Eilandhoppen op de Filipijnen: van rijstveld naar droomstrand

Hoe plan je een reis door een land dat bestaat uit 7.107 eilanden? Antwoord: dat is knap lastig. Als je op vakantie wilt naar de Filipijnen en zoveel mogelijk van dit fantastische lan wilt zien, moet je keuzes maken. Wij besluiten ons te concentreren op droomstranden en bountyeilanden en de binnenlanden van Luzon. Het bergachtige en grootste eiland van de Filipijnen. Dé tips voor eilandhoppen op de Filipijnen op een rij...

Ik ontwaak in een houten hut op palen met een dak van stro. Wakker geschud door geluiden van het platteland. Een kraaiende haan, bekvechtende honden, vogels, krekels. Ik open de hutdeur, kraak een gammel trapje af en kijk uit over een diepgesneden junglevallei. Hier en daar hangen wat plukjes ochtendnevel tussen het oerbos, groepjes schoolkinderen lopen over de zandwegen, vrouwen doen de was in een junglerivier. In de ochtendzon haal ik mij voor de geest hoe ik hier beland ben. Gisteren zaten we na een dik uur rijden vanuit Manila al in de gerieflijke traagheid van het Filipijnse platteland. Eerst doorkruisten we de extreem vruchtbare Pampanga-vlakte: gooi daar een banaan weg en één regenseizoen later heb je een complete plantage. We reden verder door een Azië zonder tempels en stoepa’s, maar wel met kathedralen, kerken en kruisbeelden. (Geen volk katholieker dan de Filipijnen.) Ons busje bedwong kreunend een bergpas, dwars door de bijna 3000 meter hoge bergketen Cordillera. Onderweg maakten we praatjes met sympathieke Filipijnen. Dat kán prima. Want vrijwel iedereen hier spreekt Engels. Zo goed dat ik mijn pogingen om de officiële landstaal Tagalog te leren, per direct staak. En nu zitten we hier, in een kleine eco-accommodatie. Op een terras met onbetaalbaar uitzicht, en fruit, eieren en koffie van gastvrouw Eileen. Maar we zijn hier gekomen voor rijst. Iets preciezer: voor de rijstvelden van de Ifugao, die meer dan 2000 jaar geleden werden aangelegd op de berghellingen rond Banaue. Zo ontstond een ‘geboetseerd’ landschap, waar de trapsgewijze terrassen de contouren van de bergen naadloos volgen. ‘Het achtste wereldwonder’, zeggen ze hier. ‘Dit landschap bewijst dat harmonie tussen mens en milieu wel degelijk mogelijk is’, zegt UNESCO, dat Banaue in 1995 benoemde tot Werelderfgoed.

Verbluffend

Verbluffend mooie rijstterrasformaties vind je hier overal, verspreid rond het stadje Banaue, vaak alleen bereikbaar over dust roads door dampende jungle. Extra bijzonder zijn de terrassen van het dorp Batad. Niet in de laatste plaats vanwege de manier waarop je daar komt. Batad ligt in een verborgen vallei en is alleen te voet bereikbaar. Dat ontdekken wij wanneer we beginnen aan een aanvankelijk onaantrekkelijk junglepad. Tot het groen zich na een kort klimmetje openvouwt en we uitzicht krijgen op een halfronde, spectaculair steile bergkom. Waar rijstterras op rijstterras is gestapeld, met het Filipijnse dorp Batad als navel in het dal. Van dorp tot bergtop moeten er zeker honderd rijstterrassen op elkaar liggen, als een amfitheater voor reuzen. Het is de agrarische  variant op piramide, Chinese Muur en hunebed. Het is ook een wereldwonder in verval, zoals een aantal ingestorte rijstterrassen pijnlijk laat zien. ‘Ontstaan door een landverschuiving’, zegt de vriendelijke grijsaard bij wie we een blikje cola drinken. ‘Is enkele jaren geleden gebeurd tijdens hevige regens. De eigenaar heeft geen geld om zijn terrassen te herstellen. Very poor man! We hopen dat Unesco ons kan helpen.’ Sowieso is het niet enkel rozengeur en maneschijn in Batad. De populariteit van het beroep rijstboer is bijvoorbeeld tanende. ‘Veel jongeren willen niet meer werken op de rijstvelden’, vervolgt de man. Ze vinden mobiele telefoons en karaoke belangrijker. Vaak vertrekken ze naar de grote stad en komen nooit meer terug. Als hun ouders doodgaan blijven de rijstvelden onbeheerd achter. Zo weten steeds minder mensen hoe ze een rijstterras moeten onderhouden.’ De man buigt diep voorover: ‘In de rijstvelden sta je de hele dag krom. It’s really, really tough work.’ Hard werken dus, maar voor ons vormen de terrassen juist een geweldig dwaalparadijs. We besluiten om de rijstterrassen boven Batad te beklimmen. Trap na trap, terras na terras, vol in de snoeiharde tropenzon, tot we doorweekt van het zweet het hoogst gelegen terras bereiken. Voor een rijstboer begint het werk nu pas. Ik begrijp die jongeren die naar Manila trekken nu wel.

Eilandhoppen op de Filipijnen

Drie dagen later zijn we in de Calamian Islands. Vaak wordt deze eilandgroep ten zuidwesten van Luzon simpelweg ‘Coron’ genoemd, naar één van de circa honderd eilanden. Het grootste eiland heet echter Busuanga en daar ligt zowel het vliegveld als de hoofdstad van deze archipel. Om de verwarring compleet te maken heet die op Busuanga gelegen hoofdstad Coron Town. Hoe het ook zij, de archipel vormt een onweerstaanbaar zeelandschap met ontelbare jungle-eilandjes, baaien, stranden en slechts een handvol resorts. Wij belanden, na wat onderhandelingen op de kade van Coron Town, in resort Coral Bay op het ongerepte eilandje Potopolan. Daar beleven we een week lang onze persoonlijke Expeditie Robinson. ’s Ochtends per banca, een houten boot met zij-armen, op zoek naar de mooiste duikspots, geïsoleerde vissersdorpjes en stranden zonder voetafdrukken. ’s Middags snorkelen langs het huisrif van Coral Bay. We belanden gelijk tussen scholen vis, wuivend koraal en soms een nieuwsgierige schildpad. Verder raadt Ulf, de Deense resorteigenaar, ons vooral aan om zoveel mogelijk niets te doen. ‘Dit zijn de Filipijnen. Niemand heeft haast.’ Wellicht daarom dat we de topattractie van de archipel pas de laatste dag bezoeken. Coron Island, waarvan de honderden meters hoge bergwanden loodrecht oprijzen uit de Suluzee. Een ondoordringbaar geheel van rots en jungle. Dat lijkt zo althans, wanneer we in de banca van gids Edmund langzaam richting het eiland tuffen. Pas dichterbij zien we dat die bergmuur vol zit met kloven. Scherp gesneden baaien tussen loodrechte karstrotsen, die op hun beurt goddelijke stranden, baaien en kristalheldere lagunes verbergen. In een van die lagunes manoeuvreert Edmund zijn banca pal langs puntvormige rotsen. Dan stopt hij zijn bootje en wijst naar de hoek van de lagune. ‘Zet jullie snorkels op, zwem daar naar toe en kijk dan onder water.’ Na deze sobere mededeling blijft hij Aziatisch stil.

Oerbos en heuveltoppen

Snorkelend door het lichaamswarme water zien we wat hij bedoelt. Vlak onder de rotsen zit een smalle doorgang, niet meer dan enkele meters breed. Het zeegrotje opent zich na enkele meters aan de andere kant van de rotswand in een tweede, veel grotere lagune die geheel wordt ingesloten door het zwarte gesteente. Alleen bereikbaar via deze verborgen doorgang en met onderwatermuren die zich angstvallig ver de diepte in storten. Het water is zo glashelder dat je al snorkelend last van hoogtevrees kunt krijgen. Toch blijft het mooiste van Coron verborgen voor simpele zielen zoals wij. Het in het binnenland verscholen Cabugao Meer, omringd door met oerbos beklede heuveltoppen en alleen bereikbaar over antieke voetpaden. Volgens Edmund nog mooier en grandiozer dan de rest van de Calamian Islands bij elkaar. Helaas zullen wij het nooit te weten komen. Want dit meer is heilig voor de Tagbanua-stam, de oerbewoners van Coron. Daarom is het afgesloten voor alle bezoekers op last van de Filipijnse regering. Heb je geen Tagbanuabloed door je aderen stromen? Dan kun je een blik op het Cabugao Meer vergeten. Misschien is dit dan ook wel de laatste plek op aarde die niet op Facebook of Instagram staat. Onze laatste kilometers op de Filipijnen. Taxirit naar de internationale luchthaven van Manila. Rond onze taxi zwermen duizenden jeepneys in alle richtingen. Deze kruisingen tussen jeep en bus zijn zonder uitzondering versierd met airbrush-tekeningen, discolampen, kralenkettingen, glimmende buizen, kitscherige beeldjes. Dit is het vrolijkste openbaar vervoer op aarde. Ook het meest chaotische?’ ‘No no! Wij zien gelijk welke jeepney we moeten hebben’, lacht taxichauffeur Willy. ‘Er zit een systeem in. Onder de voorruit en op de zijkant van de bus staat de bestemming. De grote naam boven de voorruit mag de jeepney-eigenaar zelf kiezen.’ Dat doen ze dan ook. Ik zie I love Jesus, Nazareth, God’s Gift en Virgin Mary rijden. En ook: George Michael, Billy Boy, Manchester United, Dream Machine en Baby Rock. Honderden namen flitsen voorbij, maar de allermooiste past er amper op: Thank God for The Philippines!

Dit moet je weten voor je naar de Filipijnen reist

De reis

Er zijn geen directe vluchten naar Manila vanuit Nederland. Een vlucht met tussenstop in Hongkong (Cathay Pacific), Taipei (China Airlines), Guangzhou (China Southern) of Dubai (Emirates) kost € 600,- tot € 1000,- per persoon. Reken op een reistijd van 14 à 20 uur enkele reis.

Geld & visum

Lokale munteenheid is de Filipijnse peso: € 1 = circa 50 PHP. Pinnen kan prima in Manila en andere grote steden, maar is op het platteland en de eilanden nauwelijks mogelijk. Wel kun je bij de meeste resorts betalen met creditcard, en bijna overal contant met euro’s of dollars. Een toeristenvisum (verblijf: maximaal 30 dagen) krijg je gratis op de luchthaven.

Rondreizen

Ter plekke reis je snel en goedkoop per lokale luchtvaartmaatschappij. Onder meer AirAsia (www.airasia.com), Cebu Pacific (www.cebupacificair.com) en Philippines Airlines (www.philippineairlines.com) bieden vaak spotgoedkope vluchten: retourtjes boek je al vanaf € 30,- all-in. Over de weg: een taxi of busje huren is ook niet duur, en ritjes per jeepney kosten bijna niets.

Slapen

Hotels en resorts zijn over het algemeen prettig geprijsd, en je kunt ze makkelijk online reserveren.
Drie tips langs onze route:
• Best Western La Corona in Manila, centraal gelegen hotel in levendige buurt, op loopafstand van de historische wijk Intramuros. Ruime, luxe kamers voor een fijne prijs: 2-pk vanaf € 50,-. Zie: www.bestwesternhotelmanila.com.
• Coral Bay Resort, Kleinschalig eco-resort onder Deense leiding in de Calaminian Archipel. Je slaapt er in charmante hutjes direct aan het koraalrif. Tweepersoonshut vanaf € 60,- met ontbijt. Zie: www.coralbay.ph.
• Native Inn Uhay Resort: paradijsje tussen de rijstvelden van Banaue, waar je slaapt in traditionele Ifugao-hutten, zeer vriendelijke uitbater. Regelt ook excursies/ wandelingen naar de mooiste rijstterrassen. Tweepersoonshut: € 40,- p/n zonder ontbijt. Zie: www.nativevillage-inn.com.

Beste reistijd

Het weerpatroon is ingewikkeld en wisselt per regio. Ruwweg is de beste reistijd de droge en tyfoonvrije periode: van half december t/m mei. Met name in de maanden juli t/m september kan het heftig en langdurig regenen. Maar zelfs dan reizen veel toeristen probleemloos door de Filipijnen, bovendien zijn veel resorts in die periode goedkoper. Voor info: www.pagasa.dost.gov.ph onder ‘climatology.’

Veiligheid

De Filipijnen zijn een zeer veilige bestemming, mits je de gebruikelijke maatregelen in acht neemt.
Loop niet opzichtig met dure spullen in de grote steden. Ook het nemen van ferry’s is af te raden. Delen van Mindanao, de Sulu- en Basilan Archipel in het uiterste zuiden zijn onrustig, maar daar heb je als toerist niets te zoeken.
Actuele informatie, kijk op www.rijksoverheid.nl onder ‘reisadviezen’.

Tip: op www.fox.nl, een reisdochter van de ANWB, vind je een uitgebreid aanbod van groeps- en individuele reizen naar de Filipijnen en naar meer Aziatische landen.