Santa Marta, de welkomstpoort van het noorden

Reisblog 6 van Solo Traveler Doris Furcic

Het is de drukte en hectiek in Barranquilla die mij naar Santa Marta doen vluchten. Het is de oudste, nog bestaande stad in Colombia. Voorheen bewoond door de indianen van de Tayrona-cultuur, maar in 1525 is door de veroveraar de Espanja Rodrigo de Bastidas gesticht. Santa Marta is een belangrijke havenstad, maar onder de reizigers staat het bekend als de welkomstpoort voor het Tayrona park, Ciudad Perdida, Minca, Taganga en Palomino. 

Tayrona Park is zojuist weer geopend. Dat betekent: toeristenattractie met zeer lange wachtrijen en een rompslomp om een slaapplek te vinden. Ciudad Perdida, een vierdaagse trekking naar de verloren stad, doet me denken aan mijn voorgaande trekkingsavontuur op weg naar Machu Picchu. Een hel van heftige voedselvergiftiging, intense braaksel, non-stop diarree en zo zwak als een vaatdoek worden. Ik pas voor beide en verken Paso del Mango, Minca en Taganga.

Azalea Hostel

Santa Marta is niet zozeer een stad dat mijn hart sneller doet kloppen. Maar mocht je toch een dag of twee willen verblijven, overnacht in het Azalea Hostel. Het is een tikkeltje hippieachtig met fijne, schone bedden waar je binnen no-time in slaap valt. Reggae afwisselend met house weerklinken binnen de muren van het hostel tot een uurtje of 23:00 uur.

In het hostel wacht de eigenaar Jorge op je, die online al vele veren in zijn achterste heeft gekregen, maar hij verdient het ook echt. Een aardige, behulpzame Colombiaan die tijdens een vakantie in één klap verliefd wordt op de stad en resoluut besluit om zijn goedbetaalde IT-baan op te zeggen om in de havenstad een hostel op te richten. Drink een biertje of aguardiente met hem, maar o wee, schat hem jonger dan je denkt. Schat je ‘m te oud, dan komen de tranen opzetten en vergeeft hij het je niet meer.

Paso Del Mango

De kudde gaat graag naar Minca, maar ik ga van het gebaande pad af richting Paso del Mango. Slechts 45 minuten van Santa Marta vandaan. Het landschap is hetzelfde: palmbomen, bamboe, bergen, watervallen, plantages, diverse vogels én rustgevend, maar dan met minder toeristen om je heen. Wil je de meeste reizigers ontlopen, dan moet je hier zijn. 

Van Santa Marta pak ik een collectivo, een busje, richting plaatsje Bonda om vervolgens met de motortaxi, inclusief mijn backpack op het stuur, een ongebaande, hobbelige weg de berg op te crossen. 20 Minuten lang zit ik gniffelend en schaterlachend achterop de motor, totdat ik er bijna vanaf vlieg. De rit is al dolle pret, omgeven met talloze bomen en vliegende, zingende vogels.

Finca Carpe Diem

Mijn motortaxichauffeur stopt voor de ingang van Finca Carpe Diem, een afgelegen natuurterrein van 50 hectare, met slaaphutten, zwembad én jammie eten. Gerund door Kobe en Nele de Pourcq, een Belgisch koppel die in 6 jaar hun leven in Paso del Mango hebben opgebouwd. Een warm stel die veel tijd en liefde in hun finca, landgoed, hebben gestopt. Dat voel je, dat zie je. Hier rust ik uit, ontloop ik de zon en wandel ik met een reisbegeleider naar Casacada de Silvestre en 3 andere watervallen. 

De volgende dag bezoek ik de buren, die een cacaoplantage runnen. De buurvrouw Diana geeft de cacaotour, die het cacaoproces uitlegt, de 3 soorten cacaovruchten aan mij laat zien en proeven, verse chocolademelk laat drinken en mijn gezicht met vloeibare chocola besmeurt, waarna mijn wangetjes vederzacht aanvoelen. Als je de kudde wilt ontlopen en middenin de natuur wilt zijn, dan is Finca Carpe Diem in Paso del Mango waar je moet zijn.

Minca

Ik heb moeite om Finca Carpe Diem te verlaten, zo vredevol en lieflijk is het, maar ik pak toch mijn biezen. Terugkerend naar Santa Marta, pak ik een bus naar het miniscule plaatsje Tocomama om met een aardige, bejaarde Colombiaan, die me voor de lokale prijs, op de motor naar Minca brengt. De reis richting Minca doen je ogen al uitkijken. Zo groen, je wilt het liefst de hele dag in de omgeving op de motor rijden.

Aankomend in Minca, wachten een tiental motortaximannen op me om me naar mijn hostel te vervoeren. Colombiaan Darwin brengt me naar het hostel Casas Viejas en probeert mijn telefoonnummer te strikken. We arriveren aan het einde van de middag bij Casas Viejas waar ik met open mond de natuur voor mijn neus bewonder. Talloze palmbomen, diverse bergen, de lucht kleurt blauw-roze, terwijl vogels fluitend voorbij vliegen. Eén van de mooiste uitzichten die ik tot nu toe in Colombia heb gezien. 

Hostel Casas Viejas

Onderweg naar het bergdorpje Minca, hoor ik vele positieve verhalen over het hostel Casas Viejas. Ik daarentegen spring geen gat in de lucht en ik klap niet fanatiek in mijn handen als ik het over dit hostel heb. Een drietal Fransen runnen de tent, en vele Françaises werken er als vrijwilligers. Welkom in Frankrijk, zou je zeggen. Het voelt als een besloten groep en één van de Franse vrijwilligers vertelt dat het zó fantastisch is, dat het voelt als een familie. Met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik ‘m aan, want als gast ervaar ik dat niet.

Hostel Casas Viejas voelt meer als een geld draaiende locatie waar je als lowbudgetreiziger de pineut bent. Er is geen keuken waar je je eigen eten kan voorbereiden en er zijn teveel regels. Mocht je in het hostel verblijven en geen puf hebben om naar het dorpje te wandelen, dan betaal je voor het eten de jackpot. Een meute mosquitos en zandvliegen vliegen om je heen. Je gebruikt anti-muggenmiddel tot je een ons weegt. Maar noch je benen, noch je billen zijn veilig. Na 1 nacht en tientallen muggenbeten rijker, pak ik mijn spullen en vertrek ik naar Taganga. Volgens Lonely Planet één van de onveiligste, depressieve drugsplekken van Colombia. Zou het zo erg zijn? Volgende week meer over deze beruchte plek!  

Doris Furcic (1987) reisde in 2012 voor het eerst solo door Zuid-Amerika en vond daar haar passie voor schrijven terug. Sindsdien is ze ontpopt tot een avontuurlijke soloreiziger en naast tekstschrijver is ze storyteller, socialmedia- en SEO-specialist. Je volgt Doris op InstagramFacebook en Twitter.

Meer reisblogs van Doris

#19: Stinkend naar de hemel!
#18: Een week in San Juan del Sur in Nicaragua
#17: Corcovado National Park in Costa Rica
#16: Pavones, Costa Rica’s legendarische surfspot
#15: Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Bekijk alle reisblogs van Doris