De verhalen van Celina, Meryem, Liuz en Iwan

Voor de meeste kinderen is het hebben van een fiets vanzelfsprekend. Voor Celina (11), Meryem (10), Liuz (9) en Iwan (12) niet. Hoe is het om, in tegenstelling tot vriendjes, geen fiets te hebben?

Celina, 11 jaar (groep 7/8)

Hobby: paarden

“Ik zit op speciaal onderwijs in Dieren en ga naar groep 7/8. Ik ga nu nog met de schoolbus naar school. Dat kan niet meer als ik daarna naar de middelbare school ga; ik wil paardenarts worden. Ik weet niet hoe ik naar school toe moet. Ik heb nu een hele gevaarlijke, veel te kleine fiets. Als ik een goede fiets zou hebben, zou ik naar school en naar het zwembad fietsen en zou ik dingen doen die ik nog nooit heb gedaan. Mijn vriendinnen gaan wel eens naar de bioscoop. Ze vragen of ik ook meega, maar dat kan niet omdat ik geen goede fiets heb. Dat vind ik niet eerlijk. Ik kan daardoor vaak niet met ze spelen.”

Meryem, 10 jaar (groep 7)

Hobby's: voetballen en kickboksen

“Ik loop elke dag naar school met mijn schooltas op mijn rug. Ik vind het niet altijd leuk om te lopen. Ik zou het leuk vinden om een keer op de fiets te gaan. Ik mis een fiets als ik naar de stad ga. Lopend doe ik er wel twee uur over. Ook mis ik een fiets als ik met andere kinderen wil spelen of met andere kinderen naar de stad wil gaan. Ze zeggen: 'Ga mee, pak je fiets!' Als ik vertel dat dat niet kan omdat ik geen fiets heb, lachen ze me uit en noemen me armoedig kindje.”

Liuz, 9 jaar (groep 6) en Iwan, 12 jaar (groep 8)

Hobby's: buitenspelen, op de computer spelen en voetballen

Liuz: "We zijn in Polen geboren en wonen nu hier. De school is hier 20 minuten lopen van ons huis. Soms gaan we op ons skateboard. We hebben er een die we samen delen."
Iwan: "Het skateboard gebruiken we omstebeurt. Dan loopt er een en gaat de ander op het board en dat wisselen we om. We hadden een fiets, maar die is kapot gegaan."
Liuz: "Ik had ook ooit een fiets, maar die was heel oud en deed het niet meer."
Iwan: "Als ik wil gaan voetballen, moet ik een half uurtje lopen naar het veld. Ik ga dan op mijn skeelers en neem mijn schoenen mee."
Liuz: "Als ik naar buiten ga, zijn mijn vrienden aan het fietsen. Dat wil ik ook."
Iwan: "Als ik een fiets had, zou ik vaker buitenspelen en naar vrienden gaan."
Liuz: "Ik zou ermee naar school fietsen."