Zweedse karaktereilanden

Voor de 175 km Bohuslänkust liggen honderden Zweedse eilanden als strooigoed in de zee. Hier parkeren de Zweden na een lange winterslaap hun Volvo in de berm om te zeilen, te zonnen en een visje te grillen op hun eigen eiland. Een autoroute langs de Zweedse rivièra over drie eilanden met ‘eigen karakter’.

Koster-eilanden

Tegen de Noorse grens aan, ver in zee liggen de Koster eilanden. Op de eilanden wonen nu permanent driehonderd mensen. In de zomer vertienvoudigt dit aantal. Veel Zweden en Noren hebben hier een vakantiehuis, al generaties lang.

Zuid-Koster

Syd-Koster (Zuid-Koster) is zo’n 8 km² groot. Je ziet er geen verkeersborden, palmbomen, surfstranden, zebrapaden, auto’s of politie. Er is één eilandwinkel, één schooltje, één pinautomaat en er rijden vele Flakmopets, een soort brommerbakfietsen. Het is hét lokale vervoersmiddel. Eerste indruk: overzichtelijk.
Een eeuw geleden bloeide de haringindustrie op het eiland. Er was zoveel haring dat de vis letterlijk de kade opzwom. De zilveren visjes waren gouden handel. Totdat de haring plotsklaps verdween en daarmee de industrie en de vissers. Alleen een klein museum in de oude haringfabriek herinnert nog aan de zilveren eeuw van de Koster-eilanden.

Noord-Koster

Nord-Koster is kleiner (slechts 4 km²) en stiller dan zijn zuidelijke tweelingbroer. Veel natuurgebied, minder bebouwing. Op het eiland is na 110 jaar de vuurtoren weer in gebruik genomen. Vanaf de rotsige heuvel waar de kleine witte toren staat, heb je een 360 graden uitzicht over de Koster-archipel: honderden eilandjes liggen als vette grijze zeehonden in zee. Ondanks de geringe omvang, vind je op het eiland een sterk uiteenlopende flora en fauna. In het westen van het Nord-Koster liggen kale steenformaties, platte rotsen en keien die onder de verstikkende druk van tonnen ijs-uit-de-IJstijd zijn gevormd. In het oosten ruisen dennenbomen en overleeft heide op de arme zandgrond.

Grebbestad & Fjällbacka

Dikwijls eindigt de weg langs de Zweedse rivièra doodleuk in het water. Op weg naar het zuiden wacht je meer op veerbootjes dan voor stoplichten. Het zorgt voor een heerlijk ritme waarbij asfalt plaats maakt voor water, zon en meeuwen. Passeer het dorpje Grebbestad (goede plek voor kreeftenlunch) en Fjällbacka (vooral bekend vanwege de vakantieresidentie van de in 1982 overleden Ingrid Bergman). Land- en zeeleven gaan hier naadloos in elkaar over. Langs de kust waan je je dikwijls in Monaco of Saint-Tropez, iets meer landinwaarts grazen koeien en maaien de boeren het land.

Gullholmen

Dit vissersdorpje is even prachtig als de toeristische streekgenoten Smögen en Lysekil (het Zweedse Monnicken- en Volendam), maar vele malen rustiger. De huizen liggen opeengepakt op kale grijze rotsen, alsof ze voor het wassende water gevlucht zijn naar het hoogste punt. Het dorp is, verrassing, alleen bereikbaar met de veerboot. Of als je geluk hebt, liftend met een plaatselijke vissersboot.

Marstrand

Eilandstad Marstrand is klein Monaco mét houten huisjes, klinkerpaadjes en zeilbootjes. Bij het pontje presenteert de stad zichzelf als dé zeilhoofdstad van Zweden. Iets wat de plaatselijke middenstand maar wat graag benadrukt met ankertjes, houten meeuwen op steeltjes en zeemanspetten, overal in de etalages. Scheepswerven maken hier geen platbodems, maar luxe jachten.

Afgezien van het in renaissancestijl gebouwde Grand Hotel, de Mariakerk, het badhuis en het Carlstens fort, is het hier vooral zien en gezien worden. Leuk voor een dag, maar daarna wil je weer terug naar de gewone mensenwereld.

Bekijk de rondreizen van onze partners

Pharos Reizen

SNP Natuurreizen