Boete rechtsaf Waterland-/Gorslaan (50 km/3,0 s geel/0,3 s rood/bumper al 1 m over streep)

Vraag gesteld door een ANWB-lid op 15 oktober 2019

Boete terecht (gelet op onoverzichtelijke situatie en onredelijk/onvoorspelbare stoplichtenregime)? Uitspraak Rechtbank (16-4-2019) negatief, zitting Hof 30-10-2019. Graag uw reactie voor 30-10-2019. Richtlijn geeltijd CROW bij 50 km/u 3,5 s (en rechtsaf 3,0 s?). Onze snelheid (rechtsaf) op stopstreep; 31 km/u; linksaf 0, rechtdoor 5 en (eerst rechtdoor en op allerlaatste moment) rechtsaf 1 (onze) auto; rustig op kruispunt.
Toelichting, Onoverzichtelijke situatie (infrastructuur, zie ook Google Earth). De linksaf strook begint op 175 m en de rechtsaf strook eerst op 65 m voor de stopstreep. De 4 stoplichten zijn pas zichtbaar op het laatste deel van de oprit/boven op de (vaste) brug (ca. 100 m voor de stopstreep) en indien deels aan het zicht onttrokken (auto´s voorop) nog wat later. Onredelijke/onvoorspelbare stoplichtenregime.  Omdat de ontvangst van deze verkeersboete ons nogal overviel, hebben wij op zaterdagnamiddag 31 maart 2018 de situatie ter plaatse nog eens goed en langdurig aan- en beschouwd (vanaf de inrit naar de brandweerkazerne). Het is ons toen opgevallen dat het stoplichtenregime (van de Waterland- naar de Gorslaan, in onze op 2 maart beboete rijrichting) nogal onvoorspelbaar is. Deze 4 (1 + 2 + 1) stoplichten gaan soms gelijktijdig op groen, geel en rood, soms ook worden alle 3 richtingen (afhankelijk van al het overige verkeer op de kruising?) geheel afzonderlijk en dan weer deels gelijktijdig bediend. Rechtsaf heeft soms veel langer groen licht, soms ook veel korter (zowel met als zonder verkeer op de 3 bedoelde rijstroken). We hebben geconstateerd dat de periode naar geel licht tussen rechtsaf en rechtdoor op het (zelfde) bord aan de rechterkant van de Waterlandlaan nogal kan variëren (van heel kort – 0 tot 1sec. – tot ook wel veel langer; ca. 10 sec.). Zo, ook langdurig en op afstand beschouwd, lijkt de bediening van deze stoplichten vrij willekeurig, niet goed aan het verkeersaanbod aangepast, niet consistent, niet gelijktijdig, niet aan elkaar of aan andere stoplichten gekoppeld en nogal onvoorspelbaar te zijn, ook als daarbij al het overige verkeer op deze kruising is/wordt betrokken. Omdat beide gekoppelde stoplichten aan de rechterzijde (rechtdoor en rechtsaf) soms ook heel kort na elkaar (minder dan 1 seconde) op geel en rood (licht) springen, waarbij rechtsaf slaand verkeer (wij achteraf) plotseling moet stoppen, terwijl het achteropkomende en rechtdoor gaande verkeer op de naastliggende rijstrook dus juist nog wel (soms ook een heel kort moment) door kan rijden. Dit geeft onrust en verwarring. De aanleiding voor onze overtreding (zoals achteraf gebleken) is  ook gelegen in het feit dat deze opstelling van de (rechtdoor en –rechtsaf) stoplichten op één bord en zo direct naast elkaar ons (op zo’n laat en kort moment) heeft verward, waardoor wij, zoals thans wel goed duidelijk is, in een split-second de verkeerde beslissing hebben genomen.    
Aanvulling beroepschrift Hof.  Hierna zijn (ter informatie) ook aanvullend  tekstdelen uit onze reactie van 15/7/2019 opgenomen op het op 2/7/2019 namens de advocaat-generaal ingediende verweerschrift (indien nodig/gewenst kunnen wij u deze beide geschriften en het beroepschrift ook toezenden).
Wij zijn blij dat u, nu wel (in tegenstelling tot de Rechtbank ?), over 2 duidelijke foto´s m.b.t. de gedraging beschikt.
Beide foto´s betreffen, zonder menselijke tussenkomst, automatisch volkomen zelfstandig gemaakte opnames. De boete is volledig hierop gebaseerd. De verbalisant (Swart) heeft enkel de foto´s uitgelezen, ons gezien noch gesproken, en niet terstond maar pas achteraf (op 27 juni 2016?) een niet gedagtekend proces-verbaal opgemaakt. Wij vinden dit onbegrijpelijk en bepaald niet rechtvaardig, gelet ook op het feit dat zelfs een achter ons rechtdoor rijdende auto geen overtreding heeft begaan en derhalve niet is bekeurd en op het niet echt reageren op de door ons ingebrachte argumenten; vooral (te) korte geeltijd, onoverzichtelijke weginfrastructuur en afwijkend wispelturige stoplichtenregime.  
Wij zijn teleurgesteld door het feit dat volledig voorbij is/wordt gegaan aan de door ons aangedragen o.i. zeer redelijke en ter zake doende argumenten. Die zijn niet echt weerlegd. Wij betwijfelen zelfs of in 1e en in 2e instantie namens de advocaat-generaal de situatie ter plaatse (vooral de situatie/weginfrastructuur voor de stoplichten en het onlogische, onvoorspelbare en wispelturige regime van het stoplicht voor naar rechts afslaand verkeer) voldoende bekend is en/of is opgenomen. Dit lijkt ons onontbeerlijk voor een goed oordeel. Mogelijk dat op de zitting hierin de benodigde duidelijkheid kan worden verkregen.
Ter verduidelijking en in aanvulling daarop brengen wij graag nog het volgende naar voren:
1). Het is ons (thans nog) niet bekend hoe lang de stoplichten – in onze rijrichting – groen licht uitstraalden. Wat wij ons wel duidelijk herinneren, is het feit, dat we – net voor/op/over de laatste brug – in een treintje met ca. 50 km/h reden, en dat we – op het moment dat we de stoplichten zagen/konden zien – alle 4 stoplichten groen licht uitstraalden. We hebben op 2 maart 2018 dus niet kunnen zien dat ons stoplicht waarschijnlijk een heel klein beetje eerder (??, ca. 1 s) op groen sprong dan de overige 3 stoplichten.
2). Op beide foto´s is eenzelfde tijdstip (17:32:51) en snelheid (31 km/h) vermeld, terwijl dit niet het geval kan zijn omdat op beide foto´s duidelijk zichtbaar wordt geremd, en deze niet op hetzelfde tijdstip, maar met een intervaltijd van 0,900 s zijn genomen.
3). Op de 1e foto (bij een roodtijd van 0,3 s), met de band op de stopstreep, is de voorzijde van de auto/bumper reeds 0,95 m over deze streep. Bij een snelheid van 31 km/h komt dit lengteverschil overeen met een tijdsverschil van 0,11 s (0,95x31.000/3600). Dus resteert slechts een roodtijd van 0,19 s (0,3 – 0,11). Dit is (in dit o.i. onrechtvaardige geval; geeltijd 3,0 s) een (zeer geringe) overschrijding van (afgerond) slechts 6%, en een onderschrijding geeltijd 3,5 s) van (afgerond) 9%,
4). De weginfrastructuur en het (klaarblijkelijk) willekeurige regime van de stoplichten lijkt sterk verouderd en niet aangepast aan de huidige opvattingen daaromtrent. Zo is het bv. (thans) zeer ongebruikelijk dat naar rechts afslaand verkeer eerder moet stoppen dan het rechtdoor gaande (en links afslaande) verkeer. Dit heeft ons (achteraf) dan ook erg verrast, vandaar dat we dat regime – zoals al eerder door ons is aangegeven – aan een nader onderzoek hebben onderworpen. Veelal is er thans voor naar rechts afslaand verkeer zelfs geen stoplicht meer aanwezig/in gebruik.
5). Doordat we – zoals eerder eveneens al door ons is aangegeven en achteraf ook duidelijk is geworden (als voorlaatste auto) – met ca. 50 km/h in een treintje reden en (ook nog voor de getrokken streep) van rijstrook moesten wisselen, hebben wij (zonder het overige verkeer onnodig in gevaar te brengen) niet tijdig kunnen stoppen en was het bovendien onmogelijk waar te (kunnen) nemen, dat ons stoplicht net iets eerder van groen op geel sprong dan de overige 3 stoplichten. Wij willen u niet onthouden dat dit ongebruikelijk en onwenselijk is. Op dat moment moesten wij juist alle aandacht op de overige medeweggebruikers richten, om het achteropkomende verkeer niet te hinderen en om botsingen bij het wisselen van rijstrook te voorkomen. Wij hebben dus niet gezien/kunnen zien dat ons stoplicht eerder dan de overige 3 stoplichten van groen op geel sprong. Op dat moment (rijstrookwisseling), bij een snelheid van ca. 50 km/h, bevonden wij ons dus op ruim 3.3 s voor de stopstreep, dit komt overeen met ruim 40 m (50.000/3600x3,3) voor de stopstreep.
6). Hoewel de stoplichten zich enkele meters achter de stopstreep bevinden, is het ons op 2 maart 2018 niet duidelijk geworden dat (alleen) ons stoplicht rood licht uitstraalde op het moment dat we de stopstreep passeerden. Mogelijk dat de oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat onze volledige aandacht na het passeren van de stopstreep meteen nodig was voor de situatie en het verkeer voor ons en dat (zoals zichtbaar op beide foto´s) het dichtstbijzijnde stoplicht – evenals beide andere stoplichten ter linkerzijde – juist nog wel geel licht uitstraalde.
7). Namens de advocaat-generaal is, in het verweerschrift, niet bestreden/aangetoond dat de uitspraak van de Rechtbank is gebaseerd op slechts 1 (en dan ook nog wel de verkeerde) foto, waarbij ook geen proces-verbaal is opgemaakt. Mogelijk dat dit op de zitting kan worden opgehelderd (?).
8). In tegenstelling tot hetgeen namens de advocaat-generaal in het verweerschrift is vermeld, hebben wij in onze voorgaande stukken en vooral in de brief van 30 juli 2018 al aangegeven dat de geeltijd (3,0 s) niet aan de daartoe geadviseerde en gehanteerde geeltijd (3,5 s) voldoet. De korte geeltijd van 3,0 s is, naar onze mening, ook niet goed en eerlijk afgestemd op de o.i. onoverzichtelijke  en ongebruikelijke situatie (weginfrastructuur en stoplichtenregime) ter plaatse.  
Ons allerbelangrijkste bezwaar blijft dat de hier – gelet op de o.i. onoverzichtelijke en ongebruikelijke situatie, onterecht – ingestelde geeltijd (3,0 s) korter is dan de reguliere en daarvoor geadviseerde geeltijd van 3,5 s. Bij een meer correcte en goed op de situatie afgestemde geeltijd is er zelfs in het geheel geen sprake van een overtreding (!).

Antwoord van Annemieke

ANWB Expert

U heeft een aantal vragen over de inrichting van de weg en vooral de regeling van de stoplichten. De tijd waarbinnen een geel licht naar rood moet gaan is voor u van belang. U bent door rood licht gereden en bent het niet eens met de u opgelegde bekeuring.

Uw vragen gaan te ver om daar een gedetailleerd antwoord op te kunnen geven. Wij geven juridisch advies over onder meer verkeersregels. De volledige inrichting van de weg en de daarbij behorende regeling van de verkeerslichten is meer het terrein van verkeersdeskundigen en vraagt om de blik van een technisch ontwerper van verkeersregelingen die de instellingen van de wegbeheerder analyseert. Daar zijn meerdere adviesbureaus op gebied van verkeer in gespecialiseerd.

Het CROW geeft richtlijnen voor diverse zaken die de weginrichting betreffen. Zo ook voor verkeerslichten. Op de website van het CROW vindt u ook het Handboek Verkeerslichtenregeling, dat in 2016 de aanbeveling voor de geeltijd van verkeerslichten heeft aangepast. De algemene regel is als volgt:

Bij een snelheid van 50 km per uur is de richtlijn voor motorvoertuigen:

  • voor recht doorgaand verkeer 3,5 seconde
  • voor afslaand verkeer 3 seconde

Deze aanbeveling is een Richtlijn.  Dit betekent dat een wegbeheerder hiervan mag afwijken, mits dit is onderbouwd.

Voor meer informatie over de geeltijden en de berekening hiervan verwijs ik u graag naar de informatie van het CROW.

Met betrekkign tot uw vraag over het moment dat u beboet wordt is de situatie over het algemeen als volgt:

Art. 79 RVV, schrijft voor dat bij een verplichting tot stoppen, wat dus het geval is bij rood licht, de bestuurder voor een voor hem bestemde stopstreep moet stoppen. Als komt vast te staan dat het voertuig niet is gestopt voor de stopstreep, dan wordt geacht dat niet is gestopt voor rood licht en is er dus door rood gereden.

Het kan ook voorkomen dat het verkeerslicht pas op rood springt als de stopstreep al is gepasseerd. Hierover heeft de rechter meerdere keren gezegd dat het voorbij rijden van de stopstreep nog niet betekent dat de verplichting om te stoppen voor rood licht vervalt. De bestuurder heeft dus nog steeds de plicht om te stoppen.

Bent u al over de streep terwijl het licht op dat moment op rood springt? Geel licht betekent al dat er gestopt moet worden, tenzij u het licht zo dicht genaderd bent dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is. Volgens de rechtspraak mag van een bestuurder worden verwacht dat hij zelf een inschatting maakt of in een bepaald geval nog op een verantwoorde wijze kan worden gestopt. Daarbij wordt ook gekeken naar de snelheid waarmee wordt gereden en de afstand tot het verkeerslicht. Het letten op verkeerslichten en het al dan niet stoppen blijft daarbij de verantwoordelijkheid van de bestuurder.