Tijdelijke wegsleepregeling, hoeveel borden per parkeervak(ken)?

Vraag gesteld door Tjeb1 op 16 maart 2018

Onlangs is mijn auto weggesleept in Amsterdam-Noord, wegens het parkeren in een tijdelijk ingesteld laden- en lossenvak (wegens werkzaamheden). In totaal zijn er zestien parkeervakken afgezet, in een van die vakken stond mijn auto. Er zijn vijf borden geplaatst, waarmee aangegeven wordt dat deze tijdelijke maatregel van kracht is: een in parkeervak 1, een in parkeervak 17 (pijl naar links, in dat vak mag wel geparkeerd worden) en drie in de tussenliggende vakken. Gemiddeld 1 bord per 3,4 parkeervakken, dus. Inmiddels heb ik contact gehad met iemand van het materiaalbureau van de gemeente, verantwoordelijk voor het plaatsen van de borden. Hij geeft aan dat er zes borden geplaatst hadden moeten zijn, dat ze verplicht zijn om om de zoveel parkeervakken een bord te plaatsen, voor de duidelijkheid. Dat lijkt hier niet gebeurd te zijn. Nou vraag ik me af of dit inderdaad ergens wettelijk is vastgelegd, dat er om de zoveel vakken een bord moet staan. Op internet kan ik dat niet terugvinden. Veel dank voor de hulp alvast!

Antwoord van Michiel

ANWB Expert

U vraagt zich af of de bebording bij een tijdelijke wegsleepregeling wel correct was uitgevoerd.

Regels omtrent plaatsing van verkeersborden is geregeld in HET BABW.

BABW

Hoofdstuk I; paragraaf 3
Bij tijdelijke toepassing van verkeerstekens en onderborden, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 8 van het BABW, mag in spoedeisende gevallen van de voorschriften in de hoofdstukken II en III worden afgeweken. Dergelijke afwijkingen worden zo spoedig mogelijk gecorrigeerd.

In hoofdstuk II staat voor borden E1 en E2:

Hoofdstuk II; Paragraaf 4:
Voorschriften voor afzonderlijke borden
Bord E1 (parkeerverbod) en bord E2 (verbod stil te staan)
Plaatsing

  • 1 Het einde en het begin van een parkeer- of stopverbod wordt zonodig aangegeven door middel van een onderbord met een pijl in de richting van het wegvak waarvoor het verbod geldt. Dit onderbord wordt evenwijdig aan de wegas aangebracht. Wanneer het einde of het begin van een verbod met een zijweg samenvalt kan het onderbord achterwege blijven. Het einde van deze verboden wordt niet aangegeven indien dit reeds volgt uit een ander verkeersteken of uit een gedragsregel dan wel uit de inrichting van de weg.
  • 2 Op rijbanen met verkeer in twee richtingen worden deze borden zodanig geplaatst dat de verboden voor verkeer in beide richtingen waarneembaar zijn. Hiertoe mogen de borden, mits voorzien van een onderbord waaruit begin of eind van het parkeerverbod blijkt, evenwijdig aan de wegas worden geplaatst.

Voor bord E7 (laden en lossen) staat niets vermeld, maar waarschijnlijk geldt daarvoor ook het bovenstaande; het is immers ook een parkeerverbod voor de anderen.


Wat ik ervan begrijp is dat er aan het begin en eind borden geplaatst worden met een pijl als onderbord dat aangeeft voor welk wegdeel het geldt. Er wordt niets genoemd over het eventueel bijplaatsen van borden halverwege met bijvoorbeeld pijlen in beide richtingen als onderbord.

Als de kans bestaat dat men de situatie verkeerd interpreteert, dan achten wij het wenselijk om die borden bij te plaatsen.