Stadskanaalroute

Nederland, Groningen, Stadskanaal

46
45
77
10
11
79
50
40
39
37
38
45
46

Op de grens tussen Groningen en Drenthe liggen de Groninger veenkoloniën. Oorspronkelijk lag hier het uitgestrekte Bourtanger moeras. Lange tijd was bewoning alleen mogelijk op enkele hoge zandruggen. Vanaf deze zandruggen werd vanaf de 12e eeuw het veen ontgonnen. Systematische en grootschalige ontginningen begonnen in 1600. Zo ontstond het strakke landschap van rechte wegen, lange kanalen, wijken (zijkanalen) en lintdorpen. Wijd is het uitzicht over de uitgestrekte velden, waar uitsluitend akkerbouw bedreven wordt. In de 19e eeuw ontwikkelde zich hier de aardappelmeelindustrie.

Let op: bij het naderen van knooppunt 79 gaat de route door een smalle doorgang met weinig zicht op tegenliggers!

Het reservaat De Veenhuizer­stukken bestaat uit de voormalige vloeivelden van een aardappelfa­briek. Hier loosde de fabriek zijn stinkende afvalwater, dat wonder­lijk genoeg een grote aantrekkings­kracht op vogels had. De bassins met hun slikkige bodem waren na­melijk zeer voedselrijk. Toen fa­briekssluitingen een eind aan die vogelweelde dreigden te maken, kocht Staatsbosbeheer in 1983 het voormalige vloeiveldencomplex aan. Het is nu een gebied met loofbos, hooilandjes, rietvelden en slikvelden. Aan de zuidoostzijde loopt een pad naar een vogelobservatie-hut.

Onstwedde is van oorsprong een esdorp. Het ligt op de overgang van het Westerwoldse landschap naar het veenkoloniale landschap. Rond 1900 werd begonnen met de ontginning van de woeste gronden in de omgeving.

Aan de opvallende gemetselde toren van de hervormde kerk van Onstwedde zit een legende verbonden. De overlevering wil dat in dit gebied zo’n 600 jaar geleden drie rijke zusters een losbandig leven leidden. Toen de pest het land teisterde, zagen ze daarin een straf voor hun zonden. Als teken van boetedoening bouwden ze elk een toren: de drie ‘juffertorens’ van Groningen, waarvan deze er één is.

Smeerling is een fraai, beschermd esgehucht. Het landschap heeft hier nog het oorspronkelijke, kleinschalige karakter. Het wordt gekenmerkt door monumentale boerderijen, houtwallen, akkertjes op de es en weilanden in het beekdal.

Natuurmonumenten laat in het Metbroekbos de natuur haar gang gaan. Als een boom sterft blijft hij gewoon staan. Spechten en holen­duiven broeden in zo’n dode boom. Mossen, insecten en paddenstoelen gebruiken het dode hout. De insec­ten trekken weer vogels aan. Kort­om: de natuur wordt rijker als de dode bomen achterblijven.

Het Mussel-Aa-kanaal is tussen 1911-1916 gegraven om de wateroverlast te bedwingen die ontstond door het verdwijnen van het Bourtanger moeras. Na de Tweede Wereldoorlog is het kanaal gesloten voor de scheepvaart en zijn de zeven sluizen verwijderd.

Kopstukken is een langgerekt streekdorp. De naam Kopstukken verwijst naar de ‘kop’ van het Mussel Aa-kanaal: stukken land aan de kop van het kanaal. Het dorp ontstond in de 19e eeuw. Het veengebied werd hier toen in ontginning gebracht wat veel nieuwe bewoners aantrok. In Kopstukken vestigden zich met name uit Duitsland afkomstige arbeiders. Deze brachten hun eigen geloof mee, zodat Kopstukken nog steeds een katholieke enclave is. Het dorp met nog geen 150 inwoners heeft een eigen rooms-katholieke kerk uit 1962 van architect J.A.A. Dresmé, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe van Lourdes.

Het dorp Mussel is een 19e-eeuwse randveenontginningsnederzetting. Het ligt op een zandrug, vanwaar het omliggende veen is ontgonnen.