Verkeersregels Finland

Ga je op vakantie naar Finland? Houd er dan rekening mee dat er andere verkeersregels gelden dan bij ons in Nederland. We hebben de belangrijkste verkeersregels op een rijtje gezet. Onder andere die voor filerijden, mobiel bellen en de maximumsnelheid.

Snel naar

Algemene verkeersregels | Maximumsnelheid | Verkeersborden

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.
  • Sporen van drugs in het bloed zijn niet toegestaan.

Mobiele telefoon

  • Het is bestuurders van gemotoriseerde voertuigen verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Veilig wandelen

  • Voetgangers zijn verplicht om buiten de bebouwde kom zoveel mogelijk aan de linkerkant van de weg te lopen als een voetpad ontbreekt, behalve in bijzondere situaties of als dat gevaar voor ze oplevert.
  • In Finland is iedereen die in het donker langs de weg loopt, verplicht een reflector, kleding met reflecterende strepen of een veiligheidshesje te dragen.

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Op kruisingen hebben bestuurders van rechts voorrang, tenzij met verkeerstekens anders wordt aangegeven.
  • Bestuurders die vanaf een onverharde weg een verharde weg oprijden, moeten al het verkeer (dus ook voetgangers) op de verharde weg voor laten gaan.
  • Trams en bussen hebben altijd voorrang.

Rotonde

  • Vrijwel alle rotondes in Finland zijn voorzien van voorrangsborden voor bestuurders die de rotonde op willen rijden. Dus als je een rotonde op wilt rijden, moet je voorrang verlenen aan bestuurders die al op de rotonde rijden. (Staan er bij een rotonde geen voorrangsborden, dan gelden de regels voor een gewoon kruispunt.)
  • Alleen als je de rotonde verlaat, moet je richting aangeven naar rechts.

Inhalen

  • Rijdende trams moeten rechts worden ingehaald, tenzij er rechts onvoldoende ruimte is. Op eenrichtingswegen mag een tram links worden ingehaald.
  • Bestuurders mogen een stilstaande tram alleen voorbijrijden als er een vluchtheuvel voor passagiers aanwezig is. Als dat niet het geval is, moeten ze wachten.
  • Als aan weerszijden van een tramhalte vluchtheuvels liggen, mogen bestuurders niet op de rails tussen de vluchtheuvels doorrijden.

Parkeren

  • Het is verboden te parkeren aan de linkerkant van de weg (tegen de rijrichting in). In een straat met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de linkerkant parkeren.
  • In de meeste steden moet worden betaald voor een parkeerplek. Op sommige plekken zijn parkeermeters aanwezig, op andere plekken moet er een parkeerschijf achter de voorruit worden geplaatst. 
  • In sommige steden worden de straten op vaste dagen schoongemaakt. Dit schema staat op borden aangegeven, zodat bestuurders weten op welke dagen ze in een bepaalde straat niet kunt parkeren. Voertuigen die hier dan toch staan geparkeerd, worden weggesleept.

Geluidssignalen

  • Buiten de bebouwde kom mogen bestuurders geluidssignalen of een lichtsignaal geven bij onoverzichtelijke bochten en kruisingen.
  • Binnen de bebouwde kom is het geven van geluidssignalen alleen toegestaan als er een direct gevaar voor een aanrijding bestaat.

Bijzonderheden

Motor laten draaien

  • De motor van een stilstaand motorvoertuig mag niet langer dan 2 minuten zonder reden lopen. Deze regel geldt niet voor het wachten in het verkeer. Bij een temperatuur lager dan -15°C mogen bestuurders de motor 4 minuten laten warmdraaien voordat ze wegrijden.

Overstekend wild

  • Overstekende elanden en rendieren vormen op sommige wegen een gevaar voor de verkeersveiligheid. Elke aanrijding met een groot wild dier moet worden gemeld via 112.

Maximumsnelheid

  Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Autosnelwegen
Snorfietsen 25 25 verboden
Bromfietsen 45 45 verboden
Personenauto's en motoren 50 80/100 (A) 100/120 (B)
Personenauto's en motoren, met ongeremde aanhanger 50 60 60
Personenauto's en motoren, met geremde aanhanger 50 80 80
Campers 50 80/100 (A/C) 80/100 (C)
Bestelbussen < 1800 kg, niet ouder dan uit 1981 50 80/100 (A) 100
Overige bestelbussen 50 80 80
  • A: Waar niet specifiek door borden wordt aangegeven dat de maximumsnelheid 100 km/h is, mag niet harder worden gereden dan 80 km/h. In de winter geldt in ieder geval een maximumsnelheid van 80 km/h.
  • B: In de zomer geldt een maximumsnelheid van 120 km/h, maar in de winter mag er ook op snelwegen niet harder dan 100 km/h worden gereden.
  • C: Voor Finse campers geldt dat alleen campers met een gele sticker met in het zwart het getal 100 ook daadwerkelijk 100 m/h mogen rijden. Voor buitenlandse campers volstaat een verklaring van de fabrikant dat de auto geschikt is voor een snelheid van 100 km/h.
  • In woonwijken geldt een maximumsnelheid van 20 km/h.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruik van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Voor zover bekend is het gebruik van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur en telefoons) toegestaan.

Verkeersborden

  • De verkeersborden in Finland wijken, afgezien van hun kleur, nauwelijks af van die in Nederland.
  • Waarschuwingsborden en verbodsborden hebben een gele in plaats van witte achtergrond, zodat ze beter zichtbaar zijn als er sneeuw ligt.
  • Op de ronde, gele verbodsborden met een rode rand, is over de afbeelding een diagonale rode streep geplaatst, wat in de meeste andere Europese landen niet het geval is.
  • Als een verbod aan bepaalde uren is gebonden, staan de uren vermeld op een rechthoekig geel onderbord met een rode rand. De uren kunnen zijn aangegeven in zwart (voor ma t/m vr), zwart tussen haakjes (voor zaterdag) of rood (voor zondag).
  • Een rechthoekig geel bord met een zwart silhouet van een dorp- of stadsgezicht geeft het begin van de bebouwde kom aan. Datzelfde bord met een schuine rode streep geeft het einde van de bebouwde kom aan.

Auto en motor

  • Het bord dat een snelweg aanduidt, heeft een groene in plaats van blauwe achtergrond.
  • Het driehoekige bord met een rode rand dat waarschuwt voor files, heeft een zwarte achtergrond met daarop een rij witte auto's.
  • Een rond geel bord met een rode rand met een naar links (of rechts) afbuigende zwarte pijl en daaroverheen een rode diagonale balk betekent: Verboden links (of rechts) af te slaan.
  • Een rond geel bord met een rode rand met een zwarte afbeelding van een vrachtwagen en daaronder de tekst 10 m en daaroverheen een rode diagonale balk betekent: Gesloten voor motorvoertuigen langer dan 10 m.
  • Een rond geel bord met een rode rand met twee auto's met daartussen een getal, geeft aan hoeveel meter afstand bestuurders moeten houden tot hun voorganger.
  • Met de bekende driehoekige waarschuwingsborden met een rode rand kan in Finland ook worden gewaarschuwd voor overstekende elanden, rendieren of skiërs.

Fiets en voetganger

  • Behalve het bekende ronde blauwe bord Fietspad, zijn er ook blauwe ronde borden die een verplicht fiets-/voetpad aangeven, met al dan niet gescheiden gedeelten voor fietsers en voetgangers.

Overige

  • Een rond blauw bord met een afbeelding van een sneeuwscooter geeft een verplicht pad aan voor sneeuwscooters en andere offroadvoertuigen.
  • Een rond geel bord met een rode rand en een afbeelding van een sneeuwscooter met een rode streep erdoor geeft aan dat de weg gesloten is voor sneeuwscooters en andere offroadvoertuigen.

Aanvullende regels voor auto, motor, bromfiets en fiets

Verkeersregels op en om de auto
Verkeersregels fiets en bromfiets
Verkeersregels motor