Stinkend naar de hemel!

Reisblog 19 van Solo Traveler Doris Furcic

Doris Furcic, onze blogster vanuit Zuid- en Midden-Amerika, heeft haar laatste bestemming bereikt: Little Corn Island in Nicaragua. Een tropisch paradijs, maar eerst slaapt ze in een krakkemikkig… bordeel.

Van de hel naar de hemel in Nicaragua

Je wordt nat, je wordt ziek, je stinkt, je bent moe en je slaapt in een bordeel om dan de volgende ochtend de enige boot in de week richting van de parel van de Caribische kust te pakken. En wat zie/hoor je dan? Stranden vol palmen, rijk gevuld met kokosnoten, een zee met warm & helder & azuurblauw water en een immens rijke onderwaterwereld, sappige mango’s & stervruchten, wiegend aan de bomen, dancehall-& reggae-muziek, zachtjes op de achtergrond, beperkte wifi en de locals, glimlachend & stressloos. Ik heb het hier over het autovrije paradepaardje van Nicaragua én de laatste bestemming van mijn soloreis: Little Corn Island.

Foto’s: Inge van den Broek, pixaboo.nl

Het einde is nabij!

In een bontgekleurde hangmat schommel ik, laptop op schoot, in Hostel De Boca en Boca, gevestigd in het koloniale prachtstadje Granada. Ondanks dat ik hier nu breeduit lig, pieker ik. De tijd tikt. Nog maar anderhalve week, en dan is mijn vier maanden durende soloreis over, en vlieg ik vanuit Costa Rica terug naar Nederland. Het einde is nabij!

‘Hoe laat ik deze reis met een klapper eindigen?’, vraag ik mezelf af. Wel tien keer. Dan valt het muntje: Little Corn Island! In het hostel nodigen de Brit Bertie & de Canadese Sheena mij uit om samen voor de tijdrovende route naar Little Corn Island te gaan. Ik twijfel. Vanwege tijdgebrek kan ik nu beter een vliegtuig pakken i.p.v. te kiezen voor dé boot die maar één keer per week naar Big Corn Island vaart. Die schuit staat bekend als allesbehalve comfortabel & stressvrij. Aan de andere kant: de rit naar de boot is spotgoedkoop & avontuurlijk. Twee belangrijke pluspunten.

Ranzige, witte vlekken

En dus gaan we eerst per minibus van Granada naar Managua, dan met een zowaar ietwat comfortabele ex-schoolbus naar El Rama en vervolgens in een open panga-bootje - tijdens een tropische hoosbui - naar Bluefields, waar we de Zwitserse backpacker Yves ontmoeten. En dan ‘slapen’ we nog een nacht in een bordeel. Hoe dat zo? Nou, we kwamen aan bij de haven van Bluefields, een suffend stadje, waar een local ons, in ruil voor een fooitje, wel naar een goedkope plek voor de nacht wilde begeleiden. Na wat geslenter door de stad stonden we stil voor Hotel Lobster Pot. Een krakkemikkig, goedkoop onderkomen met sobere, onhygiënisch ogende kamers, met bedden zonder matrasovertrek, maar wel met een morsige dekbedovertrek. Waarop nog vaag verbleekte bloemen zijn te waren, besmeurd met ranzige, witte vlekken, waar ik zo mijn vraagtekens bij zette. Die avond spotten we op de begane grond een rij mannen, die één voor één op hun beurt wachten om naar boven te gaan. Jawel, wij waren in een bordeel beland.

‘It’s a disco!’

Het goede nieuws: wij hebben de twee ‘betere’ kamers. Toch zetten Sheena en Bertie, uit vrees voor beestjes in bed, op hun matras hun tent op. Yves en ik rollen onze eigen slaapzakken uit, trekken plastic zakken over onze kussens en willen net onze ogen te sluiten wanneer er een luide reggeaton-deun door de muur dreunt, afkomstig van de buren. Yves trekt het gordijn open en merkt op: ‘Flashing lights and dancing people, it’s a disco!’

De volgende ochtend zijn we alle vier al vroeg wakker om dé boot naar Big Corn Island te halen. Met onze tickets in onze handen wachten we geduldig in de haven, waar Inge, een leukgekke landgenoot, zich bij ons aansluit. De overtocht duur 5 uur en is misselijkmakend, maar dan zijn we er: Big Corn Island. Een panga-bootje pruttelt ons naar de wal.

Terwijl iedereen zijn spullen bij elkaar raapt, legt een tweede panga-bootje aan, met daarop een local die met een stralende glimlach een bord omhoog houdt:‘Yemaya Island Hideaway & Spa welcomes Doris Furcic’.

Ik ben in de hemel!

Voor nu neem ik afscheid van mijn medereizigers. Doorweekt, bezweet, stinkend en afgepeigerd arriveer ik bij het North End strand, waar de 5-sterren Yemaya Island Hideaway & Spa tussen de ruisende palmen staat te blinken. Op het strand staat een heus welkomstcomité, bestaande uit Yemaya’s manager en twee vriendelijke dames die mij vertroetelen met een vers watermeloenenssapje en een vochtig, luxueus doekje. Jawel, ik ben in de hemel beland.

Extreem vriendelijk personeel, tropische tuinen, een internationaal fusion restaurant, yoga- en meditatieslessen, een spa met een diverse selectie van luxe-behandelingen en eco-chique bungalows met een uitzicht dat zo ‘klik!’ de voorkant van een ansichtkaart zou kunnen zijn. Plus: een brandschoon goudkleurig strand, hangmatten tussen palmbomen, uitkijkend op zee, terwijl de zon straalt op standje tropisch. Ik verwen mezelf op-ti-maal. Ik heb een bungalow voor mijzelf, smul van het continentale ontbijt & diner, dommel, met het boek Wild van Cheryl Strayed in de hand, in een hangmat of geniet van een hemelse Yemayao-massage, detoxbehandeling en de pedicure, waarna ik met opgepimpte teennagels met het zand tussen mijn tenen speel.

Vrijwillig de hemel uit

Yemaya Island Hideaway & Spa ligt wat afgelegen van het centrum, waar de huizen van de Nicaraguanen, overige hostels, bed & breakfasts, duikscholen, bars & restaurants zijn. Oftewel: de bewoonde wereld. Yemaya is de verborgen parel, aan het mooiste strand van Little Corn Island. Ik wil dit paradijs delen en nodig daarom Sheena, Bertie, Inge & Yves uit. Sharing is caring, toch? Verbluft en met twinkelende ogen zien zij waar ik verblijf. We zonnen samen op het strand, spartelen in zee, organiseren fotoshoots, lachen veel en smikkelen rijkelijk van de op de grond  gevallen kokosnoten en mango’s.

Ondanks dat ik in deze hemel mijn maten regelmatig over de vloer heb, voel ik me wat geïsoleerd. Na drie nachten Yemaya keer ik daarom terug naar de bewoonde wereld, naar het Green House Hostel, waarin Inge & Yves al bivakkeren. Ivan, de kersverse uitbater, verwelkomt me hartverwarmend en toont mij zijn hostel. Prompt wordt mijn chique paradijsbubbel doorgeprikt, want ik heb weer een bed in een slaapzaal. Het mag de pret niet drukken. De locatie is top, de mensen aardig, mijn nieuwe bed slaapt heerlijk en ik ben weer terug in backpackerland.

Kers op de taart

Mijn laatste dagen op Little Corn Island: viermaal duiken tussen de roggen & zusterhaaien, smaakvolle mango’s van de grond oprapen, stervruchten uit de bomen plukken, bij Yemaya op het strand gaan liggen, kokosnoten openbreken, verse vis bij The Shak, cocktails bij Tranquilo Cafe of Sweet Oasis, garnalen in knoflooksaus bij Rosa’s, de verjaardag van Sheena, gegrilde vis bij Los Delfines en mijn roes uitslapen in het Green House Hostel. Mijn solo-reis door Colombia, Panama, Costa Rica en Nicaragua eindigt hier, tussen deze mooie mensen. Little Corn Island, je bent het kersje op mijn taart.

Doris Furcic (1987) reisde in 2012 voor het eerst solo door Latijns- en Zuid-Amerika en vond daar haar passie voor schrijven terug. Sindsdien is ze ontpopt tot een avontuurlijke soloreiziger en naast tekstschrijver is ze storyteller, socialmedia- en SEO-specialist. Je volgt Doris op InstagramFacebook en dorisfurcic.nl.

Meer reisblogs van Doris

#19: Stinkend naar de hemel!
#18: Een week in San Juan del Sur in Nicaragua
#17: Corcovado National Park in Costa Rica
#16: Pavones, Costa Rica’s legendarische surfspot
#15: Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Bekijk alle reisblogs van Doris