Verkeersregels Australië

Ga je op vakantie naar Australië? Houd er dan rekening mee dat er andere verkeersregels gelden dan bij ons in Nederland. We hebben de belangrijkste verkeersregels op een rijtje gezet. Onder andere die voor inhalen en voorrang.

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

 Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is in alle staten en territoria 0,5 promille.
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs.

Mobiele telefoon

  • In alle staten en territoria is het bestuurders van gemotoriseerde voertuigen verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Je mag de telefoon ook niet tussen hoofd en schouder klemmen of op schoot hebben.  
  • Let op: Het is ook verboden een telefoon vast te houden als het voertuig stilstaat, maar niet is geparkeerd (bijvoorbeeld bij een verkeerslicht of in een file). Bestuurders mogen de telefoon alleen in de hand houden en gebruiken als hun voertuig is geparkeerd.
  • Handsfree bellen is alleen toegestaan voor ervaren bestuurders onder bepaalde omstandigheden, afhankelijk van de wetgeving van de staat.
  • Ook appen, sms'en of het anderszins bedienen van mobiele telefoons is in de meeste staten en territoria verboden.

Basisverkeersregels

  • Bestuurders moeten links rijden en rechts inhalen.

Voorrang

  • Op kruisingen waar de voorrang niet wordt geregeld met verkeerstekens, moet je voorrang verlenen aan bestuurders van rechts op de kruisende weg.
  • Let op: Op T-splitsingen moeten bestuurders op de weg die eindigt, voorrang verlenen aan bestuurders op de doorgaande weg. 
  • Bestuurders die op een kruising linksaf of rechtsaf slaan, moeten voorrang verlenen aan voetgangers.
  • Als op een kruising twee elkaar tegemoetkomende bestuurders rechtsaf willen slaan, moeten zij voor elkaar langs gaan.
  • Een onderbroken witte streep dwars op de weg betekent: bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
  • Bestuurders moeten binnen de bebouwde kom een bus die met de richtingaanwijzers aangeeft te willen wegrijden bij een halte, voorrang verlenen, als deze bus is voorzien van een vierkant bord met daarop een groene bus en rode auto in achteraanzicht en in rood de tekst Give way. In het Noordelijk Territorium geldt deze regel in zones waar de maximumsnelheid 70 km/h of lager is.
  • Trams hebben altijd voorrang.

Rotonde

  • Op rotondes met voorrangsborden moet een bestuurder die een rotonde op wil rijden, voorrang verlenen aan bestuurders die al op de rotonde rijden.
  • In Victoria moet een bestuurder die op de rotonde rijdt, voorrang verlenen aan een tram die de rotonde nadert of oprijdt.
  • Anders dan in Nederland moet je bij het naderen van een rotonde de richting aangeven die je na de rotonde wil volgen:
    • Als je naar links wilt (een kwart rotonde), volg je bij het naderen van de rotonde de linkerrijstrook en geef je vooraf al richting aan naar links en blijf je dat doen.
    • Als je rechtdoor wilt (halve rotonde), volg je bij het naderen van de rotonde de linker- of de rechterrijstrook en geef je vooraf geen richting aan.
    • Als je naar rechts wilt (driekwart rotonde), volg je bij het naderen van de rotonde de rechterrijstrook en geef je vooraf richting aan naar rechts en blijf je dat doen (tenzij je wisselt van rijstrook).
  • Bij het verlaten van de rotonde geef je altijd richting aan naar links (tenzij je rechtdoor gaat op een kleine rotonde).

Inhalen

  • Een tram moet links worden ingehaald. Is er links onvoldoende ruimte en aan de rechterzijde wel, dan mag de tram rechts worden ingehaald.
  • Bestuurders mogen stilstaande trams (en lijnbussen die van de trambaan gebruikmaken) niet voorbijrijden als er passagiers in- en uitstappen, tenzij er een vluchtheuvel of andere vorm van safety zone (veiligheidszone) is. Als er geen passagiers in- of uitstappen, mogen bestuurders de tram met een snelheid van niet meer dan 10 km/h passeren.

Verkeerslichten

  • Verkeerslichten met een rode, gele of witte T (tram), B (bus) of een witte pijl zijn bedoeld voor het openbaar vervoer.
  • Het is toegestaan bij een rood verkeerslicht naar links af te slaan als er een wit bord staat met in zwart de tekst Left turn on red permitted after stopping.
  • Een rood achthoekig stopbord met het woord STOP en drie verticaal geplaatste zwarte stippen geeft aan dat bestuurders moeten stoppen en voorrang moeten verlenen wanneer de verkeerslichten alleen oranje knipperen of niet werken.

Geluidssignalen

  • Het geven van geluidssignalen is alleen toegestaan als er een direct gevaar voor een aanrijding bestaat.

Omkeren

  • Op een kruising met verkeerslichten mag een bestuurder alleen omkeren als er een wit bord met in zwart de tekst U turn permitted staat. In de staat Victoria mag een bestuurder wel omkeren, tenzij er een bord No U turn staat.
  • Op een kruising zonder verkeerslichten mag een bestuurder omkeren, tenzij er een bord No U turn staat. Dit witte bord toont onderin in zwart de genoemde tekst en bovenin het witte verkeersbord met rode rand en zwarte U-vormige pijl met daaroverheen een rode diagonale balk.

Parkeren

  • Het is verboden te parkeren aan de rechterkant van de weg (tegen de rijrichting in), ook in parkeervakken aan de rechterkant. In een straat met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de rechterkant parkeren.
  • Als bestuurders die parkeren op een plaats waar dat verboden is, hun auto langer dan 2 minuten achterlaten of zich meer dan 3 m van hun auto verwijderen, wordt dat beschouwd als parkeren.
  • Parkeren is verboden in de volgende gevallen:
    • Als er bij het parkeren op de rijbaan minder dan 3 m vrije ruimte overblijft.
    • Binnen 1 m van een ander geparkeerd voertuig.
    • Binnen 3 m van een openbare brievenbus.

Stilstaan

  • Je mag een voertuig niet laten stilstaan op de volgende plaatsen:
    • Op een clearway: een met borden aangegeven autoweg met stopverbod (in Nieuw-Zuid-Wales wordt een clearway ook aangeduid met een onderbroken gele streep langs de kant van de weg).
    • In een met borden aangegeven zone voor bepaalde voertuigen (truck zonetaxi zonepermit zone e.d.) of voor werkzaamheden (loading zoneworks zone e.d.).
    • Langs een doorgetrokken gele streep aan de kant van de weg.
    • Binnen 1 m van een brandkraan.
    • Binnen 10 m van een met een bord aangegeven safety zone (veiligheidszone).
    • Binnen 20 m van een kruispunt met verkeerslichten en binnen 10 m van een kruispunt zonder verkeerslichten.
    • Binnen 20 m voor en 10 m na een voetgangers- of fietsoversteekplaats. Staan er verkeerslichten bij, dan zijn de afstanden 10 respectievelijk 3 m.
    • Binnen 20 m voor het bord dat een tramhalte aanduidt.
    • Binnen 20 m voor en 10 m na het bord dat een bushalte aanduidt.
    • Binnen 20 m van een spoorwegovergang.

Bijzonderheden

Road trains

  • In Australië maakt het langeafstandsvrachtvervoer gebruik van road trains. Dit zijn vrachtwagencombinaties met meerdere gekoppelde aanhangers die wel 50 m lang kunnen zijn en maximaal 100 km/h mogen rijden. Zij hebben een remweg van minimaal 200 m en kunnen dus niet snel stoppen of uitwijken. Volg daarom op wegen met slechts twee rijbanen de volgende richtlijnen met betrekking tot road trains:
    • Bij een tegemoetkomende road train moet je uiterst links gaan rijden en je snelheid verminderen. Het beste is om langs de kant van de weg te stoppen om te voorkomen dat je opzij wordt geblazen.
    • Als je een road train wilt inhalen, moet je dat alleen doen als je zeer ruim vooruit kunt zien dat de weg vrij is. Als je een road train inhaalt met een snelheid van 100 km/h, heb je mogelijk wel 2,5 km nodig voordat je de road train bent gepasseerd. Zorg bij het inhalen ook voor voldoende zijdelingse afstand omdat road trains aanzienlijk kunnen slingeren. Houd er bovendien rekening mee dat je bij het inhalen enigszins naar de road train kunt worden toegezogen.