Spotvogels in Amerongen

Nederland, Utrecht, Amerongen

De wandeling combineert het Cotlandenpad, een klompenpad door agrarisch cultuurlandschap, met een avontuurlijk struinpad door de uiterwaarden van de Neder-Rijn. U volgt mooie onverharde paden en zelfs op het struinpad door de Amerongse Bovenpolder houdt u meestal droge voeten. Op de heenweg trekken landgoederen en boerenerven met ‘ouderwetse’ boerennatuur de aandacht: zwaluwen scheren door de lucht, een koekoek roept vanuit de bosjes en de weilanden kleuren geel van de boterbloemen. De terugweg biedt een grandioos natuurgebied in de uiterwaarden, waar af en toe een zeearend gespot wordt.

Let op: deze route kent nogal wat operstapbruggetjes waar overheen geklommen moet worden.

De route volgt het Cotlandenpad, een klompenpad dat met paaltjes en stickers met een oranje klomp erop is gemarkeerd.
Start bij (1) Informatiecentrum de Groene Entree (Veenseweg 8, Amerongen, vanaf hier is de afstand van de route ca. 2 km langer) of bij (2) Kasteel Amerongen (vanaf de P de Drosteweg volgen, langs de muur van kasteel Amerongen, ri fietsknooppunt 17; vervolgens ri 18, later Kersweg, op vijfsprong links aanhouden, Zuyensteinseweg, klompenpad volgen).
Onderweg verlaat u twee keer de gemarkeerde route, zie 3 en 4.

3. In het bos aan de westkant van Landgoed Zuylenstein (na bruggetje en bank) het gemarkeerde pad verlaten en ra,
om na 500 m weer op een ander deel van het Cotlandenpad
uit te komen (dat vanaf Leersum komt).

4. Halverwege de wandeling, na een kort stukje over de Lekdijk, rechts aanhouden op de splitsing en het graspad volgen door de uiterwaarden van de Amerongse Bovenpolder naar Amerongen (struinpad opengesteld apr.-sep., van zonsop- tot zonsondergang; volg buiten deze periode het Cotlandenpad terug naar Amerongen).

5. Aan het eind van het uiterwaardenpad bij bord van Staatsbosbeheer rechtsaf naar de dijk. Op de dijk linksaf en na een tiental meters rechtsaf het pad op langs de gracht van het kasteel Amerongen. Dit pad volgen tot u weer op de Drosteweg bent.

Vanuit Amerongen wandelt u door boerenlaantjes naar de bossen van Landgoed Zuylenstein. Wind ruist door de populieren en in de wei laat het voorjaar zich zien met veulens, kalfjes en lammetjes. In april kleuren ‘gewone’ veldbloemen als paardenbloem, pinksterbloem en boterbloem de hooilanden. Dan verandert het landschap. Langs de kaarsrechte, statige lanen van Landgoed Zuylenstein staan machtige oude beuken en eiken. De lanen volgen oude ontginningskades langs weteringen en smalle stroken bos. In maart bloeit hier de bosanemoon. Het stille bos is een perfecte schuilplaats voor reeën. Die stilte wordt slechts onderbroken door de roep van een koekoek.

Een smal klompenpad, omzoomd door knotwilgen, elzen en bloeiende vlier, leidt naar de boerderij De Boterbloem. Op deze pachtboerderij van Landgoed Kolland (een recreatieboerderij met camping, boerengolf en escaperoom) vind je vertrouwde boerennatuur: zwaluwen en wegbermen vol fluitenkruid. Er wordt gemaaid, gehooid en mest uitgereden. Juist het gevarieerde agrarische beheer maakt dit gebiedje zo afwisselend en waardevol voor de natuur.

Tussen de Ameronger Wetering en de Lekdijk ligt Landgoed Kolland. Dit landgoed zonder ‘groot huis’ bestaat uit peren- en pruimenboomgaarden, eikenbosjes, essenhakhout en weilanden. Langs de randen van de akkers bloeien sleedoorns en fladderen vlinders.
Sinds lang wordt hier essenhout gehakt. Dat is te zien aan de oude stoven, het dikke onderste deel van de stam, waarvan de jonge takken worden afgehakt. Deze bosjes zijn uniek. Nederland is het enige land waar essenhakhout voorkomt. De hakhoutbosjes worden om de 7 à 8 jaar ‘afgezet’, en daartussen met rust gelaten. Hierdoor biedt het bos rust, ruimte en beschutting aan bijzondere planten en dieren, zoals het touwtjesmos, de ringslang en de kamsalamander. De kans dat u een slang of salamander ziet is klein. De ringslang is niet dol op wandelaars en zoekt stille plekjes op, net als de kamsalamander, die zich overdag schuilhoudt en die ’s nachts op zoek gaat naar voedsel. De spotvogel laat echter wel van zich horen, evenals allerlei andere zangvogels die hun territorium moeten verdedigen.
 

Schuwe spotvogel
De spotvogel is een schuw zangvogeltje dat de verre reis van Afrika naar West-Europa onderneemt om voor nageslacht te zorgen. Net zoals de meeste zangvogels is hij beslist niet monogaam. Aangekomen in zijn broedgebied begint hij hard te zingen in de hoop dat zijn zang in de smaak zal vallen bij een vrouwtje. Zijn gehoor is fenomenaal, want hij imiteert feilloos de zang van tientallen andere vogels. In Nederland is hij meestal te vinden in halfopen gebied voorzien van bosschages en struweel, waarbij de vlierstruik favoriet is. Tussen de takken, een eind boven de grond, bouwt hij van voornamelijk gras en wortels een nest, waarin het vrouwtje vier tot zes eieren uitbroedt.

Aan de andere kant van de Lekdijk wandelt u door de uiterwaarden van de Neder-Rijn. In de winter is de polder een belangrijk gebied voor ganzen en eenden die hier dan bij duizenden rusten, reden waarom de Amerongse Bovenpolder van oktober tot en met maart niet toegankelijk is.
Het uiterwaardengebied verkeert in zeer natuurlijke staat en heeft een grote dynamiek. Bloemenweiden wisselen af met moerasgebiedjes. Oude rivierarmen die regelmatig overstromen slingeren er dwars doorheen. Afwisseling is hier troef: de hogere weilanden en hooilanden worden voor een klein deel begraasd door koeien, de rest wordt overgelaten aan de natuur. In de graslanden staan ouderwetse veldbloemen en bijzondere planten als gulden sleutelbloem, grasklokje, kleine keverorchis en het zeldzame kluwenklokje. Grote meidoorns groeien op de oeverwallen langs de rivier. Hoog in de lucht zingt vaak een veldleeuwerik, een van de weinige vogels die zingt tijdens het vliegen. Al zingend stijgt de veldleeuwerik naar grote hoogte, om een tijdje te blijven hangen voor hij weer afdaalt.

In het uiterwaardengebied liggen enkele oude rivierarmen van de Rijn. Alleen de rivierarm De Hank voert permanent water. Als u aan de rand van deze oude rivierstrang gaat zitten, kan er zomaar een ijsvogel langs komen scheren. Of er strijken een paar ooievaars neer, die graag foerageren in de natte graslanden. Misschien ziet u op deze plek wel de Amerongse natuurfotograaf Harry van Emden aan het werk. Op een mooie avond eind april fotografeerde hij hier de roodborsttapuit, de blauwborst, de sprinkhaanzanger, de graspieper, de grasmus en de rietgors. Ook visarenden en boomvalken kreeg hij voor zijn lens.

Om de variatie in flora en fauna in de Amerongse Bovenpolder te vergroten zijn enkele kwelmoerassen uitgegraven, waar schoon en zuiver kwelwater van de Utrechtse Heuvelrug opborrelt. Zo ontstaat er meer open water en moeras en wordt het gebied nog geschikter voor amfibieën, moerasvogels en insecten.
Veel vogels voelen zich thuis in dit waterrijke gebied: lepelaar, blauwe reiger, zilverreiger, kievit, bergeend en smient. En dan zijn de als doodgewoon beschouwde vogels als grauwe gans en aalscholver nog niet eens genoemd. Plantenkenners ontdekken in het moeras lisdodde, munt, moerasspirea, egelskop, zwanenbloem, pitrus, kattenstaart, moerasvergeet-mij-nietje en gele plomp.

De zeearend profiteert van de natuurontwikkeling in de Amerongse Bovenpolder. De uitgestrekte rivier met zijn uiterwaarden is een geschikt jachtgebied voor deze grootste roofvogel van Europa, die vanwege zijn spanwijdte van ruim twee meter wel de ‘vliegende deur’ wordt genoemd.
De zeearend leeft in Scandinavië en zwerft in de winter naar het zuiden, soms tot in Nederland. Sinds een paar jaar ‘overzomeren’ enkele zeearenden in de Oostvaardersplassen en sinds 2006 broedt daar een paartje. Ook in de Lauwersmeer heeft een paartje inmiddels een nest bezet. Vogelaars die de verbodsborden overtreden en de zeearend te dicht naderen, kunnen in de Lauwersmeer rekenen op een boete van 1200 euro! In de Amerongse Bovenpolder wordt de zeearend enkele keren per jaar gespot.