Vaarroute Nederrijn

Grindgaten, Heuvels en Uiterwaarden

Op de Nederrijn vaar je niet voortdurend tussen vlakke Uiterwaarden. Op de Noordoever rijzen voor nederlandse begrippen hoge beboste heuvels direct naast de rivier op.

Nederrijn heuvels en historie

Het landschap rond de Nederrijn is zeer gevarieerd, omdat de rivier op de grens tussen de Utrechtse Heuvelrug en de vlakke Betuwe ligt. De zuidelijke oever heeft uiterwaarden zoals we die kennen van vele andere Nederlandse rivieren. Aan die kant van de rivier liggen kribben, vaak met strandjes ertussen en daarachter groene weiden met koeien en dijken.

Zo niet de noordelijke oever. Vanaf Rhenen liggen op die oever hoge heuvels, begroeid met bossen. De direct naast de rivier oprijzende stuwwallen geven je bijna het idee dat je in het buitenland vaart. Grote delen van de oevers zijn hier natuurgebied, zoals de Blauwe Kamer bij de Grebbeberg. 

De Nederrijn is in feite de voortzetting van het Pannerdens Kanaal, nadat de Gelderse IJssel van deze rivier is afgetakt. Het Pannerdens Kanaal voert een derde van de totale hoeveelheid Rijnwater af en de Nederrijn neemt daar weer tweederde van voor zijn rekening. Dit resulteert dan ook meestal in een behoorlijke rivierstroming, die westwaarts loopt. Alleen in zeer droge zomers komt het wel eens voor dat er nauwelijks of helemaal geen stroming staat. De overgang van Nederrijn naar Lek ligt niet ter hoogte van de plek waar het Amsterdam-Rijnkanaal de rivier kruist, wat op zich wel logisch zou zijn, maar bij de aftakking van de Kromme Rijn, direct ten westen van Wijk bij Duurstede. In de Nederrijn liggen twee stuwen, met daarnaast een sluis: een bij Driel en een bij Amerongen.

Veel watersporters maken gebruik van de Nederrijn als oost-westroute, bijvoorbeeld onderweg naar de IJssel. Op de Nederrijn is immers veel minder beroepsvaart en er staat beduidend minder stroming dan op de Waal.

Bergen, bodems en kastelen

Omdat de Nederrijn al eeuwenlang een belangrijke vaarverbinding is, is er ook een lange geschiedenis van vaarverkeer op de rivier. Zo gebruikten zowel Romeinen als Vikingen de rivier als vaarweg voor hun veroveringen en plunderingen.

In latere eeuwen verrezen allerlei dorpen en steden langs het water. Zo ontstond Wijk bij Duurstede op de grondvesten van Dorestad, dat in de tijd van Karel de Grote een zeer belangrijk handelscentrum was. Op de Nederrijn kun je op korte afstanden van elkaar bij een stadje aanleggen om even de benen te strekken. Alleen Amerongen moet je noodgedwongen voorbijvaren. Dit mooie dorp heeft weliswaar een bekend kasteel, maar helaas geen aanlegmogelijkheden.

Op veel plaatsen langs de Nederrijn is de echo van de Tweede Wereldoorlog nog steeds te horen. Bij Rhenen bijvoorbeeld, het stadje ligt direct bij de in de oorlog zwaar bevochten Grebbeberg. Ook Wageningen is verbonden met de oorlog. Hier werd de capitulatie van de Duitsers getekend. Wageningen heeft een bijzondere ligging, want rond dit aan de voet van de Wageningse berg gelegen stadje zijn alle in Nederland voorkomende bodemsoorten te vinden. Geen wonder dat zich hier in 1876 de Rijkslandbouwschool vestigde, die uitgroeide tot de Wageningse universiteit WUR.

Tussen Renkum en Oosterbeek ligt een uitgestrekt bosgebied en in de uiterwaarden staat hier al eeuwenlang het fraaie Kasteel Doorwerth. Arnhem ligt tegen de hoog oprijzende oevers van de Nederrijn geplakt. Deze stad is een bezoek natuurlijk meer dan waard, maar heeft geen aanlegplaatsen in het centrum. Er is wel een jachthaven aan de rand van de stad.

4x Nederrijnse plekken

Rhenen

Rhenen heeft een erg mooie ligging aan de Nederrijn. Al vanaf grote afstand zie je de toren van de Cunerakerk oprijzen en bij de stad ligt ook een van de weinige bruggen over de rivier. Hoewel Rhenen al in de 13e eeuw stadsrechten kreeg, staan er niet veel oude gebouwen. Tijdens de slag om de Grebbeberg raakte het stadje zwaar beschadigd. Even erbuiten, op de Grebbeberg, is een militair ereveld ter nagedachtenis aan deze slag in de meidagen van 1940. Ouwehands Dierenpark, waar bijzondere diersoorten gehuisvest zijn, is eveneens te vinden op de Grebbeberg.

Kasteel Doorwerth

Op een schitterende locatie in de uiterwaarden tussen de Nederrijn en de oprijzende beboste stuwwal ligt Kasteel Doorwerth. Hoewel het uiterlijk van dit kasteel bepaald wordt door verbouwingen in de 15e en 16e eeuw, stammen de oudste delen al uit de 13e eeuw, toen Kasteel Doorwerth als waterburcht werd gebouwd. In de slag rond Arnhem raakte het kasteel totaal verwoest, maar na de oorlog is het in bijna veertig jaar weer geheel herbouwd. Het kasteel is dagelijks geopend (behalve op maandag) van 11.00 tot 17.00 uur. Er is ook een kasteelcafé in het gebouw gevestigd.

Wageningen

Wageningen is een logische tussenstop voor wie over de Nederrijn vaart. Niet alleen is dit een plezierig studentenstadje, maar dankzij Hotel de Wereld mag Wageningen zich met recht stad der bevrijding noemen. In dit hotel werd op 5 mei 1945 de capitulatie van het Duitse bezettingsleger getekend. Nadat het gebouw na de oorlog in verval raakte, is het door de universiteit opgekocht en geheel gerestaureerd. Op dit moment is het weer een hotel. De Capitulatiezaal is onderdeel van een restaurant met een Michelinster.

Arnhem

Arnhem heeft een lange en bewogen geschiedenis, waar de slag om Arnhem een ingrijpend onderdeel van was. Grote delen van de binnenstad werden toen verwoest. Slechts een paar historische gebouwen bleven gespaard of werden hersteld, waaronder het 14e-eeuwse Presickhaeffs Huys en de Sabelspoort. Bijzonder zijn de 36 kelders die onder enkele winkelstraten zijn blootgelegd. Deze historische kelders zijn na restauratie met elkaar verbonden en van di t/m za te bezoeken. Buiten het centrum liggen het Nederlands Openluchtmuseum en Koninklijke Burgers’ Zoo.

Varen op stroming

Varen op de Nederrijn betekent dat je meestal op een behoorlijk stromende rivier vaart. In de Nederrijn liggen dan ook twee stuwen, waarmee de hoeveelheid afgevoerd water geregeld kan worden en daarmee de waterstand (zie kadertekst). Onder normale omstandigheden zijn de stuwen van Driel en Amerongen gesloten en maakt de scheepvaart gebruik van de sluizen; alleen bij hoge waterstanden gaan de stuwen helemaal open zodat het scheepvaartverkeer gewoon door kan gaan. Door de rivierstroming en doordat veel watersporters de Nederrijn in oostelijke richting bevaren - onderweg naar de Gelderse IJssel, waar je dan de stroming mee hebt - komt het relatief vaak voor dat je tegen de stroming invaart.

Kribbetje varen

De Nederrijn is dan ook bij uitstek een rivier om het ‘kribbetje varen’ op te oefenen. Hierbij maak je gebruik van het gegeven dat tussen de kribben een tegengestelde stroming loopt, die ‘neer’ wordt genoemd.  Door gebruik te maken van deze stroming kun je al snel enkele kilometers per uur winnen, zodat je niet alleen tijd maar ook brandstof spaart. De neer ontstaat doordat een deel van het langsstromende water tegen de kribben oploopt en dan naar binnen afbuigt. Langs de oever loopt dit water dan in tegengestelde richting terug. Als je goed naar het water naast je boot kijkt, kun je deze rafels in de stroom goed onderscheiden.

Kribbetje varen doe je door de krib te ronden en daarna enigszins tussen de kribben V te sturen. Tijdens het ronden van de krib krijg je vaak de volle laag van de stroming tegen, waardoor je behoorlijk afgeremd wordt. Maar eenmaal voorbij de krib krijg je een ‘lift’ van de neer mee, waardoor je uiteindelijk flinke snelheidswinst boekt. En vaak hoef je helemaal niet zo diep tussen de kribben te duiken om gebruik van de neer te maken. Kijk wel uit bij het ronden van de krib dat je er niet té dicht langs vaart; de stenen lopen vaak onder water nog een stuk door. Bij niet al te hoog water kun je aan de mate waarin de stenen schuin aflopen vaak afmeten op welke afstand van de krib voldoende diepte voor je boot ligt. Bij hogere waterstanden kan het uiteinde van de krib niet goed zichtbaar meer zijn.

Gierponten

Op vijf plaatsen steken gierponten de Nederrijn over. Deze bijzonder veerponten maken bij hun oversteek gebruik van de rivierstroming. Bij een gierpont ligt in het midden van de rivier een anker, waarvan de kabel door drie tot vijf kabelschuiten van de bodem gehouden wordt. Vanaf de kabel lopen lijnen naar de voor- en achtersteven van de pont; door een van de twee lijnen in te korten komt het pontje op gang en gaat het ‘uit zichzelf’ naar de overkant. Tegenwoordig zijn gierponten gemotoriseerd, waardoor de oversteek veel vlotter gaat. Ter hoogte van Wijk bij Duurstede, Amerongen, Elst, Opheusden en Huissen liggen zulke gierponten. Als passerend schipper kun je het best je achter de overstekende pont langs varen.

Stuwen, Stroom en Stroming

Om de waterstand op de rivier te regelen zijn de stuwen in de Nederrijn aangelegd. De waterstand is niet alleen belangrijk voor de scheepvaart op de rivier zelf, maar ook voor het probleemloos kunnen varen op het Amsterdam-Rijnkanaal dat de rivier even tenwesten van Wijk bij Duurstede oversteekt. Hiervoor werkt de stuw van Amerongen samen met de stuw in de Lek bij Hagestein. De stuw van Driel is belangrijk voor de waterstand op de Gelder -se IJssel en het IJsselmeer. De stroming van de Nederrijn maakt het mogelijk om stroom op te wekken. Daarom bouwde NUON in 1988 een waterkrachtcentrale in de stuw van Amerongen die jaarlijks 10 megawatt aan elektriciteit produceert, genoeg voor ongeveer 8000 huishoudens.

Molen en Kasteel

Wijk bij Duurstede ligt op de plek waar de Rijn en de Lek in elkaar overgaan en waar de ooit zeer belangrijke rivier Kromme Rijn aftakt. In de naam van het stadje ligt een deel van zijn geschiedenis opgesloten: Duurstede is afgeleid van Dorestad, een van de belangrijkste Europese handelscentra in de tijd van Karel de Grote. Dankzijde ligging aan Kromme Rijn en Lek had Dorestad verbindingen met Friesland, Duitsland, Scandinavië, Vlaanderen en Noord-Frankrijk.

Door diverse omstandigheden, waaronder plunderingen door Vikingen, veranderingen in de loop van de rivieren en politieke ontwikkelingen, raakte Dorestad in verval. Vele jaren later ontstond de kleine nederzetting Wijk, waarnaast in de dertiende eeuw een kasteel werd gebouwd. De overblijfselen van dit kasteel, het huidige Kasteel Duurstede, staan net buiten het stadscentrum in een fraai park. Veel gebouwen zijn in de loop der jaren verdwenen, maar een massieve donjon uit 1270 staat al 750 jaar fier overeind, ongetwijfeld mede dankzij zijn muren van tweeënhalve meter dik. De tegenhanger van deze vierkante woontoren, de in de 15e eeuw gebouwde Bourgondisch toren, oogt veel sierlijker.

Over de kromme Rijn

Bij Wijk bij Duurstede takt de Kromme Rijn af van de Nederrijn. Al sinds jaar en dag is de Kromme Rijn niet meer bevaarbaar, maar sinds een paar jaar kun je een twee uur durende rondvaart maken over deze ooit voor Wijk bij Duurstede en Utrecht zeer belangrijke handelsrivier. Je vaart dan heen en weer van Wijk bij Duurstede naar Cothen met een replica van een trekschuit zoals die hier eeuwenlang werd gebruikt: de Kromme Rijnder. Je wordt als passagier niet voor de trekschuit gespannen, want het schip is voorzien van een elektromotor. De Kromme Rijn ligt te midden van een mooi landschap en vlak voor Cothen passeer je kasteel Rhijnestein.

Rijn en Lek

Misschien wel het meest bekende bouwwerk van Wijk bij Duurstede is de molen, die zijn faam dankt aan een misverstand. Veel mensen denken dat dit de Molen van Ruysdael is, maar dat klopt niet. Deze door Jacob van Ruisdael geschilderde molen stond ooit ongeveer tweehonderd meter verderop, maar is in de loop der tijd verdwenen. De molen die er nu nog staat, Rijn en Lek geheten, spreekt echter nog steeds tot de verbeelding. Bovendien zorgde het misverstand er een eeuw geleden voor dat er voldoende geld opgehaald kon worden om de vervallen molen te restaureren: de molen van Ruysdael moest natuurlijk behouden blijven. De Rijn en Lek is uniek in zijn soort, het is de enige molen die op een stadspoort is gebouwd. In de eerste jaren van zijn bestaan was het een runmolen, waar eikenschors vermalen werd om te gebruiken in de leerlooierij. Later werd hij omgebouwd tot korenmolen. Op zondagmiddag is de molen open voor bezichtiging en ook op andere dagen als hij draait.

Dagelijkse leven in Dorestad

Verderop in het stadscentrum staan nog meer bezienswaardigheden. De Grote Kerk bijvoorbeeld, die in de 14e eeuw is gebouwd en een eeuw later van een toren werd voorzien. Naast de kerk staat het stadhuis, dat in 1662 is gebouwd. Rond de binnenhaven liggen nog resten van de stadsmuur en op tal van plaatsen staan monumentale huizen, opvallend vaak witgepleisterd. Museum Dorestad heeft een uitgebreide collectie van archeologische vondsten uit de tijd van Dorestad. Samen met onder meer maquettes en multimedia schermen maken inzichtelijk hoe het dagelijks leven er in de bloeitijd van Dorestad uit moet hebben gezien. Op een zomerse dag laten de gezellige terrassen van Wijk bij Duurstede zien, dat het ook vandaag de dag nog goed toeven is in het eeuwenoude stadje.

Overzichtskaartje van deze route

Handige producten bij de vaarroute

Met de ANWB Waterkaarten en Wateralmanak 2 ben je op de hoogte van alle vaargegevens en brug- en sluistijden.