De mooiste wandeleilanden van Europa

Veelvoorkomend en ongeneeslijk: eilandziekte

Veel wandelaars hebben er last van. Nesofilie, oftewel eilandliefde. Soms wordt het zelfs eilandgekte, nesofolie. Begrijpelijk, want eilanden geven een alleen-op-de-wereld-gevoel, een gevoel van vrijheid en één zijn met de natuur. Wat wil je als wandelaar nog meer? Hoogste tijd dus voor een selectie wandeleilanden. Wonderschone eilanden liefst zonder gemotoriseerd vervoer, en klein genoeg om te voet te kunnen ronden of doorsteken. Dit zijn de twaalf mooiste wandeleilanden van Europa.

Tekst: Marjolein van Rotterdam

Europa’s best bewaarde geheim worden ze wel genoemd, en hoewel je dat vaker hoort is het in het geval van de Faeroër-eilanden in elk geval een beetje waar. De Faeroër, gelegen tussen Schotland en IJsland in de Atlantische Oceaan, zijn buitenaards mooi, ver weg van alles, ruig, rotsig, winderig, vaak nat en koud, en eenzaam. Dit is het rijk van de zeevogels. Het mooie van de Faeroër is dat je nooit ver hoeft te lopen om iets magnifieks te zien. Achttien eilanden zijn er, samen zijn ze een onafhankelijke bestuurseenheid onder Deens protectoraat.

De eilanden heten Eysturoy, Koltur, Hestur, Nølsoy, Streymoy, Vágar, Mykines, Kalsoy, Kunoy, Borđoy, Viđoy, Svínoy, Fugloy, Suđuroy, Sandoy, Skúvoy, Stóra Dímun, en Lítla Dímun (alleen die namen al!). Via tunnels en bruggen kun je van het ene naar het andere eiland. Waar die ontbreken zijn er veerboten of helikopterdiensten – alles weersafhankelijk. Om niets te missen is het zeer aan te raden op pad te gaan met de hiking gids die je kunt op de site van de Faeröer-eilanden. Je vindt hier 23 routes.

Op Belle-île en mer is een kustpad van 75 kilometer, de GR340. Er zijn kliffen, stranden, pastelkleurige huizen, havens, vissers, en wilde natuur. Het is Bretagne. En een echt eiland. Dus wat houdt je tegen? Belle-île betekent bovendien letterlijk mooi eiland, en dat is het ook. Het Mooie Eiland in de Zee is het grootste Bretonse eiland, en ligt op 14 kilometer van het schiereiland Quiberon. Wandel rond in de (aankomst)haven Palais (letterlijk Paleis, we bedoelen maar…), waar je over kades met kleurrijke en zwierige huizen loopt.

Een andere haven is Sauzon. ’s Avonds gonst het hier van de terrassen. Drie kilometer ervandaan ligt de punt van de Poulains, een ruige kaap die bekend is geworden door actrice Sarah Bernhardt (van Nederlandse afkomst), die hier aan het einde van de 19e eeuw woonde. Een uur nadat ze voet aan wal had gezet, besloot ze het verlaten fort op de top van La Pointe des Poulins te kopen! Naast het kustpad zijn er nog diverse andere wandelmogelijkheden.

Een must voor elke eilandwandelaar. Kleurrijk, divers, ruig en met vriendelijke mensen. Het langwerpige en bergachtige eiland Karpathos ligt tussen Kreta en Rhodos in en heeft zo’n 5000 inwoners op 325 km2. Het is lang geïsoleerd gebleven en daardoor onbedorven. Er zijn geen stoplichten, nauwelijks verharde wegen, wél oneindig veel ezelpaadjes. Deze kalderimia leiden door rotsige landschappen met bijna altijd zeezicht en on-Grieks veel bomen, kruiden, bloemen en struiken.

Loop zeker naar de noordkaap, Kaap Vroukounda. Je loopt tussen de rotsen en het rood, geel en felgroen van de struiken. Bij de kaap is een grotkerk en heb je uitzicht op zee: een baai met helder aquamarijn water tussen de. Ook een wandeling over de ruggengraat van het eiland (links én rechts de zee!) is een aanrader. Op het eiland zijn talloze wandelroutes, aangegeven met steenmannen, rode stippen, of blauw-rode strepen. Zorg wel voor beschrijvingen, een kaart en liefst gps-routes, want niet alle paden zijn even goed onderhouden. Tip: Kapitein Nikos (bootje huren bij Hotel Nikos) kan je naar het onbewoonde eiland Saria varen, waar je ook nog een mooie wandeling kunt maken. Meer info over het eiland vind je op www.karpathos.nl van Henk & Carla Op de Laak, een stel dat al sinds 1996 op het eiland komt.

Meer informatie over Karpathos
Boek hier jouw wandelvakantie naar Karpathos

Op alle Kanaaleilanden is het uitstekend wandelen, hoewel op het ene nog wat uitstekender dan het andere. Niet te missen zijn Sark, Herm en Lihou; vlak bij Guernsey en allemaal prima te voet te verkennen. Guernsey is ongeveer zo groot als half Texel, Sark en Herm een stuk kleiner, Lihou is zo klein dat je het tussen twee hoogwaters in compleet kunt verkennen. En als het getij je goed gezind is, kun je kun je vanaf Guernsey naar Lihou lopen!

Op Sark zijn auto’s verboden. Het enige gemotoriseerde verkeer dat is toegestaan is de tractor – zelfs de dokter berijdt er dus één. Hét ikoon van Sark is La Coupée, de smalle verbinding tussen de twee delen van Sark. Een indrukwekkend pad, want aan beide kanten heeft de zee het land weggeslepen. La Coupée is drie meter breed en 900 meter lang. Aan weerszijden gaapt een afgrond van 80 meter.
Loop op Sark bijvoorbeeld langs de zuidwestkust.

Herm is kleiner dan Sark, en gemakkelijk op één dag te ronden. Dat is dan meteen een ongelooflijk mooie wandeling. Je komt langs Jurassic Park-achtige stranden, witte baaien en groene vlakten. Guernsey heeft een fraai kustpad.

Boek hier jouw wandelvakantie naar de Kanaaleilanden

Lekker overzichtelijk, die Araneilanden. Er zijn er drie: het Grote Eiland, het Middelste Eiland en het Kleine Eiland. Inis Mór, met 1281 inwoners, Inis Meáin en Inis Óirr (op zijn Engels Inisheer). Op Inis Mór zijn enorme kliffen. Loop je over het eiland, dan kun je plotseling aan de rand van een afgrond komen te staan. Geen bordjes of hekken hier. Inis Mór heeft een eigen sfeer door een bijzonder landschap. Er groeien geen bomen, want er is geen aarde; het is niets dan rots. Kilronan is het grootste dorp op het eiland, en heeft een haven waar de veerboot van het vasteland aanlegt. Op het eiland zijn verschillende forten uit de ijzertijd, waaronder Dún Aonghasa en Dún Dúchathair.

Op alle Araneilanden is het goed wandelen. Ze zijn relatief vlak, met rotsig terrein of gravel. Ook zonder bewegwijzering vind je je weg wel – het voordeel van kleine eilanden – maar neem voor de zekerheid toch een routebeschrijving mee.

Op Inisheer, het kleinste eiland, waar pas in 1997 elektriciteit kwam, is een wandeling van 13 km uitgezet. Hij brengt je langs witte stranden, door velden vol wilde bloemen op het kalksteen, en langs heel veel dry stone walls, die typische muurtjes, en de ruïne van een 14e-eeuws kasteel. Ook Inisheer heeft een veerdienst naar het vasteland, nou ja, Ierland.

Boek hier de Ierse Westkust reis

Boek hier een 8-daagse wandelvakantie door Ierland

Elba kennen we natuurlijk. Maar kennen en kennen is twee. Iedereen weet van de geschiedenis: Napoleon was hiernaartoe verbannen, nadat hij verslagen was. Maar bijna niemand weet dat je op ‘het kleine broertje van Corsica’ heerlijk kunt wandelen. Er zijn veel muilezelpaden die zich ook uitstekend lenen voor menselijke verplaatsingen. Op het eiland vind je een mix van lieflijke dorpjes en steile bergtoppen. Ideaal voor een wandelaar – je hoeft niet om te komen van de honger en bent toch midden in de natuur. Elba maakt deel uit van een natuurpark dat zich uitstrekt over meerdere eilanden: Parco Nazionale dell’Arcipelago Elba Toscane. Bijna de helft van het eiland Elba valt hieronder.

Elba is ongeveer zo groot als Texel en ligt ongeveer 10 kilometer verwijderd van het vasteland. Vanaf Piombino varen er veerboten heen. Klein, maar groot genoeg om er een week te wandelen. Een bekende wandelroute brengt je van Chissie naar Pomonte over de San Bartomoleo heuvel. Een wandeling van een paar uur met geweldige uitzichten. Een paar voorbeelden van wandelingen L’Oasi delle orchidee, een orchideeënwandeling van 20 km door de bergen bij Capoliveri, een wandeling langs de granieten bouwsels uit het verleden, of een klimmetje naar de Madonna del Monte vanaf Chiessi.

Meer info over wandelingen
Boek jouw wandelvakantie naar Italïë

Mljet is het groenste Kroatische eiland en heet niet heel fantasievol ook wel het Groene Eiland. Daar is dus geen woord van gelogen. Een deel van het eiland is nationaal park. Mljet National Park is het belangrijkste park van Zuid-Kroatië en het oudste in de Adriatische Zee. In het park vind je diepe baaien, sommige met zeer smalle toegangen naar de zee. Ze worden dan ook meren genoemd, respectievelijk het Grote en het Kleine Meer. Bij deze zoutmeren kun je mooi wandelen.

Mljet ligt voor de kust van Dubrovnik. Het is iets groter dan Ameland, de hoogste top is de 514 meter hoge Veliki grad en er zijn nog een aantal topjes hoger dan 300 meter. Er is een gemarkeerde bergwandelroute, de Mljet hiking trail (MPO) van 43 km die je in een dag of 3 á 4 kunt doen en die veel van die topjes aandoet. Logeren kan in een voormalig benedictijnenklooster uit de 12e eeuw in het Grote Meer, Veliko Jezero.

Boek jouw wandelvakantie naar Kroatië

Ook Nederland kent eilanden die wandelparadijzen zijn. Niet zo veel als Groot-Brittannië, Noorwegen of Zweden, maar toch! Een klein, maar uitermate geschikt eiland voor het Robinson-Crusoegevoel is Schiermonnikoog. Een nationaal park, waar auto’s worden geweerd en ook het mooiste strand van Nederland ligt. Nergens is het strand zo breed als op ‘Schier’. Nergens ook zo behaard. Er zijn kleine duintjes op het strand ontstaan die begroeid zijn met biestarwegras, helmgras of melkkruid.

Op Schiermonnikoog kun je op adem komen. Hoe klein het eiland ook is, er lijkt altijd ruimte. Ook de afwisseling in het landschap is enorm. Loop bijvoorbeeld naar het Willemsduin, de beroemde vogelspotplek op de uiterste punt van het eiland, en het kan je niet ontgaan. Polder, wad, plas, duinen en strand en ongelooflijk veel vogels. Wandelen is typisch Schier. Niet voor niets hebben de eilanders de maand november uitgeroepen tot Wandelmaand.

Langs de kust van Helgeland in Noord-Noorwegen liggen bloedmooie eilanden, waaronder het Unesco Werelderfgoed van de Vega-eilanden. Hier zijn goed bewegwijzerde routes te volgen met de T’s van de Noorse bergsportvereniging DNT. Op Vega alleen al zeventien! Leuke bijkomstigheid van de Noord-Noorse eilanden: er zijn overal pontjes waarmee je van het ene naar het andere eiland komt. Leuk voor in de zomer. Dan geeft het niet dat het wat tijd kost, want je hebt alle tijd. Je bent vlak bij de Poolcirkel bent, dus donker wordt het toch niet.
Meer informatie over wandelingen in dit gebied

Goed om te weten: De Vega-eilanden hebben een kwaliteitslabel voor duurzaam toerisme. Alleen bestemmingen die zich systematisch inzetten om de invloed van het toerisme op het milieu te verminderen, krijgen dat. Hun inzet mag niet ten koste gaan van de ervaringen van bezoekers en van de geschiedenis, het karakter en de natuur van de omgeving.

De negen eilanden van de Azoren liggen op ruim 1300 kilometer van Portugal. Een beetje smokkelen dus om ze tot de Europese wandeleilanden te rekenen, maar dat zijn ze waard. Een eilandengroep midden in de oceaan die is ontstaan door vulkanische activiteit. Dat klinkt al goed. Het wordt nog beter. Op de Azoren vind je jungle, warmwaterbronnen, subtropisch woud met hoge boomvarens. En toch doen de landschappen soms denken aan Ierland en zijn er barokke Portugese stadjes.

De westelijke eilanden, Flores en Corvo, zijn nog nauwelijks ontdekt door toeristen. Het landschappelijk diverse São Miguel is het bekendst als wandeleiland, hier zijn ruim dertig tochten uitgezet. De populairste wandelroutes gaan naar het mysterieuze meer Lagoa do Fogo en rond de blauwe kratermeren van Sete Cidades. São Jorge en Pico zijn ook niet te missen. Leuk pluspuntje van de Azoren: je kunt er walvissen spotten. De potvis is er het hele jaar, in het voorjaar zijn de blauwe vinvis (grootste dier op aarde), gewone vinvis en noordse vinvis te zien. Ook dolfijnen zwemmen er altijd. De website van de Azoren geeft een overzicht van de wandelmogelijkheden met kaartjes en downloadbare GPS-tracks. Op vijf eilanden zijn Grand Routes uitgezet, van zo’n 40 km.

Boek jouw wandelvakantie naar Portugal

De Cíes-eilanden in het Nationaal Park Islas Atlánticas de Galicia zijn ook al van die wonderen. Ze presenteren zich als het Spaanse antwoord op de Caraïben, en niet onterecht. Op een van deze drie eilandjes ligt volgens de Britse krant The Guardian het mooiste strand ter wereld: Playa Rodas. Toch zul je op de stranden geen vette toeristenmeutes aantreffen. Het aantal bezoekers aan de Cíes-eilanden moet vanwege de beschermde toestand beperkt blijven.

Naar de drie eilanden bij elkaar mogen per dag maar 2000 mensen. Alleen ’s zomers. De Cíes-eilanden zijn dan ook dé plek voor wie op zoek is naar de betere vorm van afzondering – hier voel je de diepere betekenis van het Spaanse woord isla, of het Italiaanse isola (eiland). Wandelaars en vogelaars halen er hun hart op. Er mogen geen fietsen op de eilanden. Auto’s al helemaal niet. Er zijn verschillende wandelroutes. De langste en populairste is de Faro-Mountainroute. De start is bij het informatiestalletje op het pad naar het O-Faro-eiland, later steek je de dam over die O Faro met de andere twee eilanden verbindt.

Meer informatie over de wandelingen

De nesofilielijder kan wel even vooruit! Aan de Bohuslän-kust van West-Zweden liggen de eilandwandelparels ook al voor het oprapen. De archipel bestaat uit duizenden eilanden. Sommige bewoond, veruit de meeste onbewoond. De noordelijkste: de Koster-eilanden. Bijna als geheel een natuurreservaat.

Kosterhavet is het eerste nationale zeepark van Zweden. Het gebied heeft een fabuleuze kustlijn van stranden en rotseilandjes – met bizarre vormen, geslepen door ijs, wind en water. De Koster-eilanden (Noord en Zuid) zijn maar klein. Er wonen ongeveer driehonderd mensen. Minder dan het aantal soorten dieren en planten. De eilanden hebben een unieke variatie aan flora en fauna. Auto’s komen er niet. Er zijn overal gemarkeerde (redelijk korte) routes, dus de wandelaar kan hier zijn hart ophalen.