Cuba Libre!

Een rondreis door Cuba slingert je heen en weer tussen liefde, verwondering, irritatie en medeleven. En uiteindelijk overwint de liefde.

Leestijd: circa 12 minuten.
Dit verhaal verscheen in 2016 in REIZEN Magazine, voor de dood van Fidel Castro, en is in december 2016 gekozen tot een van de vijf beste reispublicaties van dat jaar door de jury van de Aad Struijs Persprijs.


Tekst: Anne Wesseling / Fotografie: Jurjen Drenth

Dag 1 & 2 > km 0 - Havana: openluchtmuseum  

Hasta la victoria siempre! Het staat er écht, levensgroot op een muur, met het portret van Che Guevara erbij. Nog zoiets: er rijden écht oldtimers rond op Cuba. En niet een paar. De helft van de auto’s dateert van voor 1959. En dan het hotel! Een en al vergane glorie (groen pluche!) en nu is ook nog de elektriciteit uitgevallen, dus we moeten ergens ander heen. Ook dat is geheel volgens verwachting, want we waren gewaarschuwd: er komen nu zoveel toeristen naar Cuba dat de infrastructuur er bijna onder bezwijkt.
Kortom, het plaatje klopt. Twee dagen Havana, het lijkt wel een openluchtmuseum. De hotelkamer waar Ernest Hemingway zijn boeken schreef. We zien de figuranten: de muzikanten met de liedjes van de Buena Vista Social Club (klinkt exact als op de plaat!), een straatverkoper met Cubaanse sigaren, een architect uit Utah, helemaal in passende witte kleding en een hoed op, een van de eersten die hier kon komen op een lijnvlucht vanuit de V.S. (‘het moest op educatieve doeleinden, dus we zijn hier om de oude gebouwen te bewonderen’), met een Cubaanse sigaar in zijn mond. Oh jongens, het lijkt wel Oost-Europa in de jaren tachtig.
De oude oma’s met de sigaren zijn er ook. Ze staan bij bijna elk terras en voor een paar euro mag je alle foto’s maken die je wilt.

Cuba is helemaal wat je ervan verwacht, en tegelijkertijd merk je ook meteen: het werkt voor geen meter. Er is een brand een paar straten verderop, de rook geeft een prachtig sepia waas in de straten, mooie oldtimer erbij, práchtig. Maar het is echt brand. Je ruikt het. En ik hoor geen sirenes. Raar. De mannen die de straat open drillen, hebben geen gehoorbescherming. Het voetgangersgebied is afgezet met in het beton gegoten kanonnen. Ziet er leuk uit, creatief bedacht ook, maar als er nou een ambulance langs moet? Of hebben ze die hier niet?
En de Cubanen zijn weliswaar net zo vrolijk en goedlachs als op de covers van de reisgidsen - maar als ze denken dat je niet kijkt, of als je geen fooi wilt geven voor ongevraagde adviezen, dan is die lach ineens foetsie. Wat is authentiek?
’Authentiek, laat me niet lachen’, zegt Yael, een twintiger die op de Plaza de Armas tweedehands boeken verkoopt. ’Cuba is fake and a fail. Alles is nep, niks werkt. Van mij mogen de Amerikanen het zo overnemen. Als de grenzen straks opengaan, ben ik als eerste weg.’
‘Dat zijn de jongeren’, zegt Karen Martinez, die een hostel runt om de hoek van de Plaza. ‘Er zijn écht verbeteringen. Vroeger moesten we altijd doen alsof alles goed ging, maar Raul Castro wil ook weten wat er niet goed gaat en hoe we dat kunnen verbeteren. Ik heb kunnen studeren dankzij de revolutie. Ik heb met mijn vriend dit gebouw kunnen kopen om een hostel te beginnen!’
’s Ochtends belt het hotel een taxi, want we moeten de huurauto op de luchthaven ophalen. Er komt een Oldsmobile voorrijden, uit 1954, met een houten dashboard.
Ik probeer het raampje dicht te draaien tegen de herrie en de uitlaatgassen, maar de hendel zit vast.
’Wat zit er voor motor in, meneer?’
‘Een Perkins.'
‘Oh, en verbruikt hij veel?’
‘1 op 5.’
Op de vraag wat voor auto hij het liefst zou willen, antwoordt hij: ‘Eentje uit dit jaar. Maakt niet uit welk merk!’
Socialismo o muerte’ staat er langs de weg, in rode letters op een witte muur. Het socialisme of de dood. En daarnaast: ’Amo esta Isla.’ Ik hou van dit eiland.

Dag 3 & 4 > km 189 - Viñales: boer met een span ossen

Cuba is prachtig en verschrikkelijk tegelijk, je wordt heen en weer geslingerd tussen ‘wat geweldig’ en ‘wat een ellende’. Na twee dagen ben je om en neem je het gewoon voor lief. Al was het maar uit respect van de Cubanen want oh mensen, voor een week is het leuk, maar je zult er wonen.
Dat sta ik te bedenken op het uitkijkpunt bij hotel Jazmines in Viñales, een stadje in de Vallei van Viñales bijna 200 kilometer ten westen van Havana. Middenin een karstlandschap, met steile heuvels, daartussenin vruchtbaar land, een pláátje.

We slapen in een casa particular, de badkamer ruikt een beetje naar riolering, maar op de veranda staat een schommelstoel met uitzicht op de bergen.
’Het is hier prachtig!’, mail ik naar huis, vanaf het stoepje tegenover het Etecsa-kantoor, waar buitenlanders samenklonteren omdat het de enige plek is in Viñales met wifi. Ik zit er naast backpackers, gepensioneerde Amerikanen die vanuit de Bahama’s zijn overgekomen en in een privétaxi rondreizen, en een jonge Vlaming die gewoon de bus heeft genomen vanuit Havana.
De mensen die georganiseerd reizen, zijn laaiend enthousiast. De mensen die helemaal ‘op z’n Cubaans’ reizen, dus met de bus, ook. En de mensen die er tussenin zitten, die rondreizen met een huurauto, die zitten er tussenin. Die schakelen tien keer per dag tussen ‘Wat is het fantastisch’ en ‘Wat een gedoe!’
‘In Santa Clara lieten ze een autoband leeglopen, die moet je dan bij een zogenaamde vriend heel duur laten repareren. Maar dan ben je bij je casa particular en dan is iedereen daar zo verontwaardigd over en heel behulpzaam om het te verhelpen,’ vertellen de Nederlanders bij wie we aanschuiven op een terrasje.
Als je zelf rijdt, zie je pas goed hoe belabberd de wegen eraan toe zijn. We maken een dagtocht langs de mural de la prehistoria, een muurschildering gemaakt in opdracht van Fidel Castro, die in een paar stappen de evolutie van de socialistische mens uit de eencelligen verbeeldt.
We halen net dertig kilometer per uur op die weg vol gaten. Maar het landschap? Ot en Sien. Een boer die met een span ossen het land bewerkt, zo’n mooi plaatje! Alleen, ik wil niet zeuren, maar Cuba heeft dus twaalf miljoen inwoners. Dit hier zijn de vruchtbare akkers en er loopt één 70-jarige boer met een span ossen te hannesen. En in Havana de mensen maar klagen dat er geen aardappels te krijgen zijn. ‘Kom op, Fidel,’ denk ik stiekem. ‘Doe d’r wat aan met je revolutie!’
Op de terugweg gaan we op bezoek bij een tabaksboer die op het veld zijn juk staat te repareren. Hij laat de tabaksschuur zien. Levende geschiedenis: op de plek waar we staan, stonden ooit Fidel en Che. Die kwamen op bezoek bij de coöperatie. De boer vertelt over de tabak, over de revolutie, over de oogst. Als het over Fidel gaat, beginnen zijn ogen te glinsteren.

Dag 5 > km 603 - Cienfuegos: pizza uit de magnetron

´Zou ik hier misschien twintig euro kunnen wisselen?’ vraag ik bij het tankstation langs de snelweg ter hoogte van Havana.
‘Nee. Dan moet u naar de luchthaven en dan terugkomen.’
Tja. Naar de luchthaven rijden en daar in de rij staan, dat gaat uren duren.
‘Kunt u dan echt niet tanken?’, vraagt de medewerker.
'Nee, ik heb geen rooie CUC meer.’
’Nou kom maar, dan wissel ik wel.’
Er kan niks, en tegelijkertijd kan alles. Dat is dan weer het leuke.
Het landschap langs de A2 voorbij Havana is vlak en eentonig. ‘Het België en Noord-Frankrijk van Cuba’ zei iemand, ‘je gaat erdoorheen op weg naar je bestemming’. Maar het rijden op de snelweg is een attractie op zich. Iedereen rijdt op de linkerbaan of in het midden, dan heb je de minste kuilen en reparaties. Aan de rechterkant rijden paard-en-wagens, fietsers, soms een tractor. En verder is de weg meestal leeg, het lijkt wel autoloze zondag.

In Cienfuegos wisselen we geld bij het luxe-hotel Jugia en eten dan een snel pizzaatje uit de magnetron, op het terras naast het zwembad. ‘Er zit toch geen sla bij?’, zegt een bejaarde Amerikaan, die behulpzaam ons bordje komt inspecteren.
‘Ik had gisteren één blaadje sla en daar ben ik toch ziek van geworden!’

Enfin, naast Jugia ligt het barokke Palacio del Valle, daar kwamen we hier eigenlijk voor. Vanaf het dak heb je uitzicht over de baai. De kleuren, de sfeer, het licht, het is zo Caribisch, zo licht en onbezorgd. Een meisje viert er haar vijftiende verjaardag, uitgedost alsof ze gaat trouwen. Er zijn goedgemutste koks, in de tuin draait een varkentje aan het spit, als we tijd hadden konden we hier voor een Cubaans maandsalaris vorstelijk gaan lunchen. Dit is de grandeur. In volle glorie. Het is er gewoon nog, ze kunnen het onder het stof vandaan halen, oppoetsen en alles is er weer.

Dag 6 > km 690 - Trinidad: het Cuba van de plaatjes

Een van de redenen voor de revolutie was de rijke bovenlaag,  die liederlijk de bloemetjes buitenzette terwijl de bevolking niks had. Dat was de inzet van Fidel Castro, om daar wat aan te doen. En vijftig jaar later, ik durf het niet hardop te zeggen, zijn ze volgens mij terug bij af.

Maar goed, de stad Trinidad, dat is precies het Cuba dat je ziet hangen aan de muren van je favoriete tapasrestaurant. Alle vrolijk gekleurde huizen hebben één verdieping, je ziet de bergen op de achtergrond, op de straten liggen kinderhoofdjes en door de getraliede ramen hoor je flarden van de Buena Vista Social Club (‘Guantanamera!’) en aan het eind van de straat zit een zwangere vrouw op een stoepje, met een leguaan op schoot.

‘De leguaan heet Salomé. Het is een vrouwtje. Ik heb haar nageltjes gelakt, zie je? De baby komt over een maand, dat wordt ook een meisje, ik zeg voor de grap dat ze zusjes zijn. Heb je een presenta voor de baby? Wat geld of zo.’
In de deuropening van een blauw huis zit een oudere vrouw. Ze wijst naar mijn hoofd en dan naar haar eigen haar. Ik loop naar haar toe - weerbarstig haar, dat schept een band - maar ze bedoelt iets anders. ‘Hebt u shampoo?’, wil ze weten. ‘Nee? Hm. Ook geen zeep? Hm. Misschien als u morgen nog ’s langskomt. Ik heet Berta. Ik woon op 121.’
De fotograaf verstaat geen Spaans, dus die knikt iedereen vriendelijk toe en wandelt verder. Maar ik kan slecht doen alsof ik het niet versta. Wil ik een casa? Zoek ik een restaurant? Heb ik geld voor de baby? Fooi voor de muziek? Heb ik zeep, shampoo, een cadeautje, geld, geld, geld?
Ik begrijp het. Ik zou het ook doen. Ik zou in Havana mijn oma met een sigaar naast een terrasje zetten en de nagels lakken van mijn leguaan. Het gemiddelde maandloon op Cuba is omgerekend 23 euro, een paar euro is hier veel geld, dus je kunt het zien als ondernemingszin. Maar in alle eerlijkheid, die Buena Vista Social Club overal, dat ‘Guantanamera’ en de Chan Chan komen mijn neus uit en ik kan me niet voorstellen dat de Cubanen er nog lol aan beleven, de hele dag ‘Guantanamera’.

We missen een afslag naar het schiereiland waar ons hotel ligt, en komen terecht in het plaatsje Casilda, een soort buitenwijk vol met het soort jaren vijftigflats waarin ik ben opgegroeid, maar dan verveloos en vervallen, alsof alle hoop is opgegeven. Niks ‘Guantanamera!’, niks roze Cadillacs, niks vrolijke oma’s met een sigaar tussen de tanden en een strik in hun haar. Alleen een man op een ouwe fiets, die ons de weg wijst en een verbaasd nakijkt, alsof we uit een andere wereld komen. En natuurlijk is dat ook zo, bedenk ik de volgende ochtend, met mijn cappuccino aan de rand van het lege zwembad van de all inclusive. Voor het eerst sinds ik op Cuba ben, hoor ik geen variant op de Buena Vista Social Club. Het is Adèle, ze zingt ‘Hello from the other side.’

Dag 7 > km 771 - Santa Clara: Hasta la Victoria Siempre!

Naar Santa Clara rijden we door de Sierra del Escambray, vanwege de dichte bossen de schuilplaats en uitvalsbasis van Ernesto ‘Che’ Guevara en zijn troepen, toen die in 1958 optrok naar Santa Clara om de troepen van dictator Batista te verslaan. Che werd later vermoord in Bolivia, pas in 1997 werden zijn resten overgebracht naar Santa Clara.
In het museum bij het mausoleum bekijk ik de foto’s. Je kunt zeggen dat ze hier een te romantisch beeld hebben van de revolutie, maar het wás in zekere zin ook een mooie revolutie. Neem Che. Welopgeleid. Leuk om te zien. Prachtig handschrift ook. Las het verzameld werk van Goethe in de hangmat. Nam tandartsinstrumenten mee, want hij kon rotte kiezen trekken. Ze wilden het goede. Ze hebben zoveel bereikt. Jammer dat er een dictatuur van kwam.
We willen de omgevallen treinwagons nog zien, herinnering aan een aanslag op Batista’s troepen die cruciaal was voor het verhaal van de revolutie, maar gaan voor de zekerheid eerst even tanken. Ik word aangesproken door een vaag figuur die ik afwimpel en als ik me omdraai staan ze met z’n drieën naast de auto naar de achterband te kijken.
Goh, het lijkt wel of hij leegloopt.
‘Wát?’, roep ik. ‘Dat meen je niet!’ Zijn we er verdorie toch ingetrapt. Die vage figuur? ‘Ken ik niet’, zegt de man van het tankstation.
‘Die man van het tankstation? Die werkt hier helemaal niet’, zegt een ándere medewerker. Voor één CUC pompt hij de band op. Lief.
Aan de rand van Santa Clara neem ik weer een lifter mee. Hij heeft een bedrijf in groenten en fruit. ‘Ach joh, het is hier helemaal niet zo erg,’ zegt hij. ‘Die mensen die lopen te klagen hebben gewoon geen zin om te werken.’ Hij wil zelfs betalen voor het meerijden. We maken grapjes, we lachen.
‘Zo’n lekke band is ook een beetje een ontgroening,’ zeg ik tegen de fotograaf. ‘Als je geen lekke band hebt gehad, heb je niet echt op Cuba gereisd. Toch?´
Eigenlijk moet je geen lifters meenemen, zeggen ze. Maar er is hier zo weinig openbaar vervoer. Iedereen aan wie je de weg vraagt, wil daarna graag meerijden. En we gaan toch die kant op.

Dag 8 > km 993 - Varadero: glimmende, roze Cadillacs

Wat ik nou echt het leukste vind op Cuba zijn de borden met revolutionaire spreuken. ‘Cuba libre’. ‘Hasta la Victoria Siempre’ en eindeloze variaties op ‘De revolutie is…’ Dan staat er weer zo’n oldtimer met panne langs de weg en verderop een bord met zoiets als ‘De revolutie is: altijd goed je best doen’.
Ook een mooie: ‘De revolutie, dat is gevoel voor het historisch moment’. Zijn we hier op een historisch moment?
In Varadero leveren we de huurauto in. Dan zijn we definitief in de zona turistica, met de glimmend groene, roze en oranje Plymouths, Cadillacs, Lincolns, wandeling over het strand, Italiaans eten op een terrasje met uitzicht op zee, nog snel even een fles rum kopen voor thuis.
Laatste ochtend: onze transfer naar de luchthaven van Havana is met een Nederlandse groep die een langere rondreis heeft gemaakt. We wisselen ervaringen uit. ’Che en Fidel zijn goden, en er is onzekerheid over de toekomst’, zeggen ze. ‘Dat de partij ook een onderdrukkende functie heeft, daar hoor je hier niks over’, zegt iemand.
Met mijn hoofd tegen het raam geleund zie ik het landschap voorbij gaan. Vanuit de bus heb je meer overzicht. Fidelidad, staat er op de borden naast voetbalveld. Fidelidad, dat betekent trouw, loyaliteit, integriteit. Maar het is ook een woordspeling: trouw zijn aan Fidel. Wat zou je zien als je over vijf jaar terugkomt, als de Cubanen gewoon alles op de muren mogen schrijven wat ze willen.
Cuba libre! Hahaha.
‘Amo esta isla!’

11 hoogtepunten van Cuba

1 Habana Vieja, het oude centrum van Havana.
Jaren ’50 wagenpark: Oldsmobile, Dodge, Plymouth, Buick, Chevrolet, Pontiac enz.
Vallei van Viñales, zeer fotogeniek karstlandschap met steile heuvels en vruchtbare aarde.
4 Sigaren. Je moet ervan houden...
5 Trinidad: gekleurde huizen, kinderkopjes, straatorkestjes.
6 Santa Clara: mausoleum voor Che Guevara met levensgroot standbeeld.
7 Rum, bij voorkeur verwerkt in een mojito
8 Varadero, zorgeloze strandvakantie met zonsondergangen boven zee.
9 Ernest Hemingway was hier ook. Stamkroegen: La Floridita en La Bodequita del Medio.
10 Casas particulares: slapen bij de mensen thuis.
11 Revolutionaire spreuken. Het eiland staat vol met oneliners van Fidel, Che en José Marti.

Praktische informatie Cuba

Hoe kom je er?

Onder meer KLM/Air France vliegt (8x keer per dag) naar Cuba, waarvan doorgaans één rechtstreekse vlucht, ticket v.a. € 700. De vliegtijd bedraagt ruim 10 uur.

Georganiseerde reizen op Cuba

ANWB-dochter FOX organiseert meerdere reizen op Cuba, zowel rondreizen met een groep als privé-reizen met een huurauto. Meer weten? Bekijk dan nu alle rondreizen naar Cuba van FOX.

Bekijk al onze praktische info

Zelf autorijden op Cuba

Op de snelweg rijdt iedereen zoveel mogelijk links, want dat is de betere rijbaan. Het is er enorm rustig, je hebt hele stukken weg voor je alleen. Kijk wel uit voor vage figuren. Langs de snelweg Havana - Viñales worden huurauto’s vaak naar de kant van de weg gezwaaid met zelfgemaakt ‘security’-bordjes. Advies: rij er met een boog omheen en neem daar geen lifters mee.
Nog wat tips: laat de auto niet onbeheerd ergens achter - het komt voor dat onderdelen worden gestolen. Standaard vraagt men overal 2CUC parkeergeld, maar het is een vrijwillige bijdrage, minder kan ook. Belangrijk: tank bijtijds want het kan voorkomen dat een tankstation een paar dagen geen benzine heeft.

Overnachten in Cuba

De variatie in hotels is groot, van moderne boetiekhotels met wifi tot klassieke ‘vergane glorie’-hotels met pluche stoelen en gammele lift. Ook binnen de categorie ‘all inclusive’ zijn er grote verschillen: van netjes tot verroeste bagagetrolleys en provisorisch gerepareerde ramen. Die afwisseling maakt een rondreis extra verrassend.

  • Bijzonder is Hotel Ambos Mundos in Havana, waar de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway onder meer To have and have not schreef. Je kunt de kamer waar hij woonde bezichtigen, maar zelf een kamer boeken kan ook (2-pk v.a. € 126).
  • Een casa particular is de Cubaanse bed & breakfast. Een kamer kost v.a. 20-25 CUC per nacht. Je kunt ze vooraf boeken (bijvoorbeeld via hostelsclub.com), of ter plaatse aanbellen en vragen of er een kamer vrij is. Ook word je vaak op straat aangesproken door mensen die je naar een casa willen brengen, de bemiddelingskosten worden dan wel doorberekend in de kamerprijs.
  • Sinds april van dit jaar is het ook mogelijk om op Cuba accommodaties te boeken via Airbnb (2-pk v.a. € 25 per nacht).

Dit vind je misschien ook interessant: