Historische vakantiefoto's uit het ANWB archief

Eerder verschenen in Kampioen

Weet je nog? Zo zaten we er vroeger bij op de camping, stonden we soms úúúren in de rij voor de grenzen en ging je op vakantie met een lijstje met de wisselkoersen in je portemonnee. Bekijk de foto's van vroeger en droom weg bij je vakantieherinneringen.

Reizen door Europa door de jaren heen

Tekst: Hans Buiter

Reizen maken, puur voor het vermaak, ontstond al in de achttiende eeuw. Toen kwam de Grand Tour op. Reizen door welgestelde jongeren ter lering en de vermaak naar beroemde kunststeden in Italië zoals Venetië, Florence, Rome en Zuid-Italië . ‘Eerst Napels zien en dan sterven’, is een erfenis van deze periode.

In de negentiende eeuw nam het toerisme een grote vlucht mogelijk gemaakt door de uitbreiding van het Europese spoorwegnet. Het strandtoerisme kwam op. Welgestelde Nederlanders reisden naar de Cote d’ Azur om daar te overwinteren. Zwitserland ontwikkelde zich tot ultieme vakantiebestemming voor wintersport en wandelen. Kuuroorden in Zwitserland en Duitsland boden de reiziger gelegenheid om de gezondheid te verbeteren. Daarnaast trokken de hoofdsteden en andere historische steden en de om de paar jaar gehouden wereldtentoonstellingen cultureel geïnteresseerde toeristen. Touroperators als Thomas Cook, reisgidsen van Badecker en Michelin en toeristenbonden als de ANWB wezen de toeristen de weg. Paspoorten waren niet nodig. Vanaf 1861 hadden regeringen dergelijke identiteitspapieren afgeschaft om reizigers meer vrijheid te bieden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden paspoorten weer verplicht gesteld. De oorlogvoerende staten wilden de controle op hun onderdanen versterken. Na de oorlog lukte het de ANWB en de Zwitserse toeristenbond niet meer om de paspoorten te laten verdwijnen.

Nadat de kruitdampen van de Eerste Wereldoorlog waren opgetrokken, kwam het internationaal toerisme weer op gang. Duitsland was voor Nederlanders de populairste bestemming, net als nu. Toeristen verbleven vooral in pensions en hotels. Wie de advertentiepagina’s van de Kampioen uit de jaren twintig en dertig bekijkt, ziet advertenties van pensions uit toeristenplaatsen uit heel Europa.

Toen in de naoorlogse periode het buitenlands toerisme geleidelijk op gang kwam, reisden Nederlanders meer dan voorheen met de brommer, scooter of auto naar het buitenland. En ze gingen meer en meer kamperen.

In de jaren vijftig en zestig was Nederland was francofiel
. Wijn, kazen, stokbroden werden bij feestjes in huis gehaald. Ook Franse auto’s waren het populairst. De Kever was ook populair, maar qua populariteit viel die in het niet bij de Deux-Chevaux en de Renault 4. Autosnelwegen werden in Frankrijk relatief laat aangelegd dus reisden toeristen grotendeels over de Routes National. .

Sinds 1970 brengt ongeveer de helft van de Nederlanders de vakantie in het buitenland door. Tegenwoordig is Duitsland weer het populairste vakantieland. Berlijn steekt Parijs voor stedentrips naar de kroon. Maar ook nieuwe bestemmingen trekken de aandacht vtoeristen. Tsjechië met zijn bergen en historische steden heeft zich ontwikkeld tot een bij Nederlanders populaire vakantiebestemming, net als de Kroatië met zijn bijzonder mooie kust.