Tips voor een rondrit door Catalonië

Eerder verschenen in Kampioen

Verwennerij achter Barcelona

Barcelona is mooi. Maar het achterland van Catalonië is om je vingers bij af te likken. Een rondrit langs kloosters, wijngaarden en verrukkelijke dorpjes.

Tekst Harri Theirlynck, fotografie Ruben Drenth

In Lleida vraagt Eva: ’Komen jullie zondag bij ons in de tuin slakken zoeken en eten?’ Jawel, Catalonië verrast. Barcelona is de wonderschone hoofdstad. Maar de kraamkamer van de Catalaanse pracht en verwennerij ligt in het achterland. In de wijngaarden, barretjes en mysterieuze kloosters en op de dorpse plaza mayors. We rijden via Girona (zeker bezoeken!) en kraterstadje Olot naar de Catalaanse Pyreneeën. Getande bergtoppen en alpiene weiden zuigen ons het bergland in. Verrassing nr. 1: Santa Pau, een op een heuvel wiebelend bergdorpje, heeft één hotel maar dat heeft wel een Japanse wc, zo’n high tech-pot die spuit, blaast, droogt en trilt. Verwacht je niet in Europa, en zeker niet in de vulkanische Garrotxa. Dorpshotel Cal Sastre van Jesús Pont is een haardje van gastvrijheid en het bewijs dat je niet in Barcelona moet blijven hangen. Jesús start het diner met een olijf op een stokje, gedoopt in Martini, zeg maar het vegetarisch snoepje van de omgeving. Zijn vrouw Eva, van het type ‘sorry for my English’ (om daarna los te barsten in razendsnel en jaloersmakend Engels), vuurt wandeltips op ons af. De gele booglampjes onder de arcades maken de nachtlucht van honing. Aan de toren wappert La senyera, de Catalaanse vlag. Iedereen in dit dorp heeft een rood-geel gestreept hart.

’s Ochtends doen we nog een snelle wandeling rond de Santa Margarida, de grootste vulkaan. Op de kraterbodem staat een piepklein kapelletje. Binnen twee uur zit je in het broeierige Sitges, aan de kust, waar het avontuur van de muren druipt. In de oude stad staan romige art nouveau-huizen, van de mensen die in de 19de eeuw terugkeerden uit de ex-koloniën. De ‘Cubanen’ zetten twee palmen in de tuin en een uitkijktoren, om te speuren naar aankomende vrachtschepen. Het zijn nu vaak bekoorlijke hotels.

Sitges is spannend. 29.000 inwoners, 70 nationaliteiten en een grote homogemeenschap zorgen voor een levendige atmosfeer en eindeloze feesten. De stranden liggen voor de deur. In de oude stad wemelt het van bars, boetieks en designwinkels. Sitges is een stad van kleurrijke mensen. Het Cau Ferrat Museum, voormalig woonatelier van schrijver-schilder Santiago Rusiñyol, herbergt een magnifieke collectie IJzersmeedkunst; nooit geweten dat deurkloppers en sluitwerk zo kunnen boeien. Daartussenin hangen doodleuk twee El Greco’s en een vroege Picasso, een vriendje van Rusinyol. Een Venetiaans luchtbruggetje leidt naar een tweede museum: Maricel de Mar. De toegang is Sitges-blauw, veel mooier kan blauw niet worden. Het balkon, met Arabische fonteinen, geeft uitzicht op een mediterrane zee vol glinsterende schubben.

Piepend koper

Terug naar de rust van de heuvels. Het middeleeuwse dorpje Montblanc is een mini-Catalonië. Het wordt omringd door dansende muren en dertig torens. Het is de week van de Festes de la Serra en op de Plaza Mayor staan enorme houten reuzen klaar, de potige dragers ernaast. Wij krijgen, als enige Nederlanders, een hand van de burgemeester, en doen al snel mee met de plechtige pasjes van La Sardana, de bloedserieuze Catalaanse volksdans. De begeleidende blaasmuziek is schaterend schel, vol zoet en piepend koper plus één trommeltje.

De lange Carrer Major van Montblanc telt culi-shops die je eerder in Amsterdam-Zuid verwacht. Specialiteiten: Montblanquins, amandel met suiker, orelletes (‘kleine-oortjes’-gebak). Confiteria Andrew (’175 jaar’) heeft Parijse allure. Achter de bar van café Cal Jordi staat een zwetende man in lang baseball shirt, met zó’n gemene kop dat je voor je leven vreest. Hij loopt monkelend voor ons uit naar een verstopt restaurantje, waar hij zich ontpopt tot maître d’, sommelier en klasse-ober. Onze vooroordelen smelten als een ijsblok in warm water.
De wijnflessen in de Barcelonese bars zijn geboren in het achterland. Bij de hippe wijnmakerij Jean Leon in de Penedès (Frank Sinatra kneep Leon ooit goedkeurend in de wang, dan deug je) herkennen we de retrolabels van de ‘3055’-wijn, een topper in hartje Barcelona.

In de wereldberoemde wijnstreek Priorat, anderhalf uur verderop, leidt natuurgids Paul, een getatoeëerde Engelsman, ons rond in een paradijs vol wijngaarden. De wortels en stammen moeten keihard werken om een klimaat van ’s winters -15 en ’s zomers tot 45 graden te kunnen overleven. Het levert de fonkelende DOQ Priorat op, die we proeven in een monumentale wijnkelder, mede-ontworpen door een leerling van Gaudí. ‘Goede neus Paul’, zeggen we, en hij glundert. De Priorat ligt in de kom van het Montsantgebergte, een wandelstreek vol slangen, zwijnen en wilde katten, die doet denken aan een weelderig Caribisch eiland

Acht nonnen

Omdat een mens niet alleen op wijn en Iberische ham leeft, bezoeken we een van de beroemde cisterciënzerkloosters van de Ruta del Cister. Het zusterklooster van Vallbona de les Monges is een pareltje. Zuster Josepa, in vol habijt, leidt ons door de verstilde, romaans-gotische kloostergangen. ‘Er wonen hier nog acht nonnen’, zeg ze. Eerbiedig schuifelen we over de grafstenen van gestorven nonnen.
Zuster Josepa: ‘Elke dag staan we om zes uur op. Eén keer per maand zijn we vrij. Sommige zusters gaan dan in een andere kerk bidden. Of het kerkdak op, om over het dorp te kijken.’
Het brengt ons, van de onmatige culi-tour, in lichte verlegenheid.

Alle wegen leiden naar Barcelona

We zien bars met wijnen waarvan de geur van de wijngaarden nog in onze neus hangt. Rond de Ramblas maken we een tapastour met Paula, die een prettige voedselobsessie heeft. Stampen met haar rechtervoet betekent: koperen plaatje in de grond voor een traditioneel familiewinkeltje, waar je voortreffelijke noga of olijfolie kunt kopen.
Rollende ogen en wegwerpgebaar betekent: ‘Horrrrible!’ ’Geen enkele Barcelonees eet op de Ramblas’, zegt Paula. De beste ham, vis of tapas op de spectaculaire La Boqueria-markt? Paula kent elke verkoper. De fijnste churrosbar? Paula sleept ons naar Granja La Pallaresa. Ze leert ons pintxos (Baskisch tapas) bestellen bij restaurant Orio. Voor de rekening telt de ober het aantal afgekloven prikkertjes.
‘En als ik er nou eentje verstop?’ Paula: ‘Wie doet dat nou? Het is een kwestie van vertrouwen.’

Altijd handig

• Nog 8 tips voor Catalonië: zie anwb.nl/tips-catalonie.
• De Groene Reisgids Catalonië/ Barcelona (Michelin), € 22,50, anwb.nl/webwinkel.
• Catalonië (hoofdstad Barcelona) is bijna zo groot als Nederland. Het strekt zich uit van de kust (580km!) tot de Pyreneeën.
• Meer info: Spaans verkeersbureau, www.spain.info.