Drie wegwerkers over de risico's van het vak

Kampioen december 2015

'Je wil niet weten wat ik naar mijn hoofd geslingerd krijg'

Als wij op één oor liggen, maken zij onze wegen mooier. En dat doen ze niet zelden met gevaar voor eigen leven. Drie wegwerkers over de risico’s van het vak.

Naam: Adrie van Deutekom (33)
Wegwerker sinds: 2002
Werk: wegafzettingen aanbrengen
‘Het gegil van de vrachtwagenchauffeur zal ik nooit vergeten. Het was 2 juni 2005. We waren gras aan het maaien op de A12 bij Maarssen, toen een vrachtwagen met een noodvaart op het werkvak inreed. 93 kilometer per uur, bleek later. Ik zat in de botsabsorber, een verzwaarde pijlwagen die de collega’s moet beschermen tegen aanrijdingen. Van de klap weet ik niets meer. Ik ben uitgestapt en zag een enorme ravage. Het is een wonder dat ik het kan navertellen. De vrachtwagenchauffeur was er slecht aan toe, hij zat klem achter het stuur. Achteraf hoorde ik dat hij zes rode kruisen had genegeerd. Zes weken later, tijdens het betonstorten op de A2, reed er wéér iemand op ons in. Toen ben ik wel een paar weken thuis geweest. Maar van stoppen wil ik niet weten. Je kunt dit werk niet doen als je beheerst wordt door de angst dat je van je sokken gereden wordt. Want dat risico is er elke dag opnieuw. Mensen rijden steeds vaker door een rood kruis. Of ze verzetten de pionnen om toch hun weg te kunnen vervolgen. Hup, dwars door de wegafzetting heen. Die asorijders zouden zelf eens een paar uur langs de pionnen moeten gaan staan! En toch, ‘s nachts werken is ook heel fijn. Ik ben een avondmens, heb geen 9 tot 5 mentaliteit: ik weet hoe laat ik moet beginnen, maar ik weet nooit hoe laat ik klaar ben.’

 

 

 

Naam: Edwin Bom (29)
Wegwerker sinds:
2013
Werk: bermen maaien
‘Ik kan niet voorbij een middenberm rijden zonder een blik op het gras te werpen. Dan denk ik: “goh, dat had wel wat netter gekund.” Van mei tot november maai ik middenbermen en knooppunten met mijn Vredo maaimachine. De rest van het jaar doe ik snoeiwerk. Ik vind het een mooi beroep, je hebt direct resultaat van wat je doet. En zo’n grote maaier heeft toch iets machtigs. Of ik thuis ook groene vingers heb? Neuh, in mijn tuin staat het gras een stuk hoger. Mijn wagen is uitgerust met een grote, verstelbare arm waarmee ik de groenstroken kortwiek. Om dat netjes te doen is best een uitdaging. Bermen zijn vaak glooiend en hobbelig. En ik moet heel wat kilometers maken. Maar geef mij Red Bull en ik kom de nacht wel door. Ik heb altijd twee blikjes bij me, het houdt me scherp en ik vind het lekker spul.
In onze wereld werken bijna geen vrouwen. Mannen onder elkaar, inderdaad. En omdat de meesten van ons veel ’s nachts werken, verplaatst een deel van je sociale leven zich automatisch naar de werkvloer. Ik zie de jongens meer dan mijn eigen vriendin! Maar het is niet alleen gezellig hoor, je moet elkaar ook kunnen vertrouwen. De man op de botsabsorber zit daar tenslotte ook voor míjn veiligheid.’

 

 

 

Naam: Guido Stender (37)
Wegwerker sinds: 2009
Werk: wegdek en tunnelwanden reinigen
‘Ik heb het meest ingewikkelde apparaat van allemaal. Wegdek reinigen, tunnelwanden wassen, vegen: het is een hele studie om zo’n ZOAB-reiniger te bedienen. Maar ik ben gewend om met grote machines te werken, zo heb ik ook jarenlang op de vrachtwagen gezeten. Daar ben ik mee gestopt omdat ik mijn gezin nooit meer zag. Nu kom ik om 6 uur ’s ochtends thuis en kan ik mee ontbijten. Daarna duik ik mijn bed in en als de kinderen ’s middags uit school komen, ben ik weer op. Je ritme verschuift.
Tunnels wassen vind ik het leukst, en opruimwerkzaamheden bij calamiteiten. Je ziet de meest verschrikkelijke dingen, daar moet je wel tegen kunnen. Maar je krijgt vanzelf een dikke huid. Joh, je wil niet weten wat ik allemaal naar mijn hoofd geslingerd krijg als ik bezig ben. Het blijft niet bij schelden, sommige mensen gooien zelfs blikjes naar je! Het is onmogelijk om dit werk nog overdag te doen; de tolerantiegrens van automobilisten wordt steeds lager. Ik snap dat niet. We zijn toch ook voor hen bezig? Een paar keer per nacht is het kantje boord. Dan komt er weer eentje rakelings voorbij met 170 km/u, of ze zitten te whatsappen achter het stuur. Het zou veel veiliger zijn als wegen helemaal afgesloten werden, maar dat kan vaak niet. Ik vraag me af of mensen wel beseffen hoe kwetsbaar we zijn.’