Test: 10 dashcams - Gebruikstips dashcams

Steeds vaker zie je ze hangen aan een voorruit: dashcams. Maar wat heb je eigenlijk aan zo’n camera? En welke is de beste? De Kampioen doet een test. Ga je een dashcam gebruiken? Lees dan eerst deze tips.

Dashcam test ANWB

Monteer je dashcam correct: achter de achteruitkijkspiegel, precies midden op de voorruit. Dan belemmert de camera je zicht zo min mogelijk en wordt het beeld zo min mogelijk vervormt.

Houd je ruiten goed schoon. Vieze ruiten leveren kwaliteitsverlies op, evenals vlekken in het beeld.

Controleer of de camera zichzelf uitschakelt zodra je de motor afzet. Dat doen de meeste dashcams automatisch. Blijft deze echter aan staan, dan kan de accu worden leeg getrokken.

Stel de hoek zo in dat er niet te veel lucht in beeld is. Een goede verhouding is 1/3 lucht en 2/3 weg: de horizon zit dan dus boven het midden.  

Verwijder de cam uit je auto met zeer hoge en lage temperaturen. De gemiddelde cam kan temperaturen aan van -10 tot 60 à 70 graden Celsius. Maar op een dashboard kan het in de volle zon tot wel 90 graden warm worden. Overigens is de cam verwijderen ook met oog op auto-inbraak geen slecht idee.

Voor motion detection koop je een permanente voedingskabel. Deze wordt aangeboden door de meeste dashcammerken, vooral door de specialisten.

Houd je dashboard leeg. Vooral lichtgekleurde spullen kunnen een zeer storende reflectie in het beeld opleveren. Vermijd ook de bungelende luchtverfrissers aan je achteruitkijkspiegel.

Gebruik je een polarisatiefilter? Verwijder deze in het donker van je dashcam:  zo’n filter vermindert de hoeveelheid licht in de lens.

Gebruik de juiste instellingen. Klinkt logisch, maar zorg dat de camera op de hoogste resolutie staat, de datum goed staat ingesteld en eventuele extra functies aan staan. Controleer ook of de GPS goed werkt, bijvoorbeeld door de GPS-files uit te lezen in de computer.

Lees ook de aankooptips voor een dashcam

Formatteer de geheugenkaart regelmatig, minimaal elke maand. (Na opslag van bestanden die je nodig hebt uiteraard.) Dat zorgt voor betere betrouwbaarheid van de beeldopslag.

Bekijk ook de beelden regelmatig, zeker als je een camera langere tijd gebruikt. Dan kun je controleren of de loop-functie goed blijft werken: de oudste beelden worden dan overschreven door de nieuwste filmpjes.

Oefen met de G-sensor. Deze is aanwezig in de meeste dashcams voor het opslaan van ‘noodfilmpjes’: wanneer deze sensor zeer grote G-krachten (bijv. bij een aanrijding) registreert, wordt er zo’n noodfilmpje opgeslagen in een aparte, niet-overschrijfbare map. Soms is de sensor zo gevoelig dat voor elke verkeersdrempel of hobbel een apart ‘noodfilmpje’ wordt opgeslagen. Stel de gevoeligheid dan wat lager in.

Maak geen te korte óf te lange filmpjes. Want vaak kun je de lengte van de filmpjes instellen. Wij vonden een lengte van 3 tot 5 minuten ideaal. Dan kun je beelden snel terugvinden, zonder dat je een wirwar aan te korte bestanden krijgt.

Gebruik je meerdere apparaten (navigatie, dashcam telefoonlader) koop dan een splitter. Plak je meerdere apparaten aan je voorruit, zorg dat je nog goed zicht hebt.

Filmpjes bekijken op de computer? Wij vonden de gratis VLC-speler het best. Daar kun je beelden met de E-toets ook frame voor frame bekijken: handig om een nummerbord goed te kunnen lezen.

Bekijk dashcams in de ANWB webwinkel 

Terug naar het overzicht