Reisverhaal: 'wat lopen' over de Wadden

(Een beetje) op reis in tijden van corona

ANWB-redacteur Kees Lucassen haalt een mooie reisherinnering op van toen hij ging wadlopen. Zo kun je in deze tijd tóch nog een klein beetje op reis, samen met Kees.

‘Het zit zo’, sprak de hoofdredacteur. ‘We sturen iemand naar Dokkum. En naar Lauwersmeer en Schiermonnikoog, twee nationale parken om foto’s te maken. Wil jij mee voor de tekst? En oh, je moet dan ook wat lopen, dat vind je toch niet erg?’

Braaf knikte ik ja en enkele dagen later vond mijzelf terug in Dokkum. Waar, zoals wij allen weten, Bonifatius wreed is vermoord, kreeg ik een kamer in Hotel de Abdij. Aan de Markt naast De Veehandel*, een café dat veel publiek trekt, weet ik nu. En rond vier uur ’s nachts sluit, weet ik nu ook. Waarna ik nog 1 uur kon slapen, want John - de fotograaf - zou om half zes voor de deur staan om samen wat te gaan lopen.

Vindt u dat vroeg? Dan bent u geen fotograaf. Fotografen kicken op het gouden uur, als de zon opkomt, en tijgeren derhalve regelmatig voor dag en dauw door het struikgewas, de telelens scherpstellend op een hitsige hop, wulp of kwak.

Maar goed, ik kende die John nog niet. Vooraf hadden we enkel per mobieltje contact gehad, waarbij hij mij het advies had gegeven een setje droge kleren in een plastic zak mee te nemen. We zouden wel eens nat kunnen worden. Voor vandaag is echter geen druppel neerslag voorspeld.

Bij het krieken der dag ontmoet ik John voor De Veehandel. Energieke vent. Zo’n vent die je op z’n woord gelooft als hij je vertelt dat z’n vader solo piano’s verhuist en moederlief fluitend beton vlecht. Met benen als boomstammen en een IKEA Billy-brede torso, behangen met camera’s en lenzen. ‘Tja, ’t is niet niks’, geeft hij ruiterlijk toe. ‘Wil jij daarom dit dragen?’ Waarna ik een forse rugzak krijg, gevuld met kleren, schoenen, een flacon Nivea zonnespray, een EHBO-doos, een telefoonoplader en nog wat dingen. ‘Geen probleem’, zeg ik. ‘Waar gaan we heen?’
‘Lauwersoog, het verzamelpunt!’
‘Het verzamelpunt?’
‘Jazeker, we gaan met een groep.’

Voor restaurant Villa Zeezicht in Lauwersoog monster ik die groep. Mannen en vrouwen met kleine rugzakjes en gespiede ballonkuiten. Dan pas valt het kwartje: ik ga nu helemaal niet wat lopen.

Ik ga wadlopen!

‘Eerste keer zeker?’ gromt een wandelrot met een haaientand om zijn nek, mijn niet geringe bepakking vorsend. Ik knik bevestigend, waarop de man quasi-bewonderend mompelt: ‘Zo hé, en dan meteen de zwaarste tocht, jij durft.’

Denkend aan mijn slaaptekort voel ik me nu plots wat zwakjes. Met een verkrampte glimlach hoor ik mezelf zeggen: ‘Ach ja, ik loop wel vaker, maar wat gaan we nu ook al weer doen vandaag?’ 
‘Nu? Met de bus naar de kust bij Kleine Huisjes.’
‘En dan?’
‘Dan naar Schiermonnikoog. Dwars door de Waddenzee. Ruim twintig kilometer baggeren door werelderfgoed. Machtig mooi!’

Breeduit grijnzend wijst Haaientand naar een stipje, trillend aan gindse horizon, om daarna mijn schouder een beuk te geven. Ongetwijfeld bemoedigend bedoeld, maar het beoogde effect blijft uit. Voelde ik mij zojuist nog wat zwakjes, nu lijken hart en maag van plaats te wisselen. Ook stuiteren er vreemde vragen onder mijn schedeldak. Waar is hier de nooduitgang? Ga ik spoedig Bonifatius zien? Mocht ik dit overleven, hoe vermoord ik dan de hoofdredacteur?

Dan steken we van wal. Te voet. Slibsjokkend door kwelder. Slofspetterend richting Lutjewad, Groningerbalg en Brakzand. We spotten zeehonden, kanoeten, boormosselen en kokkelfonteintjes. Haaientand wijst en legt uit. John redt een klutenkleuter van de dood. De wereld wordt plat, wijder dan weids en fonkelt, als met diamanten bezaaid. En als ik zes uur later roodbruin glimmend op de krakende veranda van strandtent Paal 3 zit, in het licht der zakkende zon, ben ik de hoofdredacteur innig dankbaar.
Op mijn voetzolen na dan.

* Café De Veehandel is inmiddels (volkomen terecht) failliet.

Dit vind je misschien ook interessant:

Meer over het Nederlandse Waddengebied
ANWB Extra Reisgids Waddeneilanden

Speciaal voor jou geselecteerd