Klompenlandschap in de Meierij

Nederland, Noord-Brabant, Sint-Oedenrode

52
31
68
67
69
35
34
55
54
53
52
60
21
91
63
62
81
01
92
93
24
25
26
68
23
52

In het hart van Noord-Brabant, tussen ’s-Hertogenbosch en Eindhoven, ligt de Meierij. Het is een boerenlandschap dat vooral opvalt door de eindeloze rijen met populieren. Ze staan hier dankzij het eeuwenoude voorpootrecht, waardoor boeren langs de wegen bomen mochten planten. Het hout werd vooral gebruikt voor het maken van klompen. Dwars door dit landschap kronkelt het riviertje de Dommel, dat diverse keren opduikt tijdens deze route. De talrijke wegkapellen en de Lourdesgrot zijn verwijzingen naar het katholieke verleden van de Meierij.

Fietsen langs landschapselementen

Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op de website Leestekens van het Landschap kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

• Ga vanaf de parkeerplaats bij Natuurpoort de Vresselse Hut rechtsaf via de Vresselweg. Ga op de kruising rechtdoor naar knooppunt 52.

• Fiets naar 31-68-67-69-35-34-55-54-53-52-60 (i.p.v. 20)-21-91-63-62-81-01-92.

• Fiets vanaf knooppunt 92 richting 93. Let op: voorbij het viaduct van de A50 zijn er langdurige werkzaamheden op het bedrijventerrein. Hierdoor kan de fietsroute geblokkeerd zijn of ontbreken er bordjes. De veiligste optie: volg vanaf het viaduct het fietspad langs de weg, en dan na 300 m bocht naar links (Corridor; routebordje negeren). Dit fietspad komt uit bij een grote rotonde. Ga hier rechtsaf (Corsica). Vervolgens na 650 rechtsaf (Biezendijk) tot aan 93.

• Fiets verder naar 24-25-26-68-23 en richting 52. Sla aan het einde van het Hei-eind op de Vresselseweg linksaf en fiets terug naar Natuurpoort de Vresselse Hut.

Het slingerende riviertje de Dommel herinnert aan het middeleeuwse landschap: hooilanden op de drassige oevers, boerderijen en akkertjes langs de rand van het beekdal en uitgestrekte heidevelden op de hoge zandgronden. Vanwege de vele overstromingen is de Dommel in de loop van de eeuwen grotendeels rechtgetrokken. Zo kon het water sneller worden afgevoerd. Nu is de oude situatie hersteld en krijgt het riviertje weer volop de ruimte om te meanderen.

In Sint-Oedenrode, aan het einde van de Eerschotsestraat, komt de Dommel weer in beeld. Vlak voor de brug gaat links een wandelpad naar een drie meter grote klomp. Het monument verwijst naar de vele klompenmakerijen die het dorp in het dorp in de 19e en begin 20e eeuw telde. Ook was er een Vakschool voor de Klompenmakerij, waar het ambacht aan de volgende generaties werd doorgegeven.

Kasteel Henkenshage oogt als een sprookjeskasteel dat je eerder in de Efteling zou verwachten. Het huidige uiterlijk is dan ook het resultaat van een grondige verbouwing tussen 1850 en 1860, toen de middeleeuwse romantische bouwstijl erg populair was. Vóór die tijd stond hier een sober omgracht kasteeltje met slechts één verdieping. Het werd waarschijnlijk begin 14e eeuw gebouwd en was een van de vele ‘slotjes’ (versterkte edelmanswoningen) in deze omgeving.

Eindeloze rijen populieren markeren de wegen in de Meierij. De bomen zijn vooral aangeplant voor de klompenindustrie: populieren groeien snel en het hout laat zich goed bewerken. In eerste instantie waren het vooral boeren die met het maken van klompen hun karige inkomen aanvulden, later verschenen er ook klompenfabrieken.

De meeste klompenfabrieken zijn inmiddels verdwenen, maar in Liempde worden nog altijd volop houten schoenen gemaakt bij Klompenfabriek Traa (fiets van knooppunt 53 naar 56, dan rechtdoor naar Kapelstraat 9). Het familiebedrijf startte in 1928, toen alles nog met de hand gebeurde. Daarna namen machines het werk over.

Overal langs de route duiken ze op: kleine veldkapellen, gewijd aan een katholieke heilige. In de kapel van Kasteren wordt Antonius Abt geëerd, de beschermheilige van de boeren en het vee. Al in de middeleeuwen stond hier een eenvoudige kapel, maar die verdween toen na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) het protestantisme de staatsgodsdienst werd. In 1794 werd de kapel in hout herbouwd. Het huidige stenen gebouwtje dateert van 2002.

Ook langs de Hulst staan de bermen weer vol met bomen. Dat is te danken aan het voorpootrecht dat vanaf de 15e eeuw door de hertog van Brabant en andere landheren werd ingesteld. Het betekende dat een boer op de openbare grond vóór zijn perceel (doorgaans de berm van de weg) bomen mocht planten en rooien. Daarmee wilde de hertog onder meer de ontbossing terugdringen. Het voorpootrecht was ‘eeuwigdurend’ en staat nog altijd in het wetboek. Soms is het recht afgekocht of teruggegeven aan de gemeente. Op andere plekken heeft een grondeigenaar nu nog steeds het recht om bomen of struiken in de berm van de openbare weg te planten – dit is uniek voor de Meierij!

Een bijzondere vorm van het pootrecht is het overpootrecht. Daarbij mag een landeigenaar aan beide zijden van de weg bomen planten. Het hout mag hij vervolgens voor eigen gebruik kappen. Tegelijk is hij wel verantwoordelijk voor het onderhoud en eventueel snoeien van de bomen.

Omstreeks 1925 telde Schijndel nog 64 ambachtelijke klompenmakers. Met de komst van machines verdwenen ze stuk voor stuk. Alleen Van Kaathoven maakt nu nog klompen in een kleine werkplaats, een stukje rechts van de N618 (vanaf het fietspad eerste weg rechtsaf, Ollandseweg, dan linksaf naar Korteweg 7).

Links van knooppunt 62 ligt Schaapskooi Schijndel (www.schaapskooischijndel.nl). Hart van het terrein is een Vlaamse schuur uit Cromvoirt, die hier is herbouwd. Ook staan er een wagenschuur (nu horeca), een hooiberg en een droogschuur voor hop, een ingrediënt voor het maken van bier. Nu dwaalt de schaapskudde overdag door de omliggende natuurgebieden, vroeger graasden ze op de uitgestrekte heidevelden rond Schijndel. De schapen speelden een cruciale rol in het landbouwsysteem: de mest uit de schaapskooi werd vermengd met heideplaggen en vervolgens als bemesting over de schrale akkers gestrooid.

De eerste tijd nadat het voorpootrecht was ingesteld, plantten de boeren vooral eiken en wilgen langs de wegen. De eiken leverden de balken die nodig waren voor de bouw van boerderijen, wilgentakken werden gebruikt voor de muren. Daarmee werd eerst een vlechtwerk gemaakt, waarna er een mengsel van leem en stro op werd gesmeerd. Deze bouwmethode heet vitselstek. Toen in de loop van de 19e eeuw de boerderijen vooral van baksteen werden gebouwd, werden de eiken en wilgen vervangen door populieren.

Het dorp Mariahout is zeer jong. Pas in 1933 werd de kerk gebouwd en kreeg het dorp zijn naam.  Naast de kerk staat een Lourdesgrot, een kopie van de grot in het Franse Lourdes waar Maria in 1858 aan Bernadette Soubirous zou zijn verschenen. De nagebouwde grot trok talrijke pelgrims, maar in de jaren vijftig daalde de belangstelling. Uiteindelijk stortte de gipsen grot zelfs in. Nu staat er weer een steviger exemplaar, met daarin beelden van Maria en Bernadette.