We zijn jarig!

Eerder verschenen in Kampioen

In 1885 viel hij bij 800 mensen met een plof op de deurmat: de eerste editie van De Kampioen. In 130 jaar tijd uitgegroeid tot het grootste publiekstijdschrift van Nederland. Een terugblik.

‘Rijdt geen menschen ondersteboven, maak geen oude heeren zenuwachtig, vlieg niet als dwazen over de trottoirs, maar kom daarentegen trouw op vergaderingen en bijeenkomsten en werft leden’, zo schreef Edo Bergsma, de eerste hoofdredacteur van De Kampioen, in januari 1886. De ANWB was vroeg met het opzetten van een eigen tijdschrift: tien maanden na de oprichting van de bond in 1883. De vereniging telde toen 200 leden. Aanvankelijk had het tijdschrift geen titel. Met ingang van juni 1885 heette het De Kampioen. De term ‘Kampioen’ verwees naar de rol die het tijdschrift wilde vervullen om de fiets ingeburgerd te krijgen. Het wilde een baanbreker, een kampioen voor fietsers zijn 1885 1900 zodat ze meer ruimte op de weg zouden krijgen. Het blad bevatte notulen, verslagen van fietstochten, wielerwedstrijden en feestmaaltijden die de bond voor zijn leden organiseerde. En het schreef over de eigen wielerbaan in Nijmegen. Het doel: nieuwe leden werven en de band tussen de leden versterken. De Kampioen gaf een overzicht van de door de bond gekeurde hotels, cafés, rijwielherstelplaatsen, nieuw geplaatste wegwijzers en geopende ANWB-benzinedepots. En het deed verslag van de jaarlijkse meerdaagse bondsfeesten, telkens in een andere stad.

Steeds dikker

Om een groter publiek te bereiken, maakte de redactie het blad steeds journalistieker. Vanaf 1888 had de Kampioen een betaalde journalist in dienst, naast bestuursleden en andere leden die het volschreven. Er werd steeds meer aandacht besteed aan vormgeving en vanaf 1898 plaatste de redactie ook gravures en foto’s. Veel aandacht trokken de ironische prenten van de Haagse kunstenaar Willy Sluiter. De redactie introduceerde telkens nieuwe rubrieken om het blad toegankelijker te maken, waaronder een technische rubriek, en vragenrubriek en reisverhalen. De rubrieken tonen de brede belangstelling van de vereniging. We schreven over de toestand van de wegen, over regelingen voor grensoverschrijdend verkeer en over wereldtentoonstellingen, musea en nieuwe fietsroutes. De blik werd steeds breder en het blad steeds dikker. Tussen 1891 en 1936 verscheen De Kampioen wekelijks, de oplage steeg naar bijna 100.000 exemplaren.

Losgeslagen Zeppelins

Vanaf 1900 was De Kampioen niet langer het blad van een wielrijdersvereniging, maar van de Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B. De fiets bleef belangrijk, maar moest de aandacht delen met de auto, de motorboot, het wandelen en al snel ook het vliegtuig. De periode na 1900 was een tijdperk van snelle veranderingen. We schreven over autotentoonstellingen in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt, deden verslag van de autowedstijd Parijs – Peking en besteedden veel aandacht aan de ontwikkeling van de luchtvaart. Onze luchtvaartrubriek bevatte rond 1910 berichten over door storm losgeslagen Zeppelins, van vijftien meter hoogte in het Kanaal gevallen piloten en dodelijk verongelukte luchtvaartpioniers. Reportages van tochten door Frankrijk, Duitsland of zelfs Spanje vergrootten de blik. We schreven over avontuurlijke bestemmingen als Palestina (1914) en over tochten per fiets of auto door de Alpen. Het leverde gedreven beschrijvingen op van watervallen, elektrische tandradbanen en het belang van goede remsystemen. 

Elektrische auto’s

De Kampioen gaf ook voorlichting over de in 1895 geïntroduceerde terugtraprem, accuverlichting en beschikbare motortypen Al rond 1910 braken we een lans voor elektrische auto’s. De vragenrubriek behandelde kwesties als ‘welk type band is het beste’ en ‘welke motorolie moet ik gebruiken?’ Advertenties toonden dat de firma Singer in 1890 zowel naaimachines als fietsen produceerde, het verschijnen van de eerste Fords op de Nederlandse markt rond 1920 en de introductie van klassieker als de Simca 500 in het midden van de jaren dertig en de Renault 4 in 1961. In de jaren vijftig schreven we veel artikelen over ‘rijwielen met hulpmotor’ zoals bromfietsen toen nog heetten. In de jaren zestig trokken Vespa’s veel aandacht.

De grens over

De ANWB, en dus de Kampioen, was en is niet eenkennig. We schreven vanaf 1910 veel over motorboten en kano’s. En vanaf de jaren dertig over kampeerartikelen, van zware canvas tenten tot en met de eerste bungalowtenten en vouwcaravans rond 1960. Het aanbod veranderde, het toerisme ook. Wie de advertenties voor pensions en hotels in de jaren twintig en dertig bekijkt ziet dat klassieke toeristische gebieden als Zuid-Limburg, de Harz, Zwitserland en Italië de pagina’s domineerden. In de jaren vijftig en zestig nam het aantal advertenties van campings in binnen- en buitenland toe, gevolgd door reclame voor vlieg- en bootreizen in de jaren zeventig en tachtig. Opvallend is het grote aantal advertenties voor talencursussen (‘Spreek nog voor de zomervacantie Engels, Zweeds of Italiaans’) in de naoorlogse periode. Meer en meer reisden de leden de grens over, aanvankelijk met de motor of scooter, en daarna vaak met de auto. De Kampioen wees reizigers erop dat ze via de ANWB berichten aan het thuisfront konden doorspelen of oproepen via Radio Luxemburg konden plaatsen. En natuurlijk op de service van de recent opgezette Alarmcentrale en de internationale activiteiten van de Wegenwacht. De Kampioen vertolkte vrijwel altijd het redelijke geluid. ‘Rijdt geen menschen ondersteboven’, schreef Edo Bergsma in 1886. In maart 1920 pleitten we ervoor om de auto toeristisch verstandig te gebruiken: niet te snel rijden op smalle wegen en autorijden combineren met het maken van wandeltochten. Redactionele commentaren tekenden in de jaren tien en twintig protest aan tegen het kappen van bossen en pleitten voor het instellen van beschermde natuurgebieden. In 1950 waarschuwde de ANWB via de Kampioen tegen het aantasten van de Nederlandse duinstrook door zandwinning. In de late jaren tachtig vroeg toenmalig ANWB-directeur Paul Nouwen aandacht voor de milieuproblematiek. ‘Het is ernst met het milieu, maar we hoeven niet in paniek te raken’, zo schreef hij. De jaren erna zouden we veel aandacht besteden aan manieren om automotoren schoner te maken. De jaargangen van de Kampioen dragen zo op veel manieren de sporen van de tijd waarin ze verschenen.

5 miljoen

Uit De Kampioen kwamen veel andere tijdschriften voort. Het vormde basis voor de Motorkampioen (1916) en vervolgens de Autokampioen (1930). En vanuit de Kampioen kwamen ook de Waterkampioen (1927), Kanokampioen (1934), Toeristenkampioen (1936), Kampeerkampioen (1940) en de Jeugdkampioen (1946) voort. De Kampioen valt nu, 130 jaar sinds zijn verschijnen, nog altijd tien keer per jaar bij ieder ANWB-lid in de brievenbus. Een blijver, die met elk nummer meer dan vijf miljoen Nederlanders bereikt. Een papieren houvast in een onrustige, woelige digitale wereld. Want gewoon even lekker een tijdschrift lezen, dat vinden de meeste leden ook nu nog steeds erg leuk.

Lees hier het verhaal achter de jubileumcover van januari 2015

Nieuwsgierig naar de Kampioen uit 1890? Je kunt hem doorbladeren met Google Books. Je vindt hier het complete archief van alle Kampioenen van 1883 tot 2010.