Dijken en duinen van Texel

Nederland, Noord-Holland, Den Hoorn Texel

01
25
41
42
39
38
54
52
56
60
61
23
66
71
70
16
15
05
11
10
09
08
06
01

Al sinds 1908 verzorgt Texels Eigen Stoomboot Onderneming (TESO) de overtocht van en naar Texel. Alleen die tocht over het water maakt fietsen op Texel al avontuurlijk. En dan het eiland zelf. Dat is een verzameling van zowat alle Nederlandse landschappen in een notendop. Door schapen begraasde dijken, de glooiing van een stuwwal, uitgestrekte polders met akkers en weilanden, geurend naaldbos, met heide begroeide duinen … Aan de route liggen verschillende musea waar u meer te weten komt over de natuur en geschiedenis van Texel.

Let op:
• Aan het begin van de route, tussen knooppunt 25 en 41, gaat een klein stukje traject niet over het knooppuntennetwerk. Volg hier de routebeschrijving!
• In Oudenschild ontbreekt een bordje bij knooppunt 38. Ga op de splitsing bij de trap van de dijk linksaf, de Laagwaalderweg op, richting knooppunt 54.

Werkzaamheden:
De Rede, nabij 't Horntje, is het buitendijkse fietspad afgesloten. Dit is nodig in verband met een zandsuppletie buitendijks en aanvullende werkzaamheden. Naar verwachting wordt in de zomer van 2019 een nieuw fietspad aangelegd. Tot die tijd moeten fietsers ter plekke binnendijks rijden.

Route: rijd vanaf het startpunt van knooppunt 01 naar knooppunt 25. Ga bij 25 ra richting knooppunt 14. Aan het eind van het fietspad ra, landweggetje. Eerste weg la Waterweg. Einde weg ra Zuidhaffel. Vanaf hier weer de bordjes volgen naar knooppunt 41.

Na het passeren van het beroemde Georgische Erebegraafplaats Loladse rijst de Hoge Berg uit het landschap op, het oudste deel van Texel. Deze stuwwal ontstond 130.000 jaar geleden en reikt tot 15 meter boven de zeespiegel. De Hoge Berg toont een oud Texels landschap: schapenweitjes met kolken waaruit het vee dronk, afgezoomd door uit graszoden opgebouwde tuinwallen. De bloemrijke Texelse tuinwallen zijn een voor Nederland uniek landschapselement. Ook uniek in Nederland is het insectenreservaat De Zandkuil, direct na het bos aan de linkerhand. Op de beschutte flanken van de zandafgraving kunnen de vele soorten graafwespen en -bijen makkelijk hun nestholtes graven.

In de hoogtijdagen van de VOC stond het Texelse drinkwater bekend om de goede kwaliteit. Vermoedelijk had dit te maken met het ijzergehalte. Dat maakt het water langer houdbaar en houdbaarheid was van groot belang voor schepen die naar Azië voeren. Pas na maanden varen kon op Kaap de Goede Hoop weer vers water worden ingeslagen.

Aanvankelijk werd het Texelse water getapt uit plassen aan de voet van de Hoge Berg, maar in 1627 werd de eerste waterput geslagen. De waterputten werden beheerd door het weeshuis in Den Burg en staan daarom bekend als de Wezenputten (zie infobord). In pramen werden vaten van 600 liter, zogenoemde 'leggers', via de Skilsloot vervoerd naar Oudeschild, waar de schepen voor anker lagen. Voor een bemanning van 300 mensen nam een schip naar het oosten 170 leggers mee. Ook de Marinevloot sloeg hier water in. Nadat Oudeschild een haven had gekregen en in 1824 het Noordhollandsch Kanaal was geopend, stortte de Texelse drinkwaterhandel in. De Wezenputten werden nog door de eilandbewoners zelf gebruikt tot de waterleiding was aangelegd. Dat was in 1956. De route volgt de Skilsloot tot knooppunt 39.

‘Apotheek’ is de bijnaam van een graslandje ten zuiden van de Skilsloot. Vanwege de brakke grond groeien hier veel verschillende soorten planten en grassen. Dat deed de zieke en zwakke schapen goed die hier vroeger naartoe werden gebracht om aan te sterken.Nu is het een belangrijk broedgebied voor tureluurs, grutto’s en andere weidevogels.

Hoe zijn de bewoners van Texel door de eeuwen heen omgegaan met het hen omringende water? Natuurlijk bracht de visserij brood op de plank. Maar ook het jutten was van levensbelang voor veel straatarme eilanders. Al was het maar om met aangespoeld hout het huis wat warmer te kunnen stoken. Het museum Kaap Skil in Oudeschild belicht de vele facetten van de relatie tussen Texelaars en de zee. Een maquette laat bijvoorbeeld zien hoe de Reede van Texel in de zeventiende eeuw werd overspoeld door koopvaarders, walvisvaarders, vissers en de marine. Ook zijn verrassende vondsten van onderwaterarcheologen tentoongesteld. Er worden regelmatig allerlei ambachten gedemonstreerd, zoals touwslaan, netten boeten en visroken. In het nagebouwde jeneverbuurtje op het buitenterrein hoort u vissersverhalen uit de eerste hand. En ook het musumgebouw zelf is een bezienswaardigheid. Het werd ontworpen door het architectenbureau Mecanoo.

Via de Bomendiek, een van de oudste dijken van Texel, fietst u De Waal in. De Waal is het kleinste dorp van Texel, maar misschien ook wel het meest schilderachtige. Aan het Hogereind, in een authentieke stolpboerderij, is het Cultuurhistorisch Museum Texel gevestigd. De collectie is ontstaan uit een behoefte om de geschiedenis van het boerenleven op Texel te bewaren. Er zijn onder andere een kaasmakerij, smederij, wagenmakerij en een volledig ingerichte woonkamer met voorhuis te zien. Speciale aandacht is er voor de rol van de vrouw in onder andere de vlasteelt en wolverwerking.

Het Waal en Burgerdijkje volgt de oude zeedijken uit de veertiende en vijftiende eeuw. In 1612 ontstond de polder Waal en Burg en verloren deze dijken hun zeewerende functie. Maar nog altijd slingeren ze over het eiland. Die bochtige loop is een gevolg van dijkdoorbraken, waarbij achter de dijk plassen of walen ontstonden. Vervolgens werd de dijk daar weer omheen gelegd. De polder Waal en Burg heeft een grote natuurwaarde. Er groeien bijzondere planten als Engels gras en in de sloten bloeit de beschermde zwanenbloem.

Wie op de boot naar Texel geen zeehond heeft gezien, krijgt in Ecomare een herkansing. Ecomare is de oudste zeehondenopvang van Europa, maar groeide uit tot veel meer dan dat alleen. Zieke en gewonde vogels worden hier opgevangen en verzorgd. Er zijn grote zeeaquaria met roggen, haaien, zeesterren,kwallen en wat er al niet meer onder water leeft. En het is hét informatiecentrum voor landschap en natuur van Texel. Maar de zeehonden blijven natuurlijk de voornaamste trekpleister. Om 11.00 en 15.00 uur worden ze gevoerd. Ecomare ligt midden in het nationaal park Duinen van Texel, waartoe ook het aangeplante dennenbos behoort.

Natuurliefhebbers rijden bij knooppunt 8 even rechtdoor naar knooppunt ‘i’ om een kijkje te nemen bij de Horsmeertjes. Hier vliegen lepelaars af en aan vanuit de Mokbaai, nog iets verderop gelegen. De overvliegende lepelaars, vooral wanneer ze tegen het einde van de dag hun nestplaats opzoeken, vormen bij ondergaande zon een schouwspel waar ook niet-vogelaars met volle teugen van genieten.

Een andere plaats op Texel waar altijd vogelaars door kijkers en camera’s turen is het natuurmonument De Petten. Op de eilandjes in de plas broeden onder andere kluten en bontbekplevieren. De schelpeneilandjes aan de rechterzijde van de plassen zijn vooral in trek bij de visdiefjes, eenvoudig herkenbaar aan hun zwarte ‘petjes' en rode snavels.