Naar school met de 1,5-meterregel

Lopend, op de fiets of met de auto?

De basisscholen zijn 11 mei weer gedeeltelijk opengegaan. Maar hoe breng je je kind naar school zonder dat je de anderhalvemeterregel overschrijdt? 

Kinderen op school


Het heeft nogal wat weg van een mierenhoop: ’s morgens komen ouders en kinderen van alle kanten aan bij school. Meestal lopend of met de fiets, soms met de auto. ’s Middags hetzelfde verhaal, maar dan andersom. De komende tijd moet dat anders, want we moeten zoveel mogelijk afstand houden. Maar hoe? 

Lopend, met de fiets of met de auto?

  • Lopen of fietsen heeft de voorkeur, zeker als je binnen 5 kilometer van de school woont. Dat gold altijd al vanwege de verkeersveiligheid en ook met het oog op corona is dat het geval. Je neemt minder ruimte in en bent dan flexibeler om even uit te wijken, zodat je gemakkelijker afstand kunt houden van een ander. 
  • Parkeer je fiets het liefst op een afstandje van school en loop het laatste stuk. Zo voorkom je dat kostbare ruimte rondom het plein in beslag wordt genomen door fietsen. 
  • Als je dicht bij school woont, bijvoorbeeld 750 meter of minder, is lopen het beste.
  • Als het echt niet anders kan en je moet je kind toch met de auto brengen, dan doe je er goed aan een paar straten verderop te parkeren. Het laatste stuk loop je. Je houdt de straten rondom de school dan zoveel mogelijk vrij, waardoor het makkelijker wordt om afstand van elkaar te houden.

Wat regelen de scholen zelf?

  • Het advies van de overheid is dat ouders niet in school en niet op het schoolplein mogen komen. Voor veel scholen werkt dat. Maar vaak ook niet, bijvoorbeeld omdat de toegang naar het plein juist heel krap is. Dan kiezen scholen een andere werkwijze.
  • De meeste scholen beperken zich met hun aanpak tot de school en het schoolplein. De ruimte daarbuiten is de verantwoordelijkheid van de ouders.
  • Met name voor de kleuters kan het lastig zijn dat hun ouders niet meer in de school of op het plein mogen komen. Scholen lossen dat bijvoorbeeld op door de leerlingen op te wachten op het plein.
  • Ook veelgehoord: vakken op het plein. Kinderen gaan op het plein in het vak van hun groep staan en gaan daarna met de leerkracht naar binnen. 
  • Om te voorkomen dat alle ouders op hetzelfde moment brengen of halen, kiezen veel scholen voor gespreide haal- en brengtijden. 
  • Scholen die meerdere toegangshekken hebben, verspreiden de leerlingen over de verschillende ingangen.
Ouder brengt kind naar school

Wat kun je als ouder doen?

  • Bij alles wat je doet, is afstand houden het uitgangspunt.
  • Het is verstandig om met een ander 'bewustzijn' je kind weg te brengen. Eigenlijk net zoals je nu boodschappen doet: functioneel en doelgericht. Het is een kwestie van wegbrengen en rechtsomkeert, zonder bijpraten met andere ouders.
  • Bekijk je breng- en haalroutine eens kritisch. Is het eigenlijk nog wel nodig om je kind naar school te brengen? Of is hij of zij oud genoeg om dat stukje zelf te lopen of te fietsen? Misschien een beetje van beide: het eerste stuk samen (bijvoorbeeld tot na die drukke weg), het laatste stuk zelf. Of de laatste 50 meter. Dan weet je zeker dat je kind op school is aangekomen.
  • Kinderen die nog wat te jong zijn om zelf te gaan, kunnen misschien door een oudere broer of zus worden meegenomen. Vaak vinden ze dat beiden hartstikke stoer. 
  • Als een ouder ook kinderen van een ander gezin meeneemt, scheelt dat weer een ouder bij het plein. Dat kun je onderling afspreken, bijvoorbeeld met ouders in de buurt of via de WhatsApp-groep van de klas. ’s Morgens tref je elkaar bij een verzamelpunt, één ouder brengt een groepje kinderen naar school. ’s Middags hetzelfde, maar dan in omgekeerde volgorde.
  • Ook ophalen moet efficiënt gebeuren. Spreek met je kind af dat hij of zij direct meegaat: spelen op het plein kan nu even niet. Misschien kun je samen afspreken waar jij wacht, bijvoorbeeld op een afstandje van het plein.

Zie ook:
Kinderen en verkeer