- home
- Kamperen
- Kampeermiddelen
- Camper
- Rijden-met-de-camper
- Personenvervoer
Personenvervoer
De vuistregel is dat tijdens het rijden met een camper alleen zitplaatsen mogen worden gebruikt die daarvoor ook zijn bedoeld. U vindt op deze pagina ook de regeling voor autogordels.

Op kentekenbewijzen die sinds juni 2004 zijn afgegeven, staat hoeveel zitplaatsen de auto heeft. In deze auto's zijn zitplaatsen die zijn bedoeld voor gebruik tijdens het rijden, voorzien van goedgekeurde gordels aan goedgekeurde bevestigingspunten. Het idee achter deze regeling is dat mensen op de veiligste manier worden vervoerd. Wie namelijk in een rijdende kampeerauto op een plek zit die niet bedoeld is als zitplaats tijdens het rijden, heeft bij een ongeval een veel grotere kans op letsel.
In een rijdende kampeerauto zijn de veiligste zitplaatsen de plekken die aan alle veiligheidscriteria voldoen. De zitplaatsen in de woonruimte van een kampeerauto voldoen hier in de meeste gevallen niet aan, omdat deze ruimte is bedoeld en ingericht voor gebruik bij stilstand. In auto’s van een eerdere datum dan juni 2004 mogen tijdens het rijden ook de zitplaatsen worden gebruikt die standaard zijn uitgerust met gordels of die achteraf zijn voorzien van goedgekeurde gordels en bevestigingspunten daarvoor. Echter, oudere kampeerauto’s kunnen zitplaatsen hebben die (mede) bedoeld zijn voor gebruik tijdens het rijden, maar waarop geen gordels zijn aangebracht. Wettelijk mag u in deze oudere auto’s deze plaatsen zonder gordels tijdens het rijden gebruiken maar dit is af te raden.
De kampeerauto en gordels
Of op bepaalde plaatsen gordels aanwezig moeten zijn, hangt af van drie zaken:
Is de kampeerauto is gebaseerd op een personenauto?
Is de kampeerauto is gebaseerd op een bedrijfsauto (dat is te zien aan het kenteken)?
Wanneer is de auto voor het eerst in het verkeer gebracht?

In een personenauto, en dus ook in een van een personenauto afgeleide kampeerauto, moeten gordels aanwezig zijn op alle naar voren gerichte zitplaatsen als de auto na 31 december 1989 in het verkeer is gebracht (zie kentekenbewijs deel I). Personenauto's die in het verkeer zijn gebracht na 30 september 2000, moeten tevens zijn voorzien van gordels op alle naar achteren gerichte zitplaatsen. In een bedrijfsauto, dus ook in een van een bedrijfsauto afgeleide kampeerauto, moeten alle naar voren gerichte zitplaatsen van een gordel zijn voorzien als de auto na 31 december 1997 in het verkeer is gebracht. Dat hoeft echter niet als zich op maximaal 1.30 meter voor de rugleuning van de desbetreffende zitplaats een veiligheidsscherm of de rugleuning van een ervoor gelegen zitplaats bevindt. Zie voor meer details de artikelen 5.2.47 en 5.3.47 van het Voertuigreglement.
Voor zitplaatsen die langs de zijkant van de auto zijn aangebracht, zijn geen eisen gesteld ten aanzien van gordels, omdat deze niet goed zijn te beveiligen. Daarom zullen dergelijke zitplaatsen - voor zover bestemd om tijdens het rijden te worden gebruikt - binnenkort niet meer in nieuwe auto's mogen worden aangebracht. Zoals hierboven blijkt, mag in oudere kampeerauto's in veel gevallen zonder gordel worden gereden. De veiligheidseisen zijn echter door de jaren heen niet voor niets steeds strenger geworden. Autogordels redden jaarlijks talloze levens. Het verdient dus aanbeveling tijdens het rijden geen in de lengterichting geplaatste zitplaatsen te gebruiken en op andere zitplaatsen zonder gordels die men rijdend wil gebruiken zo mogelijk alsnog gordels te laten aanbrengen.
- Omhoog ^


