Populierenroute

Nederland, Noord-Brabant, Best

70
19
36
35
69
67
68
31
53
23
52
51
30
41
17
11
12
13
14
70

Het eerste deel van de route gaat door het oorspronkelijke Brabantse hoevelandschap. Karakteristieke langgevelboerderijen liggen hier in een coulisselandschap met po­pulieren. Aan deze boom ontleent de fietsroute zijn naam. Voorbij Sint-Oedenrode wacht het dal van de Dommel dat hier nog tamelijk gaaf is. U komt langs beemden (laaggelegen hooilanden) en hoger gelegen bolle akkers met maïs en graan. Ten westen van de Dommel doorkruist de route een open, jong ontginningslandschap met veelal grootschalige agrarische bedrijven.

NB: de route gaat voor een klein deel over onverharde maar goed berijdbare paden.

In De Scheeken wisselen broekbossen en graslandjes elkaar af. Deze drassige laagten waren ongeschikt voor landbouw. Tussen 1920 en 1930 zijn in het kader van de werkverschaffing populierenbossen aangelegd. Tegenwoordig is het een beschermd landschap. Het loont de moeite hier en daar van de fiets te stappen en een zandpaadje in te slaan.

Het oudste gebouw van Sint-Oedenrode is Kasteel Henkenshage. Het oogt middeleeuws met zijn massieve muren en torens, maar slechts een klein deel dateert nog uit de 14e eeuw. De rest is er rond 1850 bijgebouwd, toen middeleeuwse sprookjeskastelen bij de welgestelden in de mode waren.

Na het oversteken van de A50 gaat de route door het dal van de Dommel. Links bevinden zich hoger gelegen zandgronden, rechts liggen drassige hooilanden (beemden). Samen met het in de verte liggende moeras De Moerkuilen maakt dit landschap deel uit van het landschapsreservaat Dommelbeemden.

Vroeger is hier veenmoer gevormd in de komvormige laagte van een in de ijstijd ontstaan stuifduin (waar de fietsroute overheen loopt). Het veen is sinds de middeleeuwen afgegraven om te dienen als brandstof. De plas die overbleef is nu 's zomers één groot tapijt van gele plomp, met aan de oevers blauwe zegge. Op een informatiepaneel van Staatsbosbeheer vind je meer bijzonderheden.

Het Vresselse Bos is begin vorige eeuw aangeplant op een rug van stuifzand. Midden in het bos ligt het vennencomplex De Hazeputten. Dit waren ooit uitgestorven laagtes binnen het vroegere stuifzandgebied. Later zijn ze met voedselarm regenwater ondergelopen. Er groeit onder meer veenmos en dopheide.

Voorbij Son en Breugel passeert de route de bossen en heidevelden van de Sonse Heide, een restant van het woeste landschap van voor de ontginningen. Daarachter liggen de ontginningsbossen van De Nieuwe Heide, met heidevelden en enkele vennen.

Batadorp is genoemd naar de Tsjechische familie Bata, die rond 1934 een schoenenfabriek begon met arbeiderswoningen erbij. De gebouwen zijn nu industrieel erfgoed.

Het gehucht Straten is een typische nederzetting van het Brabantse hoevelandschap. Langs de weg vind je zonder moeite drie opvallend gave langgevelboerderijen achter elkaar. De St.-Antoniuskapel vormt het centrum van dit gehucht.

In De Mortelen lijkt de tijd sinds het einde van de 19e eeuw stil te hebben gestaan. Te midden van ruilverkavelingen heeft dit karakteristieke Brabantse hoevelandschap zijn kleinschaligheid behouden. Om de velden en akkers liggen houtwallen van van els, wilg en haagbeuk. Op kleine ‘bolle’ ruisen de halmen van graan en maïs. Verspreid over het gebied liggen bossen. ’s Zomers vind je hier kamperfoelie en bosviooltje.