Een indruk van de 35-voeters

In de felbevochten 35 voet-categorie zijn dit de vier marktleiders. Toch lijken ze minder op elkaar dan je zou verwachten. Na drie dagen varen trekken we een paar verrassende conclusies - en kiezen we een onverwachte winnaar. Leer de 35-voeters beter kennen:

Testwinnaar: Bavaria 37

De Bavaria 37 heeft niet de modernste romp om te zien. Knikken en harde kimmen heeft hij niet, maar hij vaart wel heerlijk. Het is met name de opbouw die de grootste verandering laat zien ten opzichte van zijn voorganger. De rare, kleine raampjes zijn verdwenen, waardoor de boot veel stijlvoller is geworden. Ook technisch is er veel vooruitgang geboekt. De Bavaria is een serieus goed gebouwde boot.

Ergonomisch klopt het

De Bavaria is behoudend - van buiten maar vooral van binnen. De indeling is niet verrassend, de styling evenmin. Maar zeker het interieur is daardoor wel gewoon goed, ergonomisch klopt het aan alle kanten. Je hebt ruimte, overal waar je maar wilt. De bedden zijn fors, de banken zitten goed, de navigatietafel is bruikbaar en je hebt ‘elleboogruimte’. Ook onder zeil is de Bavaria bijna conservatief. De romp, de tuigage, de decklay-out en de kuip, vernieuwend is het allemaal niet te noemen. Maar daarin schuilt de kracht. Het werkt allemaal erg goed. Het is nu wel aan de Duitse werf om de volgende stap te durven zetten en iets gedurfder te gaan stylen en ontwerpen.

Tweede plek: Beneteau Océanis 35

De Beneteau 35 kan in drie versies worden uitgerust: als dagzeiler, weekender of als ‘compleet schip’. Kenmerkend voor de 35 Océanis zijn een relatief zeer grote kuip met weinig niveauverschil naar het binnenwerk en een interieur met een zeer licht en open karakter. Dat laatste letterlijk, want een dicht voorschot ontbreekt. Buiten zie je de typische ‘Océanis-beugel’ die we ook van de grotere modellen kennen.

Grote rompramen

Licht in het interieur is misschien wel hét kenmerk van deze boot. De open voorpiek kun je afsluiten met een gordijn of iets dergelijks, het bed voorin is met 2 bij 1,60 meter het best bemeten bed aan boord. Doordat de kuip groot is, is het interieur ver voorin geplaatst. De mastondersteuning zit daardoor voor je gevoel middenin het schip, recht door de tafel. Het centrale deel van het interieur bestaat uit de langskombuis (aan stuurboord) met grote koeling, kooktoestel met oven, afvalberging en veel bergruimte. Daartegenover een langsbank met twee losse zitjes. Die laatste zijn niet echt comfortabel en handig. De afwerking van het interieur is industrieel, maar wel strak en modern.

Derde plek: Jeanneau Sun Odyssey 349

De 349 is in alles een moderne boot. Hoekige lijnen, een hoge romp met een opvallende zeeg en een modern tuig. Ook van binnen is hij van deze tijd. De werf is op zoek naar vernieuwing. Zo vind je bijvoorbeeld de tegenwoordig onmisbare rompramen aan boord en een kleine, opklapbare navigatietafel. De boot is echt een serieproduct. De afwerking kunnen we niet ambachtelijk noemen. Het meeste houtwerk is simpel, machinaal gemaakt en doeltreffend. De 349 is niet overmatig breed - zeker niet midscheeps, waardoor het interieur niet overmatig ruim is. Toch is bijvoorbeeld de badkamer ronduit groot te noemen. De hutten zijn dat niet, maar belangrijker: de bedden zijn van goed formaat.

Leuk zeilen

Zeilen met de Jeanneau is geen straf, hij is levendig en voor een familieboot best sportief. Ook als het wat minder waait, blijft hij leuk zeilen. Hij accelereert vlot en stuurt lekker direct. De hoekige romp zorgt met een beetje helling voor veel stabiliteit. Qua afwerking is er wel het een en ander op aan te merken. Je krijgt nu vaak het gevoel dat snel en dus goedkoop bouwen belangrijker is dan een mooie boot maken. Hier valt voor Jeanneau nog winst te behalen.

Vierde plek: Hanse 345

Waar Hanse meerdere jaren trendsetter was, lijkt het inmiddels te zijn veranderd in een van de behoudendste merken van dit moment. Neem bijvoorbeeld eens de romp van deze 345. Die mist de kenmerkende harde knikken achterin die vrijwel elk jacht in dit segment tegenwoordig heeft. Of rompramen - toch bijna een ‘must’ tegenwoordig - die je op de 345 tevergeefs zult zoeken. De Hanse 345 is met name gericht op volume onderdeks, een veilige goed beschutte kuip en zeilgemak dankzij de kenmerkende keerfok. In principe kan de roerganger alles in z’n eentje. Alle lijnen gaan naar een van de twee lieren net voor de stuurwielen waar de stuurman er goed bij kan. Daarvóór is ruimte voor de rest van de opvarenden in een relatief compacte, heel beschutte kuip met een goede zit en een vaste kuiptafel.

Meer dan ruim

Als gezegd: volume is belangrijk voor de Hanse 345. Onderdeks vind je in deze versie twee tweepersoons hutten (met bedden van 2 bij 1,70 meter en 2 bij 1,50 meter) en een meer dan opvallend ruime natte cel met zelfs een aparte douchecabine. Ook de kombuis mag er zijn: in een L-opstelling met een opvallend grote koeling die langs twee kanten bereikbaar is en veel bergruimte. Een slim detail: de Hanse heeft ‘hotelschakeling’ direct bij het schuifluik - wel zo handig als je in het donker aan boord komt. Het interieur is opgebouwd uit losse componenten die relatief makkelijk zijn te plaatsen.