Aansprakelijkheid schade: geparkeerde auto begint bijzondere manoeuvre (wegrijden) terwijl andere auto bezig is met zo’n manoeuvre (keren)

Vraag gesteld door lacune op 12 september 2017

Een kop-staart-botsing bij geringe snelheid, tussen twee auto's X en Y waarbij X vanuit een parkeervak (waarop X in tegengestelde rijrichting geparkeerd staat) al de weg ‘vooruit’ oprijdt op een moment dat auto Y duidelijk op diezelfde weg aan het keren is (achteruit rijdt) en Y die keerprocedure nog niet heeft voltooid.

Is X volledig aansprakelijk? of Y? of is het fifty-fifty?

a) Auto X die in de verkeerde richting langs doodlopende weg W tussen andere auto's geparkeerd staat, besluit aan het verkeer te gaan deelnemen door ‘vooruit’ uit zijn parkeervak weg W op te draaien (wat in meerdere opzichten een bijzondere manoeuvre is) als op dat moment auto Y al enige tijd ter hoogte van waar X geparkeerd staat in een ononderbroken, vloeiende beweging en ook duidelijk zichtbaar voor X, aan het keren is op diezelfde weg W (wat op zich ook een bijzondere manoeuvre is) en waarmee Y in dezelfde richting op weg W zijn rit wil vervolgen als de richting waarin X zijn rit wil beginnen.
b) De keerprocedure van Y bestaat er uit dat Y vanaf weg W, ter hoogte van waar X geparkeerd staat, een klein stukje, net voldoende om te keren, een doodlopend dwarsstraatje aan de andere kant van de weg inrijdt, vervolgens achteruit en de andere kant op draaiend weer weg W oprijdt om daarna vooruit rijdend zijn rit op weg W in omgekeerde richting te vervolgen.
c) De botsing ontstaat in de keerfase dat Y draaiend achteruit rijdt en vindt slechts luttele seconden plaats na het wegrijden van auto X, namelijk direct nadat auto X toeterend ‘vooruit’ uit de parkeerhaven en scherp draaiend de weg oprijdt – wat X wel scherp moet doen, aangezien er zowel direct voor X als direct achter X een auto geparkeerd staat.
d) De botsing vindt plaats als beide auto’s in elkaars verlengde en schuin op weg W staan. Er is alleen schade bij X, aan de voorkant van de auto ter hoogte van het midden van het nummerbord, want alleen daar hebben X en (de trekhaak van) Y elkaar geraakt.
e) X had hooguit 5 meter afgelegd vanaf de (parkeer)plaats waarvan X aan het verkeer begon deel te nemen c.q. begon te rijden en te toeteren toen de aanrijding plaatsvond.
f) X, buurtgenoot van Y, is volledig van de verkeerssituatie daar in hun beider woonwijk op de hoogte. Sta je daar goed langs doodlopende rondweg W geparkeerd, en anders dan X deed Y dat eerder 7 parkeerplaatsen verderop wel, dan moet je je rit, zoals Y ook deed, beginnen met te keren op weg W, anders kom je de woonwijk niet uit. Elke rit van een daar langs weg W (goed) geparkeerde auto begint met keren op weg W. Er wordt daar dus veel gekeerd. Keren is daar in dat opzicht dus allerminst een ‘bijzondere manoeuvre’.
g) X had vanuit het parkeervak steeds uitstekend zicht op de verrichtingen van auto Y tijdens het keren van Y. Schuin rechts opzij door de voorruit kon X goed zien wat Y deed, ook toen X zelf begon te rijden.

Antwoord van Annemieke

ANWB Expert

U heeft een vraag over de aansprakelijkheid in het geval van een aanrijding.

U beschrijft een situatie waarbij twee voertuigen bezig zijn met een bijzondere manouvre, namelijk wegrijden uit een parkeerplaats. Hierbij moet aan al het overige verkeer voorrang worden verleend.

Ontstaat een aanrijding dan is er in de meeste gevallen sprake van gedeelde aansprakelijkheid (50%-50%) Dat kan anders zijn als een van de voertuigen kan aantonen dat de bijzondere manouevre al was afgerond. Dan moet er aantoonbaar al enige tijd een andere beweging zijn ingezet, zoals rechtdoorrijden of stilstaan.

Informatie over het verhalen van schade na een aanrijding vindt u op onze website.