Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Reisblog 15 van Solo Traveler Doris Furcic

Doris Furcic reist solo door Zuid- en Midden-Amerika. Eenmaal in Panama, ontsnapt ze voor enkele dagen aan Panama-Stad. 

Bloemeneiland én surfdorp

Gouden tip 1, voor wie voor een dagje (of meer) aan Panama-Stad wenst te ontsnappen: Taboga, het bloemeneiland. In zee, autovrij en rijk aan eeuwige bloesems, fladderende pelikanen en bescheiden, hartverwarmende Taboganezen. Gouden tip 2: reis hierna met veerboot & twee bussen richting Santa Catalina, 7 uur van Panama-Stad vandaan. Een vissersdorp annex chill-paradijsje, waar je kunt surfen, snorkelen en duiken bij Isla de Coiba, adembenemend UNESCO Werelderfgoed.

Isla Taboga: piepklein & pittoresk

Met de Taboga Express Fast Ferry arriveer je binnen 30 minuten op Isla Tobago,  het ‘Eiland van de Bloemen’, via een korte, rustige & mooie trip over de Pacific en de monding van het Panamakanaal. We ontwijken de zeereuzen die in de Pacific voor anker liggen en komen dan voor het eiland aan. Ik spot paarse bloemetjes, bruine pelikanen en een strand dat bij vloed verdwijnt. Plus: een lieflijk, piepklein & pittoresk dorpje met kleurige huisjes, een kerkje, enkele hotels en een paar horecagelegenheden aan dat strand. De meeste reizigers verblijven hier slechts 1 dagje, maar ik besluit om er een aantal aan vast te plakken. Voor het strand, de natuur, de lieve mensen en puike sfeer. 

Bijkomen tussen gillende gekko’s

Toegegeven, op het eilandje is niet veel te beleven. Toch is het, vind ik, zeker een bezoek waard voor wie wil hiken of (vooral) relaxen. Veel Panamezen ontsnappen aan het grote Panama-Stad om hier weer op adem te komen. De zeer vriendelijke Aristides pikt mij op met zijn taxi (4x4 Jeep), om me daarna naar de accommodatie te brengen: B&B Inn Cerrito Tropical. Welgelegen op de heuvel van het eiland, pal naast tropisch bos en een paar tellen van het strand vandaan. En dus: uitzicht op zee. Ik heb mijn eigen kamer, inclusief tweepersoonsbed, keuken, badkamer en balkon, uitkijkend op de oceaan. Enkel zingende vogeltjes en ‘Gekko!’ gillende gekko’s doorbreken de stilte.

Aristides werkt al vele jaren bij B&B Inn Cerrito Tropical. Hij haalt de gasten op, beantwoordt al hun vragen of staat fluitend in de keuken om daar ontbijt/lunch/diner te maken. Bij aankomst was ik wat ziekjes, waarna Aristides als een zorgzame engel over me waakte. Sapjes aanreikend in de tuin, waar ik schommel in een hangmat, tussen tropische flora met kleurige bloemen. ‘s Avond zie ik de gekko’s ook, klevend aan de muren, en in de tuin springen grote sprinkhanen (15 cm) erop los. De B&B eigenaresse, Cynthia Mulder, Canadese en ook al weer zo vriendelijk, vind ik werkend in haar Calaloo Fishbar & Grill aan het Playa Honda strand. En jawel, daar knapt een mens van op. 

Sol y Mar (én hemels eten)

Rempiepend stopt het busje in Santa Catalina. Voor het hotel, waarvan ik eigenlijk alleen een trap omhoog en een bord zie, met daarop te tekst ‘Welcome at Hotel Sol y Mar’, en uitbundig omringd door de natuur. Geen idee waar de trap naartoe zal leiden. In de hitte klim ik zwaar gerugzakt tree na tree naar boven, waar ik Andrea ontmoet, een Italiaan die me vervolgens naar mijn kamer brengt. Hij opent de deur en het eerste dat ik zie, recht voor me, is het kingsize bed. Vreugdesprongetje. Na twee maanden lang veelal in slaapzalen overnacht te hebben, weet ik privacy, en bovenal een fijn bed, te waarderen. Voorts is de kamer voorzien van tv, airco, koelkast, badkamer en een balkon met een panoramaview op duizend kleuren groen.

En niet veel later vind ik op de top van de heuvel het bijbehorende restaurant: Coiba. Met ‘s ochtends een ontbijtbuffet en waar ’s avonds José Angel, de Venezolaanse kok, verrukkelijke diners in elkaar flanst. De ene dag smul ik van gestoomde vis in passievruchtensaus, en de avond daarop lik ik mijn vingers af bij de kreeft die in limoensaus op mijn bord ligt. Dat José, mijn tweede engel al deze week, in online recensies terug de hemel in wordt geprezen, begrijp ik nu volkomen. Voor het restaurant spelen kinderen in het zwembad, terwijl ik wat met de Portugese eigenaar Luis keuvel en uitzicht op zee heb. Trots toont Luis zijn eco-farm, waar hij onder meer avocado’s, ananas, tomaten en komkommers teelt. Kippen pikken er een graantje mee of leggen alvast de eieren voor het ontbijt.

Tussen kogelvissen & mantaroggen

Wie in Santa Catalina is, mag Isla de Coiba niet missen. Hooguit 20 km van het vasteland vandaan en behorend tot Nationaal Park Coiba (= UNESCO Werelderfgoed), één van Panama’s  grootste natuurparken. Denk aan ongerept regenwoud, rijk aan wildlife én een topspot om te snorkelen/duiken. Hier ligt het op twee na grootste Oost-Pacific rif en kun je dolfijnen, walvissen, roggen, zeeschildpadden, witpunthaaien en vele andere, kleurrijke vissen spotten.

Trots als een pauw met mijn kersverse PADI Open Water certificaat op zak, besluit ik om te gaan duiken. Al eerder heeft Joeri, van de Magnolia Inn in Panama-Stad, mij getipt om hier met Panama Diving Center in zee te gaan. Letterlijk. Prima tip, zo blijkt. Panama Diving Center is hier dan ook Nr. 1 volgens Tripadvisor.

Sabina verwelkomt mij, samen met haar Colombiaanse lief en twee divemasters. Ik kies ervoor om twee keer te gaan duiken, pas hierna wetsuit, duikbril & vinnen, en controleer mijn BCD. ‘s Ochtends rond half 9 vertrekt de boot richting het N.P. Coiba, waar we eerst bij Bation Piñon de zee verkennen. Hier spot ik o.m. trekker-, trompet- &  papegaaivissen, witpunthaaien en een zeeschildpad. Duik Twee doen we bij Frijoles, waar we nog veel meer witpunthaaien, trekker- & papegaaivissen zien, maar ook o.m. hengelaarsvissen en een manta-rog. Euforisch observeer ik de onderwaterwereld en weer boven kies ik gretig voor nog een derde duik, bij Isla Friojeles. Hier spot ik nog meer kogel- & hengelaarsvissen, weer een manta-rog, plus een gevlekte murene. Samengevat: Duiken? Ga naar Isla de Coiba!

La Punta Brava & Martin’s massage

Vanuit Santa Catalina wandel ik richting Estero-strand, waarbij ik onderweg stop bij La Punta Brava. Een point break, met een scherpe rotsbodem en krachtige golven, die als vrij gevaarlijk bekend staat en waar ervaren surfers eerst een minuutje of twintig moeten peddelen, voordat ze veilig een golf kunnen pakken. ‘No sea for starters’ dus, zoals ik. Wel een prachtplek om te koekeloeren. Vanaf een liggende boomstronk zie ik de zee, de rotsen en de surfers die een poging wagen op de golven te dansen.

Hierna loop ik naar Estero-strand, een surfspot voor beginners. Ik ben van plan ben om bij Oasis Surf Camp een privélesje te nemen, maar voel me niet 100%. ‘Wil je soms een massage? Een uurtje?’, stelt Martin van Oasis Surf Camp voor. Mijn stijve rug voelend, antwoord ik: ‘Ja!’ Voor de zee, op het strand en onder palmen krijg ik dan een Thaise massage van Martin. Traag zakt de zon naar beneden, kleurt de lucht oranjeroze en wordt de wind krachtiger. Sterker, het wordt donker en een storm dient zich aan. Maar ik voel me nu wel 100% . Alleen: dit heeft toch veel langer dan een uur geduurd? Martin, mijn derde engel, leest mijn gezicht en zegt dan lachend: ‘Ja, je boft. Ik heb je net tweeëneenhalf uur massage gegeven.’

Doris Furcic (1987) reisde in 2012 voor het eerst solo door Latijns- en Zuid-Amerika en vond daar haar passie voor schrijven terug. Sindsdien is ze ontpopt tot een avontuurlijke soloreiziger en naast tekstschrijver is ze storyteller, socialmedia- en SEO-specialist. Je volgt Doris op InstagramFacebook en dorisfurcic.nl.

Meer reisblogs van Doris

#19: Stinkend naar de hemel!
#18: Een week in San Juan del Sur in Nicaragua
#17: Corcovado National Park in Costa Rica
#16: Pavones, Costa Rica’s legendarische surfspot
#15: Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Bekijk alle reisblogs van Doris