Wetgeving loopfiets

Vraag gesteld door een ANWB-lid op 04 april 2019

Ik heb in jullie antwoorden een reactie gezien op een vraag over een loopfiets en dat een niet-gemotoriseerde loopfiets als voetganger geldt. Wat is hiervan de grondslag? De reden dat ik dit vraag is dat er een persoon is, die met een loopfiets (pedalen ingeklapt) in een voetgangersgebied heeft gelopen, zittend op de loopfiets en is staande gehouden door de afdeling handhaving. Het zou niet mogen. De persoon moet nu een ontheffing voor de regels van het RVV aanvragen. Kunnen jullie mij antwoord geven dat een niet-gemotoriseerde loopfiets (met ingeklapte pedalen) een voetganger is op grond van de verkeersregelgeving?

Antwoord van Michiel

ANWB Expert

U vraagt zich af of een loopfiets (met ingeklapte pedalen) nu als fietser of voertganger geldt op grond van de geldende verkeerswetgeving.

Een loopfiets valt onder artikel 2 van lid 2 van het RVV en de loopfietser (overigens een ongelukkig gekozen woord, want het is geen fiets) volgt de regels voor voetgangers genoemd in artikel 4 van het RVV. Het is eigenlijk een twee-wielige rollator.
 

Artikel 2 RVV
1. De regels van dit besluit betreffende voetgangers zijn mede van toepassing op bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, indien zij van een voetpad of trottoir gebruik maken of van het ene naar het andere voetpad of trottoir oversteken.
2. De regels van dit besluit betreffende voetgangers zijn voorts mede van toepassing op personen die te voet een motorfiets, bromfiets of fiets aan de hand meevoeren, alsmede op personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen.
3. De regels van dit besluit betreffende wagens zijn mede van toepassing op door voetgangers gevormde kolonnes, optochten en uitvaartstoeten voor zover deze de rijbaan volgen.
 
Plaats op de weg RVV - Artikel 4 RVV 
1. Voetgangers gebruiken het trottoir of het voetpad. 
2. Zij gebruiken het fietspad of het fiets/bromfietspad indien trottoir en voetpad ontbreken.
3. Zij gebruiken de berm of de uiterste zijde van de rijbaan, indien ook een fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.
4. In afwijking van het eerste en het tweede lid gebruiken personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen, het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad. Zij gebruiken de rijbaan indien een fietspad, een fiets/bromfietspad, een trottoir of een voetpad ontbreekt.