Moord in de Oriënt-Express?

TURKS FRUIT #3 van Kees Lucassen

Kees Lucassen – ANWB-redacteur van REIZ& Magazine en Op Pad - is op vakantie, en haalt daar herinneringen op. In zijn derde blog vertelt hij over zijn derde reis naar Turkije in 1997 waar iemand zijn enkel verzwikte, ze een tochtgenoot, een reisleidster, een chauffeur, een bus en veel bagage kwijt waren geraakt en de sfeer tóch opperbest bleef...

‘En toen?’ vraagt Jelle. 

Met vrouw en kind (12) zit ik nu - juli 2017 – in Kaṣ. Klein plaatsje aan de Turkse kust. Zojuist vroeg Jelle mij om hem iets te vertellen over papa’s derde reis naar Turkije. In 1997. 

Dus ik vertelde. 

Over dat papa op Schiphol stond, naast een mega-overgewicht aan plunjezakken gevuld met opblaaskano’s, zwemvesten, spatzeilen, tentjes en keukengerei. Uren later, in Ankara, verdrongen kruiers zich om die bagageberg. Waarna alles verdween in de bus van Ali, onze gesikte chauffeur voor de komende twee weken. ‘De rit naar Sivas gaat vier tot zes uur duren’, zei Maaike. Want waar waren wij (12 kanoërs) aan begonnen? Aan de ‘Kano-expeditie op de Kizilirmak’, een SNP-reis.

De volgende dag, tijdens onze maiden-voyage, gaf Maaike elementaire instructie (‘Zo hou je de peddel vast en dit is de J-slag!’). Waarna we, met een snelheid van 5 kilometer per uur, door Anatolië meanderden. ‘Kwak!’, riep Wouter. Onze ornitholoog. 

‘Kwak!’, zei ook Rob. Verzwikte enkel. Om half zes gingen we terug aan land en sloegen daar ons tentjes op. ‘Merhaba!’ (Hallo!) Turken doken op uit het niets, lief grijnslachend. Een man schonk ons komkommers en twee meisjes boden een in stukjes gesneden meloen aan. Bij gebrek aan spiritus kookten we op raki.

De volgende dag spotte Wouter springende vissen (‘Over de kano!’), boerinnen, wuivend vanuit dito geelgolvend koren, en jawel, de bijeneter (‘Bont en biddend!’). En ’s avonds bij het kampvuur vertelde Maaike: ‘Morgen zien we Ali weer. Met eten en drank tussen 2 en 3 bij een klein station aan het spoor van de Oriënt-Express.’ Maar de dag daarna, om drie uur, zagen we geen station. Om vier uur wel, al leek het meer op een boerderij. En Ali was nergens te bekennen. Wat te doen? De boer annex stationschef had slechts een ezel als transportmiddel. ‘Maar over een half uur komt de trein naar Sivas voorbij’, zei hij. ‘Die kan ik laten stoppen.’ We besloten dat twee van ons in de trein zouden stappen, om in Sivas eten te kopen en daarna per taxi weder te keren. Maar toen we die avond in de slaapzak kropen, waren Maaike en Steven nog niet terug. Moord in de Oriënt-Express?

Om zes uur ’s ochtends spartelden we in de rivier. Turkse koffie pruttelde op het vuur. Ondanks dat Rob zijn enkel had verzwikt en dat we een tochtgenoot, een reisleidster, een chauffeur, een bus en veel bagage kwijt waren, was de stemming opperbest. In het Turkse midden van niets, daadwerkelijk niets doen, dat had wel iets. De Turkse Kruimeltje en Ciske de Rat, allebei inclusief pet, roodblozend en 1 meter hoog, gaven ons drie komkommers. Op het programma voor die dag stond 35 kilometer varen, maar dat ging niet gebeuren. Mieke en Marino gingen eitjes kopen bij het station. Zes kopjes thee later keerden ze terug. Mieke zei: ‘Hij had maar vier eieren, meer niet. Dus ik zei dat we ze dan niet hoefden, maar ik moest ze meenemen. En hij wilde er geen geld voor hebben. Ik heb ook brood.’

Rond twaalf uur verschenen Maaike en Steven. De twee hadden de vorige avond met een lichtelijk beschonken taxichauffeur door de duisternis gezigzagd, vergeefs zoekend naar het station. Tot drie uur ’s nachts. Waarna ze in een hotel, terug in Sivas, waren gaan slapen. 
We trokken de boten van wal en peddelden, tussen eilandjes laverend, verder de rivier af.

‘Ali!’

Waar een gravelweg bij de rivier doodliep, stond Ali, olijk stuiterend tussen de bus en 37 knipogende koeien. Dolblij ons weer te zien. We spraken een nieuwe ontmoetingsplek af, voor twee dagen later, en voeren verder, in een straf tempo tussen goudgele bergen, waarop kleine poppetjes hun rug rechtten om naar ons te zwaaien. 

Rond acht uur stond het kamp. Wouter spotte een hop en een blauwe scharrelaar. Tienduizend sterren spiegelden in de Kizilirmak. In de verte huilde een minaret.

Enfin. 

Uiteindelijk zijn we toen, via diepe kloven en schuimende stroomversnellingen, tot in Cappadocië gevaren. Het land van de tufsteenkegels, feeënschoorstenen en eeuwenoude, uit rots gehakte kerken. En hier stak iemand een brandend watje in papa’s oren. Maar dat is weer een ander verhaal Jelle, nu gaan we parapenten!

De SNP kano-expeditie naar Cappadocië bestaat niet meer, deze reis wel: Turkije - Cappadocië, 9 dagen.

Kees Lucassen bereisde de wereld per vliegtuig, auto, motor, kano, fiets en te voet. Hoogtepunten? ‘Een nacht in hechtenis in Almaty (Kazachstan) en de zoen van zangeres Nenny Angelia in New Nickerie (Suriname).’

Lees meer herinneringen van Kees

1982 - Op de fiets naar Istanbul
1990 - Alles komt goed
1997 - Moord in de Oriënt-Express?
2000 - De schorpioen bij de vuurtoren
2004 - Slapen in Sipahiler
2011 - Turkije, met mijn moeder