Zweedse karaktereilanden

Voor de 175 km Bohuslänkust liggen honderden Zweedse eilanden als strooigoed in de zee. Hier parkeren de Zweden in het weekend hun auto in de berm om te zeilen, te zwemmen of een visje te grillen. Rij vanaf de stad Göteborg naar het noorden en ontdek binnen een uur deze kalme, Zweedse kustplaatsen. Weidse landschappen, grijs-blauwe luchten en eilanden met een geheel eigen karakter liggen voor je in het verschiet. 

Marstrand

De eerste stop: eilandstad Marstrand. Je laat de auto achter op het eiland Koön en stapt voor 5 minuten op de ferry. Een klein Monaco mét houten huisjes, klinkerpaadjes en zeilbootjes komt tevoorschijn. Bij het pontje presenteert de stad zichzelf als dé zeilhoofdstad van Zweden. Iets wat de plaatselijke middenstand maar wat graag benadrukt met ankertjes, houten meeuwen op steeltjes en zeemanspetten, overal in de etalages. 

Het in renaissancestijl gebouwde Grand Hotel, de Mariakerk, Societetshuset, het badhuis en het Carlstens fort zijn een bezoek waard. Op 45 minuten rijden van de binnenstad van Göteborg is het hier alleen vooral zien en gezien worden. Scheepswerven maken hier geen platbodems, maar luxe jachten. Marstrand is leuk om een dagje rond te wandelen, te winkelen of om er een lunchpauze te plannen. 

Gullholmen

Dit vissersdorpje is even prachtig als de toeristische streekgenoten Smögen en Lysekil (het Zweedse Monnicken- en Volendam), maar vele malen rustiger. De huizen liggen opeengepakt op kale, grijze rotsen, alsof ze voor het wassende water gevlucht zijn naar het hoogste punt. Het dorp is, verrassing, alleen bereikbaar met de veerboot. Of als je geluk hebt, liftend met een plaatselijke vissersboot. Op Orust parkeer je de auto en daarna vaar je in ongeveer 10 minuten naar het eiland Gullholmen. 

Dit dorpje staat bekend als het meest dichtbevolkte stukje van Zweden. Gelukkig is het grensende eiland Härmanö een stuk groter. Daarvan is maar een klein deel bebouwd en het grooste deel is beschermd natuurgebied. Te voet ontdek je de heide, bos, baaien en vele rotsen. 

Fjällbacka & Grebbestad

Land- en zeeleven gaan hier naadloos in elkaar over. Langs de kust waan je je dikwijls in Monaco of Saint-Tropez, iets meer landinwaarts grazen koeien en maaien de boeren het land. Op weg naar het noorden wacht je meer op veerbootjes dan voor stoplichten. Het zorgt voor een heerlijk ritme waarbij asfalt plaats maakt voor water, zon en meeuwen.

Volg de weg E6 naar het noorden. Eigenlijk bij elke afslag die je neemt eindigt de weg langs de Zweedse rivièra aan het water. Rij naar Fjällbacka, wat vooral bekend is vanwege de vakantieresidentie van de - in 1982 overleden - Ingrid Bergman. Hier wandel je ook door de Kungsklyftan kloof richting de Vetteberget, waar je een prachtig uitzicht geniet over het eiland. Of passeer het dorpje Grebbestad voor een goede lunch of diner met kreeft. 

Koster-eilanden

Zuid-Koster

Tegen de Noorse grens aan, ver in zee liggen de Koster-eilanden. Omringd door het Kosterhavet National Park is dit een locatie zoals je uit films en boeken kent. Syd-Koster (Zuid-Koster) is zo’n 8 km² groot. Je ziet er geen verkeersborden, palmbomen, surfstranden, zebrapaden, auto’s of politie. Er is één eilandwinkel, één schooltje, één pinautomaat en er rijden vele Flakmopets, een soort brommerbakfietsen. Het is hét lokale vervoersmiddel. Lekker overzichtelijk. 

Een eeuw geleden bloeide de haringindustrie op het eiland. Er was zoveel haring dat de vis letterlijk de kade opzwom. De zilveren visjes waren gouden handel. Totdat de haring plotsklaps verdween en daarmee de industrie en de vissers. De reden om hier nu naartoe te gaan zijn de koudwater koraalriffen. Het prachtige natuurpark heeft ruim 12.000 verschillende levende wezens te bieden, zowel boven als onder water

Noord-Koster

Met een klein pontje ga je naar het andere eiland. Nord-Koster is kleiner (slechts 4 km²) en stiller dan zijn zuidelijke tweelingbroer. Veel natuurgebied, minder bebouwing. Op het eiland is na 110 jaar de vuurtoren weer in gebruik genomen. Vanaf de rotsige heuvel waar de kleine witte toren staat, heb je een 360 graden uitzicht over de Koster-archipel: honderden eilandjes liggen als vette grijze zeehonden in zee.

Ondanks de geringe omvang, vind je op het eiland een sterk uiteenlopende flora en fauna. Ook hier kun je zwemmen in de diverse baaitjes met goudgele stranden. In het westen van het Nord-Koster liggen kale steenformaties, platte rotsen en keien die onder de verstikkende druk van tonnen ijs-uit-de-IJstijd zijn gevormd. In het oosten ruisen dennenbomen en overleeft heide op de arme zandgrond. Klein en groots tegelijk.

Zin om deze herfst in Zweden door te brengen?

Bekijk eens de rondreizen van ANWB

Misschien vind je dit ook interessant:

Verkeer in Zweden
Praktische informatie Zweden
De top 10 van Göteborg