1995 ook de kiel gelegd voor De 7 Provinciën, een 17e-eeuws oorlogsschip waarmee Michiel de Ruyter grote triomfen vierde. Neem tot slot een kijkje in de werkplaatsen op de werf.

Vanbuiten lijkt Batavia Stad Fashion Outlet wel wat op een vestingstad met poorten en muren. Vanbinnen is het een gezellig winkelcentrum met autovrije straten en winkels in historische bouwstijl. Al vanaf 2001 kunnen slimme shoppers hier terecht om tegen aantrekkelijke kortingen kleding en accessoires in te slaan. Inmiddels telt de fashion outlet 150 winkels, waar artikelen van 250 bekende modemerken te koop zijn.

Tien jaar lang vormde de Knardijk de zuidgrens van Oostelijk Flevoland.Na de aanleg van Zuidelijk Flevoland werd de Knardijk een binnendijk die moest voorkomen dat bij een dijkdoorbraak de hele Flevopolder onder water kwam te staan. De naam Knar komt van een ondiepte in het vroegere IJsselmeer

Rechts van de Knardijk gaat een wandelpad naar vogelkijkhut De Grauwe Gans, de oudste observatiehut aan de Oostvaardersplassen. Kans op aalscholver, blauwborst en beversporen!

Wil je meer weten over deze route?

In het NPO Radio 5 programma Thuis op 5 vertelt onze wandel- en fietsexpert Marieke Haafkens meer over deze fietsroute en wat er allemaal te zien is. Luister hier.