Fietspech in de Ratelslang-woestijn

Reisblog 12 van Solo Traveler Doris Furcic

Doris Furcic, onze blogster in Latijns-Amerika, reist door Zuid-Colombia. Gooiend met machetes en met fietspech in de woestijn.

Popayán, La Ciudad Blanca

Zet één stap in La Ciudad Blanca, de witte stad, en je begrijpt waar de naam vandaan komt. Wie door de straten van Popayán wandelt, is omringd door krijtwitte gevels. Vlak voor Santa Semana is de stad tevens gevuld met tientallen schilders, die met kwast en roller de huizen een nieuw likje witte verf geven, en me flirterig groeten. Ik moet opletten waar ik ga zitten, want ook bijna elk bankje heeft zojuist een verfbeurt gehad. Ik slenter door het koloniale centrum en bewonder sierlijke kerken als Iglesia de San Jose, Iglesia La Ermita en Iglesia de San Francisco.

Machetes in de lucht

Samen met een jong Duits koppel loop ik naar de top van Morro del Tulcán waar een standbeeld van Popayáns oprichter, Sebastian de Belalcázar, te paard over de stad uitkijkt. Op hét drukbezochte plein Parque Caldas, voor de kloktoren Torre de Reloj, ontmoeten we de 25-jarige Colombiaan Jaime die al een aantal jaren reist en zijn geld verdient door sieraden te verkopen en voor een stoplicht te jongleren met zijn 5 macheten. Ik waag ook een poging, maar als er een machete op de grond klettert, vlak naast mijn voet, ben ik klaar voor vandaag. 

Adios FARC

Na 2 nachten in Popayán gewandeld, gedronken & gegeten te hebben, is het San Agustín mijn volgende bestemming. Met de bus rijd ik 5 uur lang samen met het Duitse stelletje, local John en buschauffeur Jairo naar één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Zuid-Amerika. Pre-Colombiaans Werelderfgoed. We pakken een route die ons leidt naar Coconuco, Paletera, San Jose de Isnos en tot slot San Agustín. Ik zit naast de chauffeur en hij vertelt mij dat deze weg vele jaren door de FARC is geclaimd en dat er geen ziel hier nog wilde rijden. Ook hij niet. Tot voor kort. Sinds afgelopen december is dit deel door het Colombiaanse leger veilig verklaard.

San Agustín: Hostal Bambú & gebakken lucht

Eenmaal in het bergdorp San Agustín aangekomen, staan er 2 reisbegeleiders om ons over de diverse tours te informeren. Zo probeert ene Jimmy mij een paardrijdtour voor een spotprijsje te verkopen. Ik wimpel hem af en even later sta ik voor de receptie van het Hostal Bambú waar mijn papiertje met de contactgegevens van Jimmy door de energieke Gerard, de hostel-eigenaar, tot snippers wordt gescheurd. Dat Jimmy een reisbegeleider is, is volgens Gerard gebakken lucht. ‘Welnee, Jimmy biedt aan reizigers een illegale cocaïne-tour aan.’

Bizarre beelden, gouden tip

De hobbelrit naar San Agustín heeft me murw & moe gemaakt, maar vriendelijke Gerard met zijn energieke uitstraling, luide stem en armen die alle kanten op gaan, maakt me weer wakker. Hij toont me zijn knusse hostel. Er heerst een ontspannen atmosfeer, ik voel me meteen thuis, er zijn diverse plekken om andere reizigers te ontmoeten. Het dakterras met graffitimuren en hangmatten bestempel ik meteen als lievelingsplek. Genieten mét uitzicht waar je u tegen zegt. En dat in het koloniale gedeelte van San Agustín. Gerard tipt mij om in het Parque Arqueologico San Agustín te paard de archeologische plekken El Tablón, La Chaquira, La Pelota en El Purutal te bezoeken, rijk aan stokoude, bizarre beelden. Gouden tip, zo blijkt.

Van Jezus naar de woestijn

Op de eerste ochtend van Santa Semana zie ik grote beelden van Jezus, Maria en VIP’s uit de bijbel als beelden voor de kerk van San Agustín staan. Colombianen erbij, wachtend om de kerk te betreden, en op dat moment stap ik in het openbaar vervoer richting Desierto de Tatacoa. Vrij vertaald: Ratelslang-woestijn, die in feite geen woestijn genoemd mag worden, want daar regent het te veel voor. Vlak voor zonsondergang kom ik aan, aan bij het hostel La Tranquilidad, midden in de ‘woestijn’. Een simpel hostel met slaapzaal, hangmatten, koude douches, geen stopcontacten en wifi is nérgens te bekennen. Heerlijk!

6 sterren boven de Tatacoa-woestijn

Diezelfde avond nog ga ik op bezoek bij het planetarium Observatorio Astronómico de la Tatacoa (OATA), waar ik dankzij een wolkenkleed slechts 6 sterren in de lucht zie en zelfs Jupiter zich achter de wolken verstopt, zodra ik achter een telescoop sta. ‘Si, si, normaal gesproken zie je echt duizenden heldere sterren’, hoor ik. Ja, heel fijn. Dus morgen is het beter? Zwijgend worden twee schouders opgehaald. Ik kuier terug naar het hostel, duik vroeg mijn nest in, zodat ik de volgende dag in alle vroegte, de hitte ontwijkend, de woestijn kan trotseren.

Fietsen in de woestijn

Na een diepe nachtrust sta ik rond een uurtje of 6 op om een mountainbike van hostel La Tranquilidad te huren. Na in twee maanden slechts 1 keer in Latijns-Amerika te hebben gefietst, is het verlangen nu zeer groot om hier door de woestijn te trappen. Mijn idee is om eerst richting de grijze rotsformatie te fietsen, daarna richting de rode kant. Met mijn simpele bike cross ik solo door de droogte, versierd met cactussen. Toen minuten later valt mijn ketting eraf, ik leg ‘m terug op het tandwiel, waarna hetzelfde vier meter verder nog eens gebeurt. En nog eens. Ik probeer het nog voor dik een half uur, totdat het te heet wordt en ik zwaar gefrustreerd mijn bike in de lucht gooi. Als was het Jaime’s machete.

Eentje is oké

Ik keer, bike aan de hand, terug naar mijn hostel, vertel de eigenaar dat het ding niet deugt en ga te voet verder. Nu richting Cusco, waar je de oranje rotsen vindt, dichtbij de observatietoren. Cactussen, sporen van erosie, koeien, zwevende gieren en uiteraard oranje rotsen sieren het uitzicht. Ik proef het zoet van een fluor-roze cactusvrucht. Eentje is oké, maar meer wil je echt niet, want dan heb je een teiltje nodig. Ik kijk naar boven, de lucht in: de wolkenparade van de vorige nacht is nog immer aanwezig. Balend besluit ik om dezelfde dag nog naar Bogotá te vertrekken. Weg van de bewolkte woestijn.

Doris Furcic (1987) reisde in 2012 voor het eerst solo door Latijns- en Zuid-Amerika en vond daar haar passie voor schrijven terug. Sindsdien is ze ontpopt tot een avontuurlijke soloreiziger en naast tekstschrijver is ze storyteller, socialmedia- en SEO-specialist. Je volgt Doris op InstagramFacebook en Twitter.

Meer reisblogs van Doris

#19: Stinkend naar de hemel!
#18: Een week in San Juan del Sur in Nicaragua
#17: Corcovado National Park in Costa Rica
#16: Pavones, Costa Rica’s legendarische surfspot
#15: Panama: Isla Taboga & Santa Catalina

Bekijk alle reisblogs van Doris