Villa de Leyva, het pittoreske koloniale stadje

Reisblog 3 van Solo Traveler Doris Furcic

Buenas, Villa de Leyva! Ontmoet in Bogotá, arriveer ik samen met Francaise en leeftijdsgenoot Anne en Californische beeldhouwer Gregory, in Colombia omgedoopt tot Gregorio, in het koloniale stadje Villa de Leyva. In Bogotá horen we van backpackers tot Bogotanen dat je Villa de Leyva niet mag missen. En ze hebben gelijk. Slechts bewoond door ongeveer 4.000 mensen, pittoresk met een rustgevende uitstraling, verklaard tot nationaal monument, rijk aan musea, blauwe lagunes, kleihuis, fossielen uit het Mesozoicum en het Krijt en een met armen gespreide Jezus hoog op een berg, uitkijkend op de stad. 

Geef me een cappuccino

Als cappuccinoverslaafde struin ik samen met mijn tijdelijke reiskameraden naar een plek met een smakelijk kopje gevuld met 1/3e espresso, melk en melkschuim. Met een zoekende blik wandelen we door de kleine hobbelige straten van Villa de Leyva, totdat 2 Colombiaanse mannen, Lucas en Juan leunend tegen de muur, ons in het vizier hebben.

De mannen proberen ons in het restaurant van Lucas’ mama te lokken. Daar ontbreekt mijn hoognodige cappuccino, dus ze nemen ons mee naar de koffietent De La Villa met fancy koffie, zelfgemaakte taartjes en een uitkijk op hét plein Plaza Mayor. Daar delen we onze reisverhalen met elkaar.

Op de fiets met Ciclotrip

Villa de Leyva heeft maar een oppervlakte van 128 m2, gevuld met straatkeien bedekte straten, koloniale gebouwen, restaurants, souvenirwinkeltjes, parken, 6 mini-musea, 1 charmante parochiekerk en Plaza Mayor als het plein dat rond 17:00 uur door Colombianen met een cerveza in hun handen bezocht wordt. Hieromheen zijn de heuvels versierd met lagunes, een wijngaard, een kleihuis en vele fossielen. Maar hiervoor heb je een tweewieler nodig.

We spotten de altijd lachende Angela van Ciclotrip, verstopt achter de balie in een winkel met hebbedingetjes en tierelantijntjes, gemaakt door diverse artistieke Colombianen. Met een kaart inclusief de route uitgestippeld en een extra telefoon voor in noodgevallen, gaan Gregorio, Anne en ik fietsend op pad.

Van een kopergiftige lagune tot een kronosaurusfossiel

De zon brandt in ons nek en rug en de droogte waait in ons gezicht als we richting de pozos azules fietsen. We komen aan bij een groene omgeving vol met Himalayan dennenbomen en daar ergens tussenin zie je de blauwe lagunes, met koper erin. Van een afstand denk je “Is dit het?”, maar als je ervoor staat dan overmeesterd de chemische kleur je.

We fietsen verder naar de orchideeëntuin van Maria die ons met liefde en in het Spaans haar planten- en bloemencollectie aan ons uitlegt. Racend door de warmte van de zon komen we aan bij het fossielenmusem El Fosil waar je na een verzameling van duizenden cretacico fossielen door een bijna compleet fossiel van een 7 meter lange kronosaurus aangegaapt wordt.

Paleontologisch onderzoek en een wijntje

De Colombiaanse toekomstige paleontoloog Patricia, met paarskleurig haar en tubes versierde oren, legt ons alles uit over de paleontologen en hun werk die met hun kwastje de merkwaardige fossielen in Villa de Leyva hebben onderzocht. Bij Centro de Investigaciones Paleontológicas ga je terug de tijd in en loop je met open mond van verbazing de deur uit.

Even verderop vind je de wijngaard van Villa de Leyva waar je een wijntour kunt krijgen, waarbij het hele wijnproces wordt uitgelegd en tot slot een wijntje kunt proeven. De tour hoeven we niet, maar we willen wel aan de wijn. Vanwege onze lowbudgetreis, en het feit dat we snel teut worden door de hitte en we amper een gevulde maag hebben, delen we 1 rood wijntje met zijn allen. We cruisen terug en onderweg zien we een kleihuis, welgestelde families in villa’s en fietsen we terug naar Ciclotrip, waar de nog steeds lachende Angela op ons wacht. 

Trekking naar El Santo

Als je in Villa de Leyva bent, dan zie je vanuit de stad een vaag witte gedaante op de berg El Santo staan. De berg op, is een trekking die zowel onder de locals als de toeristen populair is. De locals joggen met hun honden de berg op, zeggen gedag tegen Jezus, maken foto’s en rennen verder. Gregorio, Anne en ik pakken de verkeerde weg en we ontsnappen aan 8 agressieve honden, we vinden uiteindelijk de goede weg richting de berg op waar we steil omhoog lopen en uiteindelijk met 5 lieve, beschermende zwerfhonden de top met Jesus bereiken.

Onderweg lopen de honden voor en achter ons en als ze iets horen, dan zijn ze waakzaam en beginnen ze naar een indringer te grommen en te blaffen. Voetstappen zijn hoorbaar, takken kraken en onze honden grommen. Ineens staat Juan, gehuld in sportkleding, voor ons, één van de Colombiaanse mannen die we op de eerste dag in Villa de Leyva hebben ontmoet. Over toeval gesproken.

Kippetje, nonnen en seks

Anne vertrekt weer naar Bogotá en Gregorio en ik hebben in de avond een date met Juan. We zitten in een kippentent met smakelijke, geroosterde kip, yuca en aardappels voor ons. We vertellen onze levensverhalen aan elkaar op het moment dat een groep van 10 nonnen binnenlopen en ook aan een kippetje gaan kluiven. De gesprekken gaan een stap verder en Juan deelt zijn seksavonturen met ons. Ondertussen ontvangen we boze blikken van een paar nonnen die zijn verhalen shockerend opvangen. Het is tijd om weg te gaan.

Barichara

Met Gregorio reis ik naar koloniale stad nummer 2: Barichara. Maar sinds mijn aankomst in Barichara is mijn linkervoet ontpopt tot een worstenvoet. Een mosquitobeet en BAM! Linkervoet dik. Mijn voet wordt rood, vadsig en jeukerig en het begint akelig pijn te doen. Maar ik ben voorbereid. Als reizende apotheker ben ik voorzien van smeersels, pillen en nog meer cremetjes.

Door mijn opgezette, pijnlijke worstenvoet zie ik weinig van Barichara en kan ik niet de trekking naar Gaune doen. En dit schijnt hét dingetje te zijn, dat je in Barichara gedaan moet hebben. Wat kan ik doen? Ik rust uit, cappuccino’s drinkend, in een hangmat liggend, achter mijn laptop werkend en genietend van de stilte in Barichara. Op en top ontspanning, totdat het wilde avontuur in San Gil begint. Denk aan: paragliding en bungeejumpen! Ga ik het overleven? Nog even een weekje wachten, en dan kom je erachter.

Doris Furcic (1987) reisde in 2012 voor het eerst solo door Zuid-Amerika en vond daar haar passie voor schrijven terug. Sindsdien is ze ontpopt tot een avontuurlijke soloreiziger en naast tekstschrijver is ze storyteller, socialmedia- en SEO-specialist. Je volgt Doris op InstagramFacebook en Twitter.

Meer reisblogs van Doris

#19: Stinkend naar de hemel!
#18: Een week in San Juan del Sur in Nicaragua
#17: Corcovado National Park in Costa Rica
#16: Pavones, Costa Rica’s legendarische surfspot
#15: Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Bekijk alle reisblogs van Doris