Op reis in Zuid-China

Guizhou en Guangxi, twee provincies in Zuid-China, behoren tot de mooiste van het land. Reken op rijst-terassen, in duizend kleuren groen, en dansenden dorpelingen, waterbuffel-gevechten, rijstwijn en knalrode lang-haar-Yao-vrouwen. Je voelt je hier als Kuifje in De Blauwe Lotus.

Leestijd: circa 10 minuten
Dit artikel verscheen eerder in REIZEN Magazine, hét reisblad van de ANWB.
Beschreven wordt deze reis van FOX.

tekst & fotografie Hans Bouman

Hemelse Vrede

‘Mijn oma had lotusvoetjes. Niemand mocht haar voeten aanraken, laat staan zien. Ze kon er goed op lopen hoor, maar ze waggelde. Dat vond men vroeger sexy. Gelukkig zijn lotusvoetjes sinds 1920 verboden.’ Sharon glimlacht, maar diep in haar hart griezelt ze ook een beetje, vermoed ik. Lotusvoetjes: het is zo’n mooi, onschuldig woord voor een wrede praktijk.

Honderden jaren lang was het een traditie onder welgestelde Chinezen om meisjesvoetjes zodanig op te binden dat ze klein bleven. Ze werden heel strak ingezwachteld, waarbij de vier kleine tenen naar binnen werden gevouwen en op den duur braken. De pijn was verschrikkelijk, maar ja, wie mooi wilde zijn, of liever: moest zijn…

We wandelen over het Plein van de Hemelse Vrede, in de richting van de Verboden Stad. Beijing*) is de opmaat voor mijn eigenlijke reis, die vooral door het zuiden van China zal voeren, maar natuurlijk sla ik deze klassieke hoogtepunten niet over. Sharon heeft mooie anekdotes over het befaamde keizerlijke paleizen-complex, maar zeker zo interessant zijn de verhalen die ze over haar eigen familie vertelt.

* In REIZEN Magazine 9-2017 komt een reportage over Bejing.

Het zoete zuiden

Sharon heet natuurlijk eigenlijk anders, maar zoals alle Chinese gidsen heeft ze een Engelse naam aangenomen. Makkelijker voor ons westerlingen. De komende dagen zal ik veel van haar collega’s ontmoeten: Jonathan, Kevin, Raymond, Stanley. Terwijl ze natuurlijk eigenlijk Jiali, Meiyling, Xing-fu of Zhou heten. Of gewoon Tsjang. Precies, de vriendelijke held uit het Kuifje-album De Blauwe Lotus. Wat ik de komende dagen zal zien, zal me regelmatig aan de Chinese avonturen van deze jonge reporter doen denken.

‘Er is tegenwoordig veel concurrentie onder de gidsen in Beijing’, zegt Sharon met een wat beteuterde glimlach. ‘Toen ik in 1990 begon, waren er driehonderdvijftig afgestudeerde studenten Engels. Nu zijn er vijfenzeventig universiteiten in de stad die elk jaar een wagonlading studenten afleveren.’

Maar vast niet iedereen kan zo boeiend over Chinese cultuur vertellen. Over Cixi (of Tzu Hsi, 1835-1908) bijvoorbeeld, de concubine die zich opwerkte tot heerseres over China door achter de schermen te regeren via haar zoontje en later haar neefje. Uiteraard maakte ze in de loop van haar regeerperiode heel wat concurrenten een kopje kleiner, maar ondanks haar sluwheid was ze volgens Sharon erg dom.

‘Cixi bezat de eerste Mercedes van China, maar ze reed er nooit in. Ze duldde niemand vóór zich, ook de chauffeur niet. Dus liep ze altijd voor de auto uit, in plaats van erin te rijden. Ben je dan dom of niet, hihihi?’

Ook als we de Grote Muur bezoeken, strooit Sharon rijkelijk met informatie en anekdotes. ‘Jij gaat hierna naar het zuiden, hè? Dan zul je interessante verschillen met het noorden zien. In het zuiden zijn de mensen materialistischer, beter in zakendoen. En het eten is er veel zoeter. Wij in het noorden houden van hartig en pittig. Toen ik een keer een groep toeristen door zuidelijk China rondleidde heb ik een week honger geleden. Ik kon het echt niet eten hoor, die zoete gerechten daar.’

‘Drink op laowai!’

Alleen maar zoetigheid? Ik merk er weinig van, als ik de volgende dag aan de hotpot zit. Misschien ligt Guiyang, hoofdstad van de provincie Guizhou, waar ik na een binnenlandse vlucht van drie uur ben aangekomen, nog niet zuidelijk genoeg, naar Sharons begrippen. Voor mij staat een bak rijst en grote fondueschaal met kip, varkensvlees, groenten en heel veel pepertjes in een pittige bouillon. Prima, het is mij niet snel te heet. Wat dat betreft heb ik het temperament van een noordelijke Chinees.

Na de maaltijd trek ik met gids Raymond het gebied van de Miao in. De Miao, ook wel Hmong genoemd, zijn één van de zeventien minderheden die in Guizhou wonen. Ze hebben hun eigen taal, tradities, klederdracht, religie en feesten.

We bezoeken drie van hun bijna geheel uit hout opgetrokken dorpen, met prachtige namen als Shiqiao, Poji en Quingman, en zien mannen op traditionele wijze papier maken, vrouwen enorme hoeveelheden pepers te drogen leggen en kinderen verse vis vangen voor het avondmaal. In elk dorp waar we komen, ben ik de enige westerse bezoeker, maar in Quingman zijn ze niet te beroerd om ook voor één enkele laowai (vreemdeling) een welkomstceremonie te organiseren. Die gaat, zo zal ik de komende dagen ontdekken, altijd gepaard met rijstwijn.

Drie dames, die zo te zien drie generaties vertegenwoordigen, komen aangelopen met een soort theepotje en twee drinkhoorns, die ooit de kop van een buffel hebben gesierd. De hoorns worden volgeschonken en aan mijn lippen gezet. Drink op, laowai! En niet van die kleine slokjes, want anders loopt het kostelijke vocht langs de mondhoeken naar beneden en dat kan niet de bedoeling zijn. De rijstwijn is smakelijk, maar best stevig, misschien zo’n 25 procent. Nog eentje? Ach, weet u, het is nog vroeg, en… Ach welnee, de laowai is veel te bescheiden, begrijpt hij niet dat hij van harte welkom is? Nou dan, drink en wees een vent!

Smullen van varkenskop

Het is onmogelijk om niet hopeloos gecharmeerd te raken van de Miao. Om te beginnen heeft hun naam natuurlijk een onweerstaanbaar hoge aaibaarheidsfactor. Vervolgens hebben ze de aangename gewoonte zich in schitterende klederdracht te hullen en om het allemaal af te maken zijn ze gek op feesten en ceremonies. Hier in de provincie Guizhou, waar de meeste Miao wonen, worden jaarlijks honderden feesten georganiseerd, waarbij ongehuwde meisjes zich op hun mooist kleden en dansen op de muziek van de lusheng, een lang blaasinstrument dat uit bamboe is vervaardigd.

‘De feesten zijn vooral bedoeld om jongens en meisjes met elkaar in contact te brengen en ze een huwelijkspartner te laten vinden’, vertelt Raymond. ‘Vissen’ noemen ze dat.Als ik Datang bezoek, loopt het halve dorp uit om me welkom te heten. De meeste mannen zijn aan het werk op het veld, maar de vrouwen, van tienermeisjes tot oude besje, dansen en zingen dat het een aard is, muzikaal ondersteund door een drietal lusheng-blazers.

Later, als we een wandeling maken door de rijstvelden bij het dorp Shuidian, valt mij opnieuw de overweldigende gastvrijheid van de Miao ten deel. De laowai wil vast wel een stukje mee snoepen van de varkenskop die een van de bewoners aan het schoonmaken is, nietwaar? Ze hebben een feest te vieren hier, want een van de pasgeborenen in het dorp is één maand oud geworden.

Verderop in het dorp is een ander feest aan de gang. Dat gaat gepaard met waterbuffel-gevechten, waaraan een stuk of tien stieren deelnemen. Dat blijkt voor de omstanders niet geheel zonder gevaar. Op een gegeven moment stormt een stier als een monstertruck het uiteenstuivende publiek in. Als de bliksem grijpen dan een paar buffel-menners in. Deze mannen zorgen er ook voor dat de dieren elkaar niet ernstig verwonden. Daarvoor zijn de waterbuffels te belangrijk voor hun eigenaars. Het  ‘gevecht’ zelf beperkt zich tot wat stevig duwwerk met de koppen tegen elkaar. De buffel die zich weg laat duwen of er vandoor gaat, heeft verloren.

Hotpot bij het dorpshoofd

Wandelen door de rijstvelden rond het dorp Bai Bi. Kan het indrukwekkender? Hoeveel kleuren groen heeft China eigenlijk bij de schepping toebedeeld gekregen? Raymond en ik worden op onze voettocht vergezeld door een dorpsbewoner die de mooiste paadjes kent en al wandelend sprinkhanen verzamelt in een plastic flesje. Voor zijn vogeltje. ‘De rijst is bijna gereed om geoogst te worden’, vertelt hij. ‘Nog een paar weken. Dan wordt het even heel hard werken, maar daarna… feest!’

Als we na ongeveer twee uur aankomen bij het dorp, volgt er een verrassing. Of eigenlijk ook niet. Want dat de Miao de gastvrijheid zelve zijn wist ik inmiddels wel? Of we een hapje mee-eten met het dorpshoofd en zijn gezin. Fu Jiu Li, eerste burger van Bai Bi, nodigt ons uit voor een hotpot op basis van riviervis en veel inheemse groente. Zeg dan maar eens nee. O ja, en een paar glaasjes rijstwijn.

Via de als tolk fungerende Raymond vertelt Fu Jiu Li dat je, om dorpshoofd te kunnen worden, lid moet zijn van de Communistische Partij en bereid moet zijn je in te zetten voor de economie van het dorp. Dat wil hij en daarom nodigt hij ons ook uit. Buitenlandse gasten kunnen Bai Bi van welkome inkomsten voorzien.

Het dorpshoofd vertelt honderduit over de Miao-tradities, Raymond tolkt en ik knik beleefd en humhum als Fu Jiu Li over zijn geloof in reïncarnatie en de trouwmogelijkheden tussen Miao en Han-Chinezen – die 92 procent van de Chinese bevolking uitmaken – verhaalt. Ondertussen is zijn vrouw Li Li druk bezig in de keuken. Anderhalf uur later gaan we helemaal plat voor het resultaat van haar arbeid. De groenten zijn knapperig, de vis verrassend smaakvol, de pepers pittig, de rijst mild en de stukjes kip mals. De traditie wil dat je elkaar te drinken geeft, eerst je linkerbuurman of -vrouw, dan je rechter. Niet nippen, alle rijstwijn in één teug.
‘Po fu!’

De Duizend Lagen van de Hemel

Een oude Chinese wijsheid luid: wie zich baadt in het zweet, wordt beloont voor hij ‘t weet. Ook aan mij wordt deze antieke waarheid geopenbaard, wanneer ik mijn guesthouse vlakbij de top van de heuvel heb bereikt en uitzicht heb op de rijstterrassen die tegen de flanken zijn aangelegd. En het wordt nog mooier, zo blijkt, wanneer ik later met Kevin een hike maak over de heuvelkam.

Een patchwork van rijstterrassen spreidt zich voor ons uit. Dit heet de Drakenrug, omdat de Chinezen, poëtisch als ze zijn, nu eenmaal overal een dierenfiguur of een hemellichaam in zien. Even verderop ligt een groep terrassen die De Negen Draken en Vijf Tijgers heet, nog wat verder De Duizend Lagen van de Hemel, en eerder ben ik al Zeven Sterren en De Maan tegengekomen.

In serene stilte wandel ik over de heuvelkam. Het is hoogzomer. een kleurenfeest hier. De rijstterrassen zijn grazig groen. Hoe dit tafereel er in andere jaargetijden uitzit, zie ik later in een toeristische kaartenmolen: goudgeel in de herfst, wit besneeuwd in de winter en in het voorjaar, als er enkel water in de terrassen staat, spiegelen ze gretig de gele zon en de blauwe lucht. Hier in Ping’an en omgeving leven de Yao, met name de Rode Yao, een naam die ze danken aan hun kledij. Kevin vertelt dat de vrouwen van deze minderheid soms wel anderhalve meter lang haar hebben. En soms nog langer.

‘Als en Yao-meisje zeventien jaar is, wordt haar haar afgeknipt. Dat is een teken dat ze volwassen is. Dat haar wordt bewaard en vervolgens in het nieuw gegroeide haar gewoven. Zo krijgen ze extra lang haar, symbool voor een lang leven. Haar dat uitvalt wordt ook bewaard en ingevlochten. De Yao dragen hun haar in een grote knot en wassen het met gefermenteerd rijstwater. Daar wordt het mooie diepblauw van. Maar, eerlijk is eerlijk, het stinkt wel.’

Kogeltreinen, drumtorens en regenbruggen

Er bestaat een oude Chinees wijsheid (echt waar) die luidt: als je rijk wilt worden, moet je een nieuwe weg bouwen. En Chinezen willen rijk worden, dat is bekend. De ene na de andere snelweg wordt aangelegd. Hetzelfde geldt voor de hoge snelheidstrajecten waarover de bullet trains met 250 kilometer per uur voortrazen. De trein die mij van Guiyang naar Sanjiang (in de provincie Guangxi) voert, doet er twee uur over. Nog niet zo lang geleden legde je die afstand per auto af in ruim tien uur. Dankzij de nieuwe snelweg is die reistijd nu bijna gehalveerd.

De regio Sanjiang is het domein van de Dong, een volk dat befaamd is om zijn drumtorens en zijn wind- en regenbruggen. De drumtorens hebben een pagode-achtige bouw. Bovenin hangt een grote trommel, die wordt geslagen als de dorpelingen bijeen moeten komen. De wind- en regenbruggen dienden als schuilplaats voor werkers in de rijstvelden, wanneer het weer plotseling omsloeg. Opmerkelijk detail: torens en bruggen werden gebouwd zonder dat er ook maar één spijker aan te pas kwam.

Na een dag in Sanjiang en omgeving te hebben doorgebracht, rijd ik samen met Kevin, mijn nieuwe gids, in de richting van het dorp Ping’an. Het werd 700 jaar geleden tegen de flanken van een heuvel gebouwd, nadat de bewoners door de oprukkende Mongoolse Yuan-dynastie uit hun oorspronkelijke woongebied waren verjaagd.

Er voert geen weg naar Ping’an, alleen een wandelpad. Dus heb ik het grootste deel van mijn bagage beneden achtergelaten in een speciaal daarvoor gebouwd depot. De rest draag ik in een rugzakje. Ping’an is inmiddels door het toerisme ontdekt, maar wordt naar Chinese maatstaven niet echt druk bezocht. Er staan de nodige guesthouses en er wordt, zoals overal, volop gebouwd. Maar omdat je een minuut of 30, 40 redelijk stevig moet klimmen, neemt niet iedereen het op in zijn reisprogramma.

Hoewel, stevig klimmen? Onderweg kom ik verschillende bezoekers tegen die zich omhoog laten dragen. Want dat kan. Bewonderenswaardig energieke locals hebben draagstoelen vervaardigd, waarmee ze – met zijn tweeën – mensen naar boven dragen. Voor een habbekrats, naar westerse begrippen. Het zijn overigens alleen Chinezen die van deze optie gebruik maken. Ik denk dat westerse bezoekers, net als ik, iets te onprettige associaties met het kolonialisme hebben, bij een dergelijke vorm van vervoer.

Onderweg komen we twee Yao-vrouwen tegen met wie Kevin begint te smoezelen. Dan wenkt hij mij mee te komen. We lopen naar een bocht in het pad. Enkele minuten later volgen de twee vrouwen. Wat is Kevin van plan?
‘Deze vrouwen zullen je laten zien hoe lang hun haar is.’ En inderdaad, een van hen begint als een donkere Rapunzel haar haar los te maken en houdt het vervolgens in haar rechterhand. Het is minstens anderhalve meter lang. De ander lijkt op de uitkijk te staan.
‘Eigenlijk is het Yao-vrouwen niet toegestaan om zomaar hun haar te laten zien. Daarom doen ze een beetje geheimzinnig. Maar ze zijn er reuzentrots op. En natuurlijk heb ik ze een paar yuan gegeven.’

‘Sluipende tijger!’

Een varkentje moet je wassen, een uiltje dient te worden geknapt en een kat bind je de bel aan. Maar wat doe je met een aal? Natuurlijk biedt een oude Chinese wijsheid ook op deze vraag antwoord: een aal moet je scholven. Daarom houden Chinezen er een vogel op na die het scholven van aal tot een ware kunst heeft verheven, en die ze treffend aalscholver noemen.
Sinds jaar en dag gebruiken Chinese vissers aalscholvers als hulpje bij hun werk. Daarbij binden ze de arme dieren een stuk touw om de nek, waardoor de vogel de kunstig gevangen vis niet kan doorslikken. De visser pakt de vis dankbaar uit de snavel van de aalscholver en zegt: probeer het nog maar een keer. Maar, zo luidt de waterdichte afspraak tussen visser en vogel: elke zevende vis is voor de aalscholver.
Vissen met behulp van aalscholvers is inmiddels bijna een zaak van het verleden. Tijdens mijn cruise over de rivier de Li kom ik ze niet tegen. Wel veel andere dieren. Tenminste, volgens Kevin. Gedurende de ongeveer vijf uur durende boottocht ziet hij half Artis in de grillige karstbergen, waar de rivier zich tussendoor slingert.

‘Kijk, de drinkende olifant!’ ‘Daar, het galopperende paard!’ ‘En, de sluipende tijger!’ Zelf zie ik vooral een ongenaakbaar spectaculair, archetypisch landschap, een beetje het Chinese antwoord op Monument Valley.
Rond een uur of half twee ’s middags leggen we aan in Yangshuo. Op de kade staan twee vissers, elk een juk op hun schouders, met aan weerszijden een aalscholver. Ik wijs vriendelijk glimlachend naar mijn camera.
De oudste begint met een ernstig gezicht op gedragen toon te spreken. Het kan haast niet anders of hij citeert een oude Chinese wijsheid. ‘In stromend water kan men zich niet spiegelen.’ ‘Begeerte verarmt de mens.’ ‘Zelfs de langste reis begint met één enkele stap.’
‘Vijf yuan’, vertaalt Kevin.
65 eurocent. Is dit de keiharde zuidelijke zakelijkheid?
Deal.’

Praktische informatie & andere highligts

Georganiseerd op reis

Het boeken van een georganiseerde reis is vaak voordeliger en efficiënter dan alles zelf los boeken. Dat geldt zeker voor een land als China, waar (vooral buiten de toeristische gebieden) slechts weinig mensen Engels spreken. De beschreven reis is een deel van de 17-daagse groepsreis Wuivend Bamboe van FOX Verre Reizen van ANWB. Deze reis doet verder onder meer aan: Luoyang, Xian (Terracotta leger), Guangzhou en Hongkong.  Kijk voor deze reis (€ 1.999 p.p) ook hier.

Praktische Informatie China

Wat zijn de verkeersregels die in China gelden? Kan ik zomaar medicijnen meenemen? En welke reisdocumenten moet je bij je hebben?

Bekijk praktische informatie China

5 andere highlights van deze reis

1) Thee-instituut in Guilin
Voor de plantages, een theeceremonie en om de lekkerste thee ooit te proeven.

2) Rietfluitgrot in Guilin
Spectaculaire druipsteengrotten met natuurlijk op allerlei dieren lijkende formaties, heel fraai uitgelicht.

3) Fietstocht omgeving Yangshuo
Op de fiets door de rijstvelden, langs de Yulong-rivier, bezoek traditionele boerderij: op deze tocht komt het alledaagse China heel dichtbij.

4) Sanji Liu Impression in Yangshuo
Schitterend muziek- en lichtspektakel aan de oevers van én op de Lui-rivier, uitgevoerd door meer dan 600 boeren uit vijf naburige dorpen.

5) Museum van de Nanyue Koning in Guangzhou
In 1983 werd een 2000 jaar oude graftombe ontdekt, met – te midden van een rijkdom aan voorwerpen – de stoffelijke resten van koning Zhao Mei en zijn vier (levend begraven) concubines. Vooral het geheel uit jade vervaardigde kostuum van de koning is indrukwekkend.

Hoe kom je er?

KLM vliegt dagelijks op zowel Beijing (beginpunt van deze reis) als Hongkong (het eindpunt), retour v.a. € 795. Lufthansa doet hetzelfde met overstap in Frankfurt, voor een tarief v.a. € 526.

Beste reistijd

Maart-oktober is de beste reistijd. Het klimaat in dit deel van China is subtropisch. De temperatuur  varieërt van 10° C in januari tot 28° C in juli. Maart-augustus is de vochtigste periode.

(On)geluksgetal 4

Het getal 4 is een ongeluksnummer, omdat het in het Chinees bijna hetzelfde klinkt als het woord voor ‘dood’ (‘’). In veel Chinese gebouwen ontbreekt de vierde verdieping en ook elektronicaproducenten slaan in de nummering van hun producten de 4 vaak over. De cijfers 6 (‘geluk’), 8 (‘rijkdom’) en 9 (het ‘keizerlijke’ getal) gelden juist als geluksgetallen. Automobilisten betalen hoge bedragen voor een kenteken met veel van deze cijfers.

Visum & vaccinaties

Voor China is een visum noodzakelijk. De reisorganisatie kan dat voor je regelen. Een Single Entry Visa incl. handlingskosten kost bij FOX € 160. Je kunt het ook zelf aanvragen, kijk daarvoor hier. Aanbevolen vaccinaties zijn DTP, Hepatitis A en B en Buiktyfus. Belangrijk: vraag altijd advies bij huisarts of GGD.

Geld

De officiële valuta van China is de renminbi (RMB), de munt zelf heet yuan. € 1 = ca. RMB 0,13. Hotelprijzen in China zijn bijna gelijk aan die in Nederland. Eten en drinken zijn aanzienlijk goedkoper. In Hongkong is de Hongkong dollar de munteenheid. € 1 = HK$ 0,12. Hongkong is duurder dan de rest van China maar goedkoper dan Nederland.

Eten & drinken

Het handige van reizen met een gids is dat hij/zij je prima suggesties kan geven voor goede en goedkope eet- en drinklocaties. Zo nam Raymond me in Kaili mee naar een zeer eenvoudig ogend maar uitstekend groente-restaurant (vlees blijft voor veel Chinezen een luxe) en deed ik met Kevin een befaamd Guilin Rice Noodle-eethuis aan, dat noedels serveerde met vlees, gefrituurde pinda’s, bamboescheuten, bonen en chili. Uitstekend en kennelijk vele malen beter dan het identiek ogende tentje ernaast. Ook uitstekend was het Zhen Yuan Restaurant in Sanjiang, waar we roerbakgerechten aten: varkensvlees-met-vissmaak (echt!), tomaat en ei, rundvlees met ui en groene peper, paksoi en paddenstoelen. Allemaal lekker, nooit ziek geworden. Restaurants zijn in China vrijwel altijd zeer zakelijk en basaal ingericht. Waarom kaarslicht als een tl-buis veel meer licht geeft?

Reisgidsen & boeken

The Rough Guide to China (€ 20,75) is uitstekend, zowel praktisch als qua achtergronden. Er is ook een dunnere maar duurdere  The Rough Guide to Southwest China (€ 24,50), die o.m. Guizhou en Guangxi beschrijft.  Mooie foto’s en nuttige achtergrondinformatie vind je in de Nederlandstalige Insight Guide China (514 pag., € 27,90).
Wilde zwanen. Drie dochters van China van Jun Chang (€ 7). Deze uit 1992 stammende klassieker is nog altijd een aanrader voor elke China-bezoeker. Het boek beschrijft een eeuw Chinese geschiedenis via de levens van drie generaties vrouwen. Carolijn Visser schreef China (€ 17,50). Zij was de eerste Nederlandse auteur die na de openstelling van China uitvoerig door het land reisde. Dit boek is een omnibus met daarin: Grijs China, Buigend bamboe en De koude heuvels van Mongolië.

Balletje balletje

De Zhuang, een van de etnische minderheden in zuidelijk China, hebben een traditie waarbij ongehuwde meisjes op feesten een xiuqiu (een geborduurde, uit zijde vervaardigde bal) gooien naar de jongens op wie ze een oogje hebben. Zij worden daarmee uitgenodigd hen het hof te maken. Veel Zhuang regelen hun dates tegenwoordig overigens ook via internet.

Grote Muur van rijst?

Over de Grote Muur worden veel indianenverhalen verteld. Dat astronauten hem vanuit de ruimte zouden kunnen zien bijvoorbeeld, of dat de muur zou zijn opgevuld met de beenderen van arbeiders die tijdens de bouw zijn bezweken. Allebei niet waar. Wel ontdekten wetenschappers van de Zhejiang Universiteit in Hangzhou in 2010 dat het cement van de muur deels uit kleefrijst bestaat, wat het voegwerk sterk en waterafstotend maakt.

8x Slapen

* Yong An Hotel, Beijing. In de buurt van winkels en restaurants, prima ruime kamers. 2-pk v.a. ca. € 58.
* Grand Metro Park Heaven-sent Hotel, Kaili. Splinternieuw, prachtig hotel met dito naam. Formidabel ontbijtbuffet (zelfs met frietjes, wat Chinese gasten geweldig vinden), .
* Fengyuqiao Hotel, Sanjiang. Centraal gelegen comfortabel hotel, vlakbij het grote stadsplein, winkels en restaurants.
* Ping’an Guest house, Ping’an. Minder eenvoudig dan de term, ‘guesthouse’ doet vermoeden. Douche, elektra en restaurant zijn allemaal prima, de kamers hebben airco en in de bar kun je zelfs Belgische bieren krijgen.
* Grand Link Hotel, Guilin. Groot, luxueus hotel met meerdere restaurants, waar de vriendelijke staf zijn uiterste best voor je doet. 2-pk v.a. ca. € 78.
* Days Inn Hotel, Yangshuo. Comfortabel hotel, centraal gelegen en vlakbij winkels en de Li-rivier.
* Rosedale Hotel, Guangzhou. Zwembad, gym, restaurants, ruime kamers; in dit luxehotel vind je alles.
* Regal Oriental Hotel, Kowloon/Hong Kong. Comfortabel hotel. Voor 10 euro rijden de taxi’s je naar de toeristische wijk Tsim Sha Tsui met zijn winkelpromenades, restaurants en natuurlijk de befaamde Star Ferry naar Hongkong Island. 2-pk v.a. ca. € 92.