Verkeersregels in Duitsland

Wat te doen bij pech of een ongeval in Duitsland? Wanneer heb je voorrang? Al deze informatie over verkeersregels in Duitsland vind je op deze pagina.

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.
  • Voor bestuurders die korter dan twee jaar het rijbewijs hebben of jonger zijn dan 21 jaar, geldt een absoluut alcoholverbod.
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs.

Mobiele telefoon

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Let op: Ook als een gemotoriseerd voertuig stilstaat in de file of voor een rood verkeerslicht, mag de bestuurder geen mobiele telefoon vasthouden. Het vasthouden van een mobiele telefoon is alleen toegestaan wanneer de motor is uitgezet. Het is ook verboden een tablet, e-reader, iPod, rekenmachine of vergelijkbare apparatuur vast te houden tijdens het rijden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.
  • Het gebruik van een hoofdtelefoon of oortjes is toegestaan, tenzij het geluid te hard staat en het omgevingsgeluid niet meer hoorbaar is. Het gebruik van slechts één oortje wordt aangeraden.
  • Het is toegestaan een smartphone te gebruiken om te navigeren. De bestuurder mag de smartphone echter niet in de hand houden, maar moet deze bijvoorbeeld in een houder plaatsen. Het lezen van berichten (mail, sms, whatsapp, etc.) op de smartphone tijdens het rijden is verboden.

Afstand houden

  • Voor het berekenen van de juiste minimumafstand in meters tussen jouw auto en de auto voor je, moet je in Duitsland de snelheid waarmee je rijdt, door twee delen (in Duitsland wordt dit halber Tacho genoemd). Dus als je bijvoorbeeld 100 km/h rijdt, moet je ten minste 50 meter afstand houden (omgerekend in tijd is dat, ongeacht de snelheid, een afstand van 1,8 seconde). Bij gladheid, slecht zicht of een slecht wegdek moet je een nog grotere afstand bewaren ten opzichte van de auto voor je.
  • Let op: De politie in Duitsland treedt streng op bij overtreding van deze regel; je kunt al een boete krijgen als je als automobilist iets minder dan halber Tacho afstand houdt.

Veilig wandelen

  • Voetgangers zijn in Duitsland verplicht om buiten de bebouwde kom aan de linkerkant van de weg te lopen als een voetpad ontbreekt omdat ze dan beter worden opgemerkt door tegemoetkomend verkeer. Binnen de bebouwde kom mogen ze ook rechts van de weg lopen als een voetpad ontbreekt. 

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Als basisregel geldt dat op een kruising bestuurders van rechts voorrang hebben, tenzij anders wordt aangegeven. Deze regel geldt niet voor bestuurders die van rechts komen, maar zich op een onverharde weg, woonerf of oprit met verlaagde stoeprand bevinden.
  • In Duitsland wordt niet met haaientanden, maar met een dikke onderbroken streep aangegeven dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders op een kruisende weg.
  • Trams hebben voorrang op voetgangers die op een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) willen oversteken. Ten opzichte van andere voertuigen hebben trams geen absolute voorrang.

Ritsen

  • Wanneer een rijstrook wordt gesloten, ben je verplicht te ritsen (Reißverschlussverfahren), wat wil zeggen dat automobilisten op de wegvallende rijstrook pas vlak voor het einde van de rijstrook moeten invoegen op de doorgaande rijstrook en dat automobilisten op de doorgaande rijstrook beurtelings ruimte moet maken voor invoegende automobilisten vanaf de wegvallende rijstrook. 
  • Je kunt een boete krijgen als je op de wegvallende rijstrook te vroeg invoegt of als je op de doorgaande rijstrook geen ruimte maakt voor een invoegende automobilist.

Passeren

  • Stijgend verkeer heeft over het algemeen voorrang op dalend verkeer, maar op smalle bergwegen wordt verwacht dat het voertuig dat het gemakkelijkst kan uitwijken of terugrijden, voorrang verleent.

Rotonde

  • Meestal staat bij het begin van een rotonde een blauw rond verkeersbord voor rotondes met daarboven een driehoekig wit voorrangsbord met een rode rand, wat betekent dat bestuurders die de rotonde op willen rijden, voorrang moeten verlenen aan de bestuurders die al op de rotonde rijden.
  • In woonwijken heb je echter soms rotondes waarbij het voorrangsbord ontbreekt. In dat geval moeten bestuurders op de rotonde voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen, net als op een gewoon kruispunt.
  • Bij het verlaten van de rotonde moeten bestuurders voorrang verlenen aan voetgangers, maar voetgangers hebben geen voorrang op bestuurders die de rotonde oprijden.
  • Bij het naderen en oprijden van de rotonde mag je geen richting aangeven. Bij het verlaten van de rotonde moet je richting aangeven naar rechts. 
  • Bij een rotonde zonder voorrangsbord, moet je echter richting aangeven als je de rotonde oprijdt en als je de rotonde verlaat.

Inhalen

  • Let op: Het ook in Nederland gebruikte ronde bord met een rode rand en een rode en een zwarte auto dat een inhaalverbod aangeeft, houdt een verbod in om voertuigen met meer dan twee wielen in te halen. Een auto mag dus (in tegenstelling tot in Nederland) wel een motor inhalen. Een motor mag echter geen auto inhalen.
  • Je mag lijnbussen en schoolbussen die met een waarschuwingsknipperlicht te kennen geven bij een halte te gaan stoppen, niet inhalen. Als de bus bij een halte is gestopt, mag je deze voorzichtig voorbijrijden. Als de bus een waarschuwingsknipperlicht voert terwijl deze stilstaat, mag je de bus slechts stapvoets voorbijrijden. Als hinder kan ontstaan voor de in- en uitstappende passagiers, moet je stoppen en wachten. Deze regel geldt ook voor tegemoetkomende bestuurders op dezelfde rijbaan.
  • Je moet een rijdende tram rechts inhalen, maar als er rechts niet voldoende ruimte is, mag je de tram links inhalen. In eenrichtingsstraten mag je een tram aan beide kanten inhalen. Je moet passagiers die in of uit een tram stappen, voorrang verlenen.
  • Een inhaalverbod voor vrachtwagens geldt ook voor campers met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg.
  • Let op: Rijd altijd met een ruime boog om fietsers heen; je bent als automobilist verplicht om bij het inhalen te zorgen dat de afstand tussen jou en een fietser minstens 1,50 m bedraagt, ook als een fietser op een fietsstrook of fietspad fietst. Dit betekent ook dat je in bepaalde situaties achter een fietser moet blijven rijden tot er meer ruimte is om in te halen.

Stilstaan

  • Het is onder andere verboden stil te staan in nauwe en/of onoverzichtelijke straten en in scherpe bochten.
  • Zigzaglijnen op de rijbaan duiden een zone aan waar het is verboden om stil te staan (en te parkeren).

Parkeren

  • Het is verboden te parkeren aan de linkerkant van de weg (tegen de rijrichting in), ook in parkeervakken aan de linkerkant. In een straat met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de linkerkant parkeren.
  • Let op: Als een verkeersbord met een parkeerverbod een onderbord heeft waarop werktags met daarachter een tijdsperiode wordt vermeld, geldt dit parkeerverbod ook op zaterdagen (met werktags wordt maandag tot en met zaterdag bedoeld). Als een parkeerverbod niet in het weekend geldt, vermeldt het onderbord Mo-Fr.

Middendoorgang bij file

  • Als zich op auto(snel)wegen een file vormt, zijn bestuurders verplicht een Rettungsgasse (middendoorgang voor de hulpdiensten) vrij te maken. Dit betekent dat de bestuurders zoveel mogelijk rechts of links moeten gaan rijden, zodat er in het midden voldoende ruimte ontstaat voor hulpverlenende voertuigen, zoals ambulances en politieauto's.
  • Als zich een file vormt op wegen met meer dan twee rijstroken per richting, moeten de bestuurders op de meest linkse rijstrook zoveel mogelijk links en de bestuurders op de overige rijstroken zoveel mogelijk rechts gaan rijden.

Bijzonderheden

Wegwerkzaamheden

  • Bij wegwerkzaamheden is het vaak verboden op de linkerrijstrook te rijden als het voertuig of de combinatie, inclusief buitenspiegels, 2 m of breder is. Dit verbod wordt aangegeven door een rond wit bord met een rode rand waarop 2 m wordt vermeld.

Maximumsnelheid

  Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Wegen met gescheiden rijbanen en 4 rijstroken Autosnelwegen
Snorfietsen (Mofa) 25 25 verboden verboden
Bromfietsen (Moped of Kleinkraftrad) 45 45 verboden verboden
Personenauto's, bestelauto's, campers, toegestane maximummassa < 3500 kg en motoren 50 100 130 (A) 130 (A)
Campers > 3500 kg 50 80 100 100
Personen-/bestelauto's, toegestane maximummassa < 3500 kg met aanhangwagen/caravan 50 80 80 (B) 80 (B)
Motoren met aanhanger 50 60 60 60
  • Op woonerven en in de nabijheid van spelende kinderen en/of oudere of gehandicapte mensen mag niet harder dan stapvoets worden gereden.
  • A: Dit betreft geen maximumsnelheid maar een richtsnelheid.
  • B: Auto's met een door TÜV Nord goedgekeurde aanhanger mogen 100 km/h. Hiervoor kan een zogenaamde Tempo-100-ontheffing worden aangevraagd. Voor meer informatie zie anwb.nl/kamperen/voorbereiding/wet-en-regelgeving.
  • Als het zicht bij mist, sneeuwval of zware regen 50 m of minder bedraagt, is de maximumsnelheid 50 km/h.
  • Op autosnelwegen zijn alleen voertuigen toegestaan die ten minste 60 km/h kunnen en mogen rijden.
  • Op autosnelwegen die per rijrichting 3 rijstroken hebben, mag de meest linkse rijstrook niet worden gebruikt door voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of voertuigen die een aanhanger trekken, tenzij dat noodzakelijk is om af te slaan.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Ook het meenemen en gebruiken van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur, telefoons, tablets en laptops) is verboden. De functie voor flitspaalsignalering moet op deze apparaten worden uitgeschakeld. Automobilisten wordt geadviseerd alle flitspaalinformatie van deze apparatuur te verwijderen. 
  • Zie voor meer informatie: anwb.nl/juridisch-advies/op-vakantie.

Bijzonderheden

  • Let op: Als een verkeersbord met een maximumsnelheid een onderbord heeft waarop werktags met een tijdsperiode wordt vermeld, geldt deze maximumsnelheid ook op zaterdagen (met werktags wordt maandag tot en met zaterdag bedoeld). Als een maximumsnelheid niet in het weekend geldt, vermeldt het onderbord Mo-Fr.
  • Tijdens perioden met hoge temperaturen kan er hitteschade ontstaan aan oudere auto(snel)wegen met een wegdek van betonplaten en kan er voor deze wegen een lagere maximumsnelheid gelden (ook kunnen delen van deze wegen worden afgesloten).

Verkeersregels auto

Verlichting

  • Het is overdag alleen verplicht om licht te voeren wanneer het zicht minder dan 50 m is door mist, sneeuw of regen.
  • In tunnels moet dimlicht worden gevoerd.
  • In Duitsland wordt geadviseerd overdag dimlicht of dagrijlicht te voeren.
  • Mistlichten mogen alleen worden gebruikt wanneer het zicht minder dan 50 m is.

Kinderen

  • Kinderen die jonger dan 12 jaar of kleiner dan 1,50 m zijn, moeten op zitplaatsen voorzien van veiligheidsgordels in een goedgekeurd en passend kinderzitje of op een goedgekeurde en passende zittingverhoger worden vervoerd.
  • Als een kind met de rug naar voren, voor in de auto in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn.
  • Kinderen die jonger dan 3 jaar zijn, mogen niet worden vervoerd in een auto als een kinderzitje of veiligheidsgordels ontbreken. Kinderen van 3 jaar en ouder en kleiner dan 1,50 m mogen in dat geval niet voorin worden vervoerd.

Lading

  • Lading mag aan de voorzijde van een voertuig niet uitsteken.
  • Aan de achterzijde mag de lading maximaal 1,50 m uitsteken, maar wanneer de lading over een afstand van minder dan 100 km wordt vervoerd, mag deze maximaal 3 m uitsteken.
  • Wanneer de lading meer dan 1 m naar achteren uitsteekt, moet een helrode vlag van 30 x 30 cm (aangebracht op een dwarsstang) of een helrood schild van 30 x 30 cm gevoerd worden. In het donker moet bovendien aan het uiterste uiteinde van de lading een achterlicht en een reflector worden aangebracht.
  • In de breedte mag de lading maximaal 40 cm uitsteken, gerekend vanaf de voertuiglichten. Bredere lading moet worden gemarkeerd. De maximale breedte van een voertuig inclusief lading is 2,55 m exclusief spiegels (deze moeten inklapbaar zijn).

Fietsen

  • Fietsen mogen aan weerszijden van de auto maximaal 40 cm uitsteken, waarbij de totale breedte van de auto inclusief fietsendrager niet meer dan 2,55 m mag zijn.

Dashcam

Verkeersregels fiets

Helm

  • Het dragen van een helm is niet verplicht.
  • Wel wordt speciaal voor kinderen het dragen van een fietshelm aangeraden.

Verlichting en overige vereisten

  • Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets de kleur rood. Dit mogen ook losse lampjes zijn.
  • Fietsen moeten zijn voorzien van een rode reflector achter, een witte reflector voor en gele reflectoren op de trappers en de spaken.
  • In plaats van reflectoren op de spaken, is ook een reflecterende cirkelvormige strook op de banden toegestaan.
  • Ook moet de fiets zijn voorzien van goed werkende remmen en een bel.

Passagiers

  • Personen van 16 jaar of ouder mogen een kind dat jonger is dan 7 jaar, op de fiets vervoeren, mits de fiets een behoorlijke zitplaats heeft met steunen voor handen en voeten en de wielen zo zijn afgeschermd dat de beentjes niet tussen de spaken kunnen komen.

Fietsende kinderen

  • Kinderen tot 8 jaar moeten op het trottoir fietsen, ook als er een fietspad aanwezig is.
  • Kinderen tot 8 jaar mogen ook een weg niet fietsend oversteken; ze moeten dat lopend doen.
  • Kinderen van 8-10 jaar mogen kiezen tussen het trottoir en het fietspad of de straat als er geen fietspad is. Op het trottoir moeten ze voetgangers altijd voorrang verlenen.
  • Ook ouders die fietsende kinderen begeleiden, mogen op het trottoir fietsen. 

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld.
  • Aanhangers van na 1 januari 2018 dienen afhankelijk van hun grootte van de juiste verlichting te zijn voorzien.

Fietsen onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 1,6 promille.
  • Ook als het promillage lager is, maar de fietser zichtbaar onder invloed is en de fiets niet meer kan besturen, kan een boete worden gegeven.

Mobiele telefoon

  • Het is fietsers verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan. Het gebruik van een hoofdtelefoon of oortjes is toegestaan, tenzij het geluid te hard staat en het omgevingsgeluid niet meer hoorbaar is. Het gebruik van slechts één oortje wordt aangeraden.

Naast elkaar rijden

  • Naast elkaar rijden is alleen toegestaan op een fietspad dat door een verhoging of grasstrook van de weg is afgescheiden, als daarmee geen hinder ontstaat voor ander verkeer.

Plaats op de weg

  • Wanneer er een verplicht fietspad (rond blauw bord met witte fiets) aanwezig is, moeten fietsers hiervan gebruikmaken.
  • Wanneer er geen verplicht fietspad aanwezig is, mogen fietsers op de rijbaan fietsen, tenzij met een verkeersbord wordt aangegeven dat dit verboden is. Op auto(snel)wegen (Autobahn, Autobahnähnliche Strasse, Kraftfahrstrasse) is fietsen verboden.
  • Op gecombineerde fiets-/voetpaden moet gebruikgemaakt worden van het voor fietsers bestemde gedeelte of, als er geen scheiding is aangebracht, moet de snelheid worden aangepast om voetgangers niet in gevaar te brengen.

Elektrische fiets

  • Een elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h en een vermogen van maximaal 250 watt, wordt als een gewone fiets beschouwd waarvoor dezelfde regels gelden als voor een fiets.
  • Ook een elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h en een vermogen van maximaal 250 die als extra rijondersteuning (Anfahrhilfe) zonder meetrappen een snelheid kan bereiken van maximaal 6 km/h, wordt als een gewone fiets beschouwd.
  • Bestuurders van een elektrische fiets wordt geadviseerd een fietshelm te dragen.
  • Waar mogelijk moeten elektrische fietsen op het fietspad rijden.

Speedpedelec

  • Voor elektrische fietsen met trapondersteuning tot 45 km/h (S-Pedelec), gelden dezelfde regels als voor bromfietsen.
  • De minimumleeftijd om op een speedpedelec te rijden is 16 jaar en de bestuurder moet in het bezit zijn van het bromfietsrijbewijs.
  • De bestuurder van een speedpedelec is verplicht een geschikte helm (geeigneten Schutzhelm) te dragen. De regels voor het dragen van een helm op een speedpedelec zijn nog niet nader gespecificeerd, maar de bestuurder van een speedpedelec moet in elk geval een fietshelm dragen. Voor zover bekend, is het in Duitsland toegestaan om in plaats van een gewone bromfietshelm een speciale speedpedelec-helm (norm NTA 8776:2016) te dragen.
  • Speedpedelecs mogen niet op het fietspad rijden.
  • Het is verboden passagiers op de speedpedelec mee te nemen, ook niet in een kinderzitje. Ook het koppelen van een aanhanger is verboden.

Bijzonderheden

Fietsstraat

  • In Duitsland zijn speciale fietsstraten (Fahrradstrassen) waar alleen fietsers mogen rijden, tenzij een aanvullend bord iets anders aangeeft, zoals Kfz-Verkehr frei (gemotoriseerd verkeer toegestaan) of Anlieger frei (bewoners toegestaan). Andere voertuigen mogen fietsers echter niet inhalen of hinderen en mogen bovendien niet sneller rijden dan 30 km/h. Dergelijke straten worden aangeduid met een wit vierkant bord met daarin een blauwe cirkel met een witte fiets met daaronder de tekst Fahrradstraße.

Verkeersregels motor

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor zowel bestuurder als passagier.
  • De bestuurder en passagier(s) van een trike of quad moeten een helm dragen tenzij hun zitplaats is voorzien van een veiligheidsgordel.

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht overdag is verplicht.
  • Het is motorrijders ook toegestaan om overdag dagrijlicht te voeren. Let op: in tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht (door bijvoorbeeld mist, regen of sneeuw) is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Passagiers

  • Het vervoeren van een passagier is toegestaan, mits er een speciale zitplaats (duo- of buddyseat) en voetsteunen aanwezig zijn.
  • Kinderen jonger dan zeven jaar mogen alleen worden vervoerd in een goedgekeurd en voor hen geschikt kinderzitje.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om een aanhanger aan een motor te koppelen. De maximale breedte voor aanhangers van motoren is 1 m.

Filerijden

  • Motorrijders mogen in een file niet tussen de stilstaande of langzaam rijdende auto's door rijden.

Inhalen

  • Let op: Bij een verkeersbord dat een inhaalverbod aangeeft, mogen ook motoren geen voertuigen met meer dan twee wielen inhalen. Motoren mogen echter wel worden ingehaald.

Slepen

  • Een motor mag niet worden gesleept.

Verkeersregels Brom- en snorfietsen

  • In Duitsland wordt een snorfiets een (Leicht)Mofa genoemd en een bromfiets een Moped of Kleinkraftrad.
  • De maximumsnelheid van een Moped is 45 km/h en de minimumleeftijd voor het berijden ervan is 16 jaar.
  • De maximumsnelheid van een Mofa is 25 km/h en de minimumleeftijd voor het berijden ervan is 15 jaar.

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor zowel de Mofa als de MopedLet op: Dus ook snorfietsers moeten in Duitsland een helm dragen.

Verlichting

  • Het is verplicht om ook overdag dimlicht te voeren.

Passagiers

  • Het vervoeren van passagiers is alleen toegestaan als er een handgreep en voetsteunen aanwezig zijn en het verkeer niet wordt belemmerd.
  • Kinderen die jonger zijn dan 7 jaar, mogen alleen in een kinderzitje worden vervoerd. Daarbij moeten de wielen zo zijn afgeschermd dat de handen of voeten niet tussen de spaken kunnen komen.

Plaats op de weg

Snorfiets

  • Snorfietsers mogen binnen de bebouwde kom alleen op een fietspad rijden als het ronde blauwe bord Fietspad is voorzien van een onderbord met de afbeelding van een snorfiets en de tekst frei. Zij mogen echter ook op de rijbaan rijden.
  • Buiten de bebouwde kom mogen snorfietsers altijd van het fietspad gebruikmaken (tenzij het verkeersbord Fietspad een onderbord heeft met de tekst keine Mofas). Wanneer je de snorfiets alleen met de pedalen voortbeweegt, is dit zelfs verplicht.

Bromfietsen

  • Bromfietsen mogen alleen van de rijbaan gebruikmaken, tenzij anders wordt aangegeven.

Aanhanger

  • Aan een bromfiets mag een aanhanger worden gekoppeld.

Verkeersregels caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

  Nederland Duitsland opm.
Breedte combinatie (excl. spiegels) 2,55 m 2,55 m (A)
Hoogte combinatie 4 m 4 m  
Lengte aanhanger (incl. dissel) 12 m 12 m (B)
Lengte combinatie 18 m 18 m (B)
  • A: Spiegels worden niet meegerekend in de breedte, mits ze inklapbaar zijn. Let op: als bij wegwerkzaamheden voor de linkerrijstrook een maximumbreedte van 2 m wordt aangegeven, is dat de breedte inclusief spiegels.
  • B: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.

Spiegels

  • Auto's die een caravan trekken, moeten altijd zijn uitgerust met achteruitkijkspiegels aan beide zijden.

Wielkeggen 

  • Het is verplicht twee wielkeggen mee te nemen voor een caravan of aanhangwagen van meer dan 750 kg.

Rijstroken

  • Een auto met een caravan of aanhanger mag op autosnelwegen met drie of meer rijstroken in één richting niet op de meest linkse rijstrook rijden, tenzij dat noodzakelijk is om linksaf te slaan.

Extra brede aanhanger

  • Voor vervoer van een aanhanger die breder is dan 2,55 m, moet een speciale vergunning worden aangevraagd bij een vestiging van het Duitse Strassenverkehrsamt. Bij voorkeur een vestiging zo dicht mogelijk bij de Nederlandse grens. De tarieven voor een vergunning kunnen per vestiging aanzienlijk verschillen en het loont daarom de moeite om ze van tevoren op te vragen. Adressen van vestigingen zijn te vinden op strassenverkehrsamt.de.
  • Vaak worden er ook eisen gesteld aan het trekkende voertuig.

Bijzonderheden

Rijverbod

  • In Duitsland geldt op zon- en feestdagen, en in de vakantiemaanden ook op zaterdagen, een rijverbod voor vrachtwagens en bedrijfsauto’s (ongeacht hun gewicht) die een aanhangwagen trekken.
  • Dit rijverbod gold ook voor bedrijfsauto's met aanhanger die gebruikt werden voor privéritten, maar de wet is in 2017 gewijzigd en nu geldt het rijverbod uitsluitend nog voor voertuigen die gebruikt worden voor het vervoer van goederen voor zakelijke doeleinden of het vervoer van goederen tegen een vergoeding. 
  • Het rijverbod geldt nu niet meer voor privéritten met bedrijfsauto's voor sportieve of recreatieve doeleinden, dus bijvoorbeeld niet voor een camper of een bestelbus die een caravan trekt, een auto die een paardentrailer trekt en op weg is naar een springconcours of een bedrijfsbusje met een vouwwagen erachter.

Verkeersinformatie Duitsland

Winterbanden

Winterbanden

  • Verplicht bij winterse omstandigheden - Als winterse omstandigheden dat vereisen, is het gebruik van winterbanden verplicht (situative Winterreifenpflicht). Dit wettelijke voorschrift geldt ook voor Nederlandse auto's en campers. Voor motoren geldt de winterbandenplicht niet.
  • Winterse omstandigheden zijn ijzel, gladheid door sneeuw of sneeuwmodder en gladheid door ijs- of rijpvorming.
  • Winterbanden moeten zijn voorzien van het sneeuwvloksymbool (3PMSF), maar ook banden met alleen de aanduiding M+S die vóór 1 januari 2018 zijn gefabriceerd, worden als winterband beschouwd. Zie 'Nieuwe eisen sinds 1-1-2018' hieronder.
  • Winterbanden moeten wettelijk een profieldiepte hebben van ten minste 1,6 mm, maar een minimum van 4 mm wordt aangeraden.
  • Wanneer er winterbanden zijn gemonteerd, moet de bestuurder zich aan de voorgeschreven maximumsnelheid voor deze banden houden. Deze maximumsnelheid staat met een lettercode op de zijkant van de band vermeld. Als de maximumsnelheid van de winterbanden lager is dan die van de auto, moet op het dashboard binnen het blikveld van de bestuurder een sticker aangebracht worden met daarop de maximumsnelheid van de banden.
  • Winterbanden moeten op alle wielen worden gemonteerd, maar ze zijn niet verplicht voor aanhangers. Uit veiligheidsoverwegingen wordt echter aangeraden om bij winterse omstandigheden ook een aanhanger met winterbanden uit te rusten.
  • Let op: Als je bij winterse omstandigheden in een auto zonder winterbanden rijdt, riskeer je een boete, maar als je bovendien een verkeersopstopping veroorzaakt omdat de zomerbanden onvoldoende grip hebben op het wegdek, kan de boete hoger zijn. Als je bij winterse omstandigheden op zomerbanden rijdt en een ongeval veroorzaakt, kan het niet monteren van winterbanden worden gezien als grove nalatigheid.

Nieuwe eisen sinds 1-1-2018

  • Ben je van plan om nieuwe winterbanden te kopen, kies dan banden met het sneeuwvloksymbool (bergpictogram met sneeuwvlok, ook wel alpinesymbool of 3PMSF genoemd). In Duitsland gelden banden die na 31 december 2017 worden gefabriceerd, namelijk alleen als winterbanden als er een sneeuwvloksymbool op staat. Dit symbool geeft aan dat de banden zijn getest en geschikt zijn bevonden voor gebruik bij winterse omstandigheden.
  • Als je winterbanden hebt waarop alleen een M+S-symbool staat, kun je die gewoon blijven gebruiken in Duitsland, als ze maar vóór 2018 zijn gefabriceerd. Pas na 30 september 2024 worden ook deze banden niet meer als winterbanden beschouwd.
  • De productiedatum van de band is af te lezen aan de DOT-code (DOT staat voor Department of Transportation) en staat op de zijkant van de band. De laatste vier cijfers van deze code geven aan in welke week en welk jaar de band is geproduceerd. De cijfers 3917 staan bijvoorbeeld voor week 39 in 2017.
  • Meer informatie: anwb.nl/winterbanden.

Sneeuwkettingen

  • Verplicht bij bord - In bergachtige gebieden kunnen bij winterse omstandigheden sneeuwkettingen verplicht zijn als dat wordt aangegeven met een rond, blauw bord waarop een witte autoband met een sneeuwketting staat.
  • Als sneeuwkettingen worden gebruikt, is de maximumsnelheid 50 km/h.
  • Kunststof sneeuwkettingen worden toegestaan mits ze aan de wettelijke eisen voldoen.

Spijkerbanden

  • Verboden - Het gebruik van spijkerbanden is in Duitsland verboden.
  • Het gebruik van spijkerbanden is alleen toegestaan op de route van Salzburg via Bad Reichenhall naar Lofer en op de toegangswegen naar Oostenrijkse dalen die alleen via Duitse wegen bereikbaar zijn.

Bijzonderheden

Antivries

  • Als winterse omstandigheden dat vereisen, is het gebruik van antivries in de ruitenwisservloeistof verplicht.

Huurauto

  • De verhuurder van een voertuig is verplicht een voertuig beschikbaar te stellen dat verkeersgeschikt en rijklaar is. Dit houdt ook in dat verhuurder verplicht is om bij winterse omstandigheden een voertuig te verhuren dat is uitgerust met winterbanden en antivries in de ruitenwisservloeistof. Het is in de winterperiode niettemin verstandig om te controleren of je huurauto goed is uitgerust voor de verwachte weersomstandigheden tijdens je reis. Veel verhuurders brengen voor winterbanden extra kosten in rekening.

Terug naar boven

 

Meer praktische info onderweg in Duitsland

Tanken in Duitsland 
Verkeer in Duitsland 
Verkeersborden Duitsland
Actuele verkeersinformatie Duitsland 
Verkeersboetes in Duitsland 
Verplicht mee in de auto