4x De W's van La Alpujarra

Tussen de hoogste pieken van het Iberisch Schiereiland en de Middellandse Zee ligt La Alpujarra. Hier stuit REIZ& op 4 mirakels: wonderschone witte dorpen, een woest & wild wandelmekka, welzijn voor lichaam & geest, en de wetenschap dat hier de wereldgeschiedenis werd bepaald. 

Leestijd: ongeveer 9 minuten 

De W van Wit

José Antonio Jiménez Rodríguez wil iets kwijt. De kleine man in bergsportkleding, met priemende ogen en stekeltjeshaar, maakt een beweging dat we  moeten luisteren. ‘Denk niet’, zegt hij, ‘dat het hier Spaans is, of juist Arabisch. De cultuur van La Alpujarra is een typische mengcultuur.’ Aldus raken we aan de praat. Over de regio, de flamenco, de landbouw van de Moren, en over bloed. ‘Wacht maar’, zegt José, ‘het bloed en de Moren komen straks. Eerst wil ik jullie ons mooie dorp Capileira laten zien.’ Dat komt goed uit. Want we zijn hier ook om uit te vogelen welk suikerklontdorp van de Alpujarra nu het allermooiste is.

'Kijk gerust rond!'

Capileira ligt hoog. Met 1436 meter slechts 40 meter lager dan het hamdorp Trevélez, volgens velen het hoogste van Spanje. Er hangt een kraakverse lucht. Je hebt er uitzichten op valleien en bij helder weer op de toppen van de Sierra Nevada. Hier leven bergbewoners: stug, teruggetrokken en ondanks
alle toeristen die het dorp bezoeken, niet van plan iets aan hun leefstijl te veranderen. We lopen door de nauwe straten. Een poes kijkt argwanend door
de spleet van een deur, zijn baasje maakt zich uit de voeten. Een paar huizen verderop sluit geruisloos een deur van een wit huis met plat dak en ook zo’n
typisch door de Moren bedachte overkapping over de straat, een tinao. Altijd handig om je ezel onder af te laden. Een straat naar beneden schiet een man
een trapje af naar een huis met een terras. Er staat een bord bij de trap. 4 Stagiones. Arte y té.

Ik volg hem. Het huis is een galerie annex tearoom. ‘Eigenlijk zijn we dicht, maar kijk gerust rond’, zegt eigenaar Jaime Avilés Campos. ‘Ik haal intussen de
was binnen, volgens mijn telefoon gaat het zo regenen!’ Jaime is kunstenaar. In de galerie staat een grote houten gastentafel tussen de kunstwerken.
‘In elk jaargetijde is het hier schitterend’, zegt hij. ‘Vandaar de naam van de galerie. Jullie zouden hier in de winter nog eens moeten terugkomen, dan kun
je het zelf zien.’

We beloven het, en gaan terug naar Pampaneira. Daar is het nu druk. Bijzonder druk zelfs in de winkel annex tapasbar La Moralea. Een propvolle delicatessenzaak waar je alles wilt meenemen, en waarvan je al weet dat je later spijt krijgt dat je niet meer meegenomen hebt (terug in Nederland was de chorizo binnen 5 minuten op). Je blijft er voor een drankje en een hapje. De beste tapas die we tot nu toe hebben geproefd. Wat zeg ik, die we ooit
hebben geproefd.

'Tuurlijk señora!'

Een nieuwe dag, een nieuwe vallei. Vandaag speuren we de minder bekende Tahávallei af, naar nóg mooiere dorpen. In Mecina Fondales beginnen we
een wandeling (zie ook De W van Wandelmekka) en vallen meteen met de neuzen in de boter. Dit dorp is om in een doosje zuinig te bewaren! Het wit knalt
je ogen in. Gekleurde streepdoeken hangen voor de deuren. Er zijn geen toeristen noch voorzieningen daarvoor, je duikt direct de Moorse middeleeuwen
in. Er komt een man met een muildier voorbij, en een oude vrouw met twee kalebassen. Ze vraagt of ik ze naar de hoger gelegen straat wil brengen. Tuurlijk señora!

Het volgende dorp is Ferreirola. Ook ongeschonden en helwit. Er is een fontein en een lavadora, een wasplaats met wasborden. Eén winkel met lederen
souvenirs, en achter een felblauwe deur B&B Sierra Y Mar van het Deens-Oostenrijkse koppel Inger en Sepp. ‘Het is hier anders dan in de Poqueiravallei’,
weet Inger. ‘Hier is niets, daar alles.’ Het is in het dorp inderdaad doodstil. Een ideale uitvalsbasis voor wandelaars, of gewoon om enkele nachten te slapen
en je te verzoenen met alles. De andere dorpen van de vallei zijn een fractie minder stijlvast. Hoewel het kleinste exemplaar, Atalbeitar, er ook fraai bijligt.

Alles is hier mini: het dorpsplein, de straten en de voorzieningen (nul). Katten hebben dit dorp overgenomen. De enige andere levende wezens horen
bij een bouwvakkersploeg die druk doende is met het opknappen van dos casas.

De W van Wandel Mekka

Je kunt een jaar wandelen door de Alpujarra en nog niet alle paden hebben gezien. Dit is niet bedoeld als een ontmoediging! Sterker, zonder in La Alpujarra te hebben gewandeld kun je niet naar huis. Om uit alle mogelijkheden wijs te worden, heeft elk soort wandeling zijn eigen bewegwijzering. Groen-wit voor lokale paden (minder dan 10 km), geel-wit voor regionale paden (tussen 10 en 15 km) en rood-wit voor GR’s, de Gran Recorridos (meerdaagse wandelingen, langer dan 50 km). De GR der GR’s is hier de GR7, onderdeel van de E4, een wandelroute dwars door Europa. Deze King of Walks is – ook als je er maar een stukje van doet − goed voor het ‘van alles los’ wandelgevoel. Bijvoorbeeld het fijne traject tussen Pampaneira en Trevélez, goed voor een lange dag (of twee korte). Maar ook de GR142 (139 km), bijgenaamd la Senda de la Alpujarra, is erg geschikt om een stukje van te doen. Deze route loopt wat lager dan de GR7, van Lanjarón naar Fiñana.

Topdwang

Actie dus! Maar eerst even zeuren. ‘Er zijn zestien drieduizenders hier’, zeg ik tegen reisgenoot John. ‘Dan moeten we toch op minstens één zo’n topje
hebben gestaan?’ ‘Ja, leuk’, zegt John, ‘Maar het is net nu bewolkt! En vier dagen hebben we niet.’ Eigenwijs zoek ik ’s avonds uit hoe je wandelend de
hoogte in kunt komen. Dat kan simpel, door morgen vanuit Capileira eerst de bus te nemendie de hoogte in gaat over de weg die voor het andere verkeer gesloten is. Super! Maar dan volgt het dompertje. ‘Sorry, morgen rijdt de bus niet wegens stormvoorspelling’, zegt de señora van het busbedrijf.

100% genieten

Gelukkig zijn er meer paden. We kiezen voor de sendero local Pitres-Ferreirola, door de dorpen van de Tahávallei. Die heeft een stevige bonus, want je
komt zo door Mecina Fondales, het mooiste witte dorp (zie onder De W van Wit). Dit is een route waarop je eenzaam over in rots uitgehouwen ezelpaden
loopt, lichtvoetig omhoog en omlaag. Er is uitzicht (oké, bij helder weer) op de hoogste bergtoppen van het Spaanse vasteland. Maar zelfs als je die niet ziet, is er genoeg. De route komt langs pietepeuterige akkertjes met keuterboertjes en gigantische kastanjebomen. Overal klatert water, zoals in de acequias, de irrigatiekanalen die door de Moren zijn aangelegd en nog immer in gebruik zijn.Niet moeilijk voor te stellen hoe het hier was in de middeleeuwen. Ook heerlijk. Dit is 100% genieten. Elke neiging tot topdwang verdampt.

De W van Welzijn

Oplaadpunt voor lichaam én geest, daar staat La Alpujarra sinds jaar en dag om bekend. Lanjarón is het beroemdste hersteloord. Hier was het in de jaren ’20 en ’30 altijd feest. Het balneario (badhuis) had de grootste feestzaal van Europa. In plaats van dat de dorpelingen naar Granada trokken om daar uit
te gaan, kwamen de Granadijnen naar het mondaine Lanjarón. Net als later de turistas, die hier natuurlijk ook kwamen voor het genezende water.

Tegenwoordig is het mondaine naar de achtergrond verdwenen, hoewel de nieuwe burgemeester (‘Met PR-achtergrond’, zeggen ze trots in het dorp) daar
iets aan verandert. ‘Elke dag is er een festival en is er niets te vieren, dan verzinnen we wat.’ Een kuuroord is Lanjarón nog altijd. Zij het eentje van het
ouderwetse soort. Als ik er binnenloop, lijkt het wel of ik een bijrol in een Oost-Europese film speel. Over oplaadpunt gesproken, net vanavond vindt de processie van Lanjarón plaats. Het dorp is ervoor uitgelopen. Een joekel van een Heilige Dolores wordt door 24 mannen naar buiten gedragen en gaat een paar uur lang het dorp door. Er is muziek, mensen vragen wat we van Dolores vinden, en we voelen ons zeer welkom.

Gelukkig word je sowieso

Nóg meer zielerust vinden we op een Tibetaanse heuveltop. De wind ruist er door de bladeren. In een oude eik wapperen boeddhistische vlaggetjes. Er
tinkelt een klok, er draait een gebedsmolen. Nee, we hebben niet aan de lokale bedwelmende middelen gezeten. Dit is echt! We zijn in O.Sel.Ling, een Tibetaans klooster. Een verwarrende plek, je zweert dat je in Tibet bent. Het klooster ligt op eenzame hoogte. Bij de poort hangt wat uitleg naast een portret van de Dalai Lama. Er is een openbaar deel en een afgesloten deel voor mensen die hier komen om te (leren) mediteren.

In het openbare gedeelte is een peregrinaje langs vijf heiligdommen uitgezet, een wandeling van ongeveer een half uur, als je tenminste niet gaat mediteren onderweg. Eerst kom je bij een gigantische gebedsmolen. Dan volgen twee stoepa’s, een kleine en een grotere. Heb je geluk, dan zie je vanaf die stoepa’s zowel de zee als de toppen van de Sierra Nevada. Gelukkig word je sowieso. Het zien van een stoepa zorgt voor het verdwijnen van negatieve gedachten.

Hoog boven het dal

Op de laatste dag in La Alpujarra overkomt het ons. De totale ontspanning. Zelfs het rijden in een auto geeft hier inmiddels een gelukzalig gevoel. Op de
zuidelijke weg, de A348, is het uitzicht overal zó prettig dat je erin verdwijnt, als een zacht neuriënde hommel in een welriekende bloem. Hoog boven het dal rijd je, je ziet nog net dat er beneden ooit een rivier heeft gestroomd. Het zijn wegen waarop ze autoreclames filmen, met zicht op heuvels vol olijven amandelbomen. Stap uit – er zijn overal parkeerhavens met uitzicht – en je voelt de stilte.

De W van Wereldgeschiedenis

Er is niets gewoon Spaans. Dat begint al met de namen: Al-Andalus is de naam die de Moren gaven aan het gebied. La Alpujarra komt vermoedelijk van al busherat, het grasland. Mulhacén is afgeleid van Muley Abul Hassan, de voorlaatste moslimkoning van Granada, over wie een legende vertelt dat hij op de top van de gelijknamige berg is begraven. De Guadalquivir, komt van al-wadi al kabir, grote rivier, en Alhambra van Al-qala al-hamra, het rode fort.

In La Alpujarra trok de laatste Arabische heerser Boabdil zich terug toen hij het Alhambra in Granada moest verlaten. Begin hier daarom je tocht (reserveren verplicht!), rijd vervolgens naar de plek waar Boabdil volgens de legende nog één keer omkeek naar zijn geliefde rode fort, de bergpas die nu heel romantisch De Poort van de Zucht van de Moor heet.

'Wat valt je op?'

‘Huil niet als een vrouw om de stad die je niet kon verdedigen als een man’, beet zijn moeder Boabdil toe. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er wel wat
fantasie nodig is om nu nog de romantiek van de plek te zien. Je rijdt er zo voorbij. Maar dat doet er nu even niet toe. De Europese, zo niet wereldgeschiedenis zou anders zijn gelopen als Boabdil niet hier had gestaan, maar in zijn Alhambra had kunnen blijven. En dat hád gekund! In de 14de eeuw was het Moorse rijk in Zuid-Spanje nog groots, vooraanstaand op wetenschappelijk en cultureel gebied, en een belangrijke schakel in de handel rond de Middellandse Zee.

Maar dan rukken de katholieken op, en jagen ze de moslims over de kling. Boabdil sluit een deal met het Spaanse koningspaar Isabel en Ferdinand: hij mag terug naar Granada, maar moet veel goud en delen van het emiraat afstaan. De deal blijkt zo lek als een mandje. Granada wordt omsingeld. Op 2 januari 1492 geeft Boabdil zich over, in ruil voor ballingschap. De Moren mogen zich met behoud van geloof en gewoonten vestigen in La Alpujarra. Een afspraak die later ook weer geschonden zal worden.

Met de José uit het begin van dit verhaal staan we op een uitkijkpunt net voorbij Capileira. ‘Kijk!’, roept hij, ‘wat valt je op?’ Eh… John en ik aarzelen. ‘Terrassen natuurlijk!’, zegt José. ‘De landbouwcultuur van de Moren!’ Uniek, legt hij uit. ‘De irrigatiekanalen, de acequias, die zijn nog steeds in gebruik. Honderden kilometers hebben we, als haarvaten waardoor je bloed stroomt. Die hele  agrarische infrastructuur hier is Moors. 100%! Ach, van landbouw hadden de Spanjaarden die hier in de middeleeuwen woonden geen verstand. De Moren des te meer! Daarom ook mochten hier families blijven toen de Moren verder uit Spanje werden verjaagd. Zij alleen wisten hoe het systeem werkte.’

José zucht diep. ‘De deal hield geen stand. Er vloeide bloed. Ze zijn ook hier verjaagd of vermoord. In 1610 was er geen Moor meer over.’ We wandelen door Pampaneira. Door het midden van de straat klatert een kanaaltje. José klaart op. ‘Zie je wel, ze werken nog steeds! Hebben jullie zin om nu wat tapas te proeven?’

Naar La Alpujarra

Reizen naar La Alpujarra

Bekijk het reisaanbod naar Andalusië van onze reispartner SNP.

Met de auto naar La Alpujarra

Tussen Utrecht en La Alpujarra ligt 2250 km snelweg. Plan je route met de routeplanner.

Met het vliegtuig naar La Alpujarra

Vliegen naar La Alpujarra doe je op Granada of Malaga. Een retourticket is te koop vanaf ongeveer € 200,-

Huur een auto in Granada of Malaga

Boek vooraf online een huurauto in Malaga of Granada met ledenvoordeel bij Sunnycars.

Reisgidsen en kaarten Andalusië

Bekijk hier het reisgids- en kaartaanbod van Andalusië in de ANWB webwinkel.

Misschien vind je dit ook interessant:

Praktische informatie Spanje
10 tips vakantie Spanje