Dorpenroute

Nederland, Zeeland, Koudekerke

08
06
80
44
48
49
50
45
47
46
15
13
14
16
20
22
23
24
25
31
32
33
61
37
60
54
03
55
52
39
53
09
08

In Zeeland bepalen dijken het beeld, maar op Walcheren komen ze slechts sporadisch voor. Daar geven een smalle duinenrij langs de kust en zanderige kreekruggen en poel­gronden landinwaarts structuur aan het landschap. De kreekruggen waren de veiligste plek; daar was de wateroverlast beduidend minder. Bovendien kon men er aan akkerbouw doen en was er gemakkelijk zoet water naar boven te halen. De fietsroute volgt de kreekruggen, maar ook de lager gelegen poelgronden.

Voorbij Koudekerke ziet u restanten van de Atlantikwall, de verdedigingslinie van de Duitse bezetter. Walcheren was een belangrijke schakel in de linie, want vanaf de west- en zuidrand controleerden de Duitsers de Westerschelde en de haven van Antwerpen. Na de oorlog zijn veel bunkers opgeruimd, maar tussen Valkenisse en Vlissingen bleef een aantal bewaard.

Biggekerke is een ringdorp, net als Koudekerke, Meliskerke, Oostkapelle, Serooskerke, Gapinge en Grijpskerke. Deze dorpen ontstonden op een kreekrug bij een kruising van wegen. Bij de splitsing verrees een kerk en door de aanleg van een weggetje achterom kwam de ring tot stand. De kerkring is vaak onregelmatig van vorm. Rond de kerken van de ringdorpen liggen arbeidershuizen, winkels en ambachtsbedrijven. Aan de toevoerwegen naar de ring liggen boerderijen. De meeste Walcherse dorpen stammen uit de 12e eeuw en de kerkjes zijn vaak al oud. Zo ook het kerkje van Biggekerke, waarvan de toren en het koor van omstreeks 1400 dateren.

Voorbij Meliskerke fietst u door lager gelegen poelgronden. De Vliedbergen uit de 12e en 13e eeuw zijn opvallende elementen in dit landschap. Ze hadden vroeger vooral een strategische functie. De plaatselijke machthebber – doorgaans een rijke boer – kon vanaf een eenvoudig, goed verdedigbaar mottekasteel op de top de wijde omtrek overzien.

U passeert de oudste Zeeuwse badplaats, Domburg, en de daaraan grenzende smalle bosstrook van de Manteling met bijbehorende buitenverblijven en kastelen (waaronder Kasteel Westhove).

Oostkapelle was vroeger een klein agrarisch dorp, waar de boeren de landerijen hadden gepacht van de heren van de buitenverblijven. Nu is het veranderd in een badplaats, maar bij de kerk is het oorspronkelijke ringdorp bewaard gebleven. Aan de kerk valt de vreemde verhouding op tussen de grote gotische toren en het kleine eenbeukige schip. Ooit was het schip veel groter, maar na verwoesting door de troepen van Willem van Oranje (in 1572) werd het schip op veel kleinere schaal weer opgebouwd met stenen afkomstig van de verwoeste kerk.

Voorbij Serooskerke doorkruist u opnieuw lager gelegen poelgronden. De kleiige bodem stond elke winter blank. Dat duurde tot 1929, toen een krachtig gemaal in werking werd gesteld. Aan het hoogteverschil zijn deze poelgronden nauwelijks te herkennen; wel aan het grondgebruik, want hier overheersen weilanden.