Gas in de caravan

Een ongeluk zit in een klein hoekje: elk jaar doet zich op een Nederlandse camping wel een geval voor van koolmonoxidevergiftiging, veelal veroorzaakt door een kapotte of loszittende rook-gasafvoer. Ga daarom goed voorbereid op weg en lees hoe je veilig om moet gaan met gas.

Kampeergas

In de flessen en blikjes die je op campings tegenkomt zit propaan- of butaangas. De inhoud van die flessen bestaat voor 80 procent uit vloeibaar gas. Het bovenste gedeelte van de fles bevat de overige 20 procent. Hier verkeert het gas in de dampfase, daarom is de aftapkraan juist boven op de fles aangebracht. Let op: een gasfles moet tijdens het gebruik dus altijd rechtop staan! Zou hij op z’n kant liggen, dan kan er vloeibaar gas ontsnappen en dat geeft kans op een geweldige steekvlam. Propaan gaat bij ongeveer minus 40 graden Celsius van gas over in vloeibare vorm; butaan doet dat bij +4 graden Celsius. Butaan is dus niet geschikt voor winterkamperen. Nog voordat het buiten vriest, komt het de fles al niet meer uit. Er wordt wel gedacht dat propaan beter brandt dan butaan. Dit valt echter nogal mee: de verbrandingswaarde van 1 m3 propaan luchtmengsel is 800 kcal, die van butaan 810 kcal.

Gasflessen

Grote kans dat jij propaangas gebruikt. Dat zit in grijsgroene of blauwe stalen flessen die een inhoud hebben van 12 liter en een vulgewicht van 5 tot 6 kilogram. Het vullen gebeurt op een weegschaal, waarbij het leeggewicht van de fles plus het vulgewicht bepalend zijn. Vanwege de interessante gewichtsbesparing neemt de populariteit en de keuze in kunststof flessen toe. De goedkeuringstermijn van een gasfles is tien jaar. Het ingeslagen jaartal moet, net als het vulgewicht, op de kraag te vinden zijn.

Sinds 2001 staat er een Europees keuringsteken op de fles. Dit π-teken geeft aan dat het is toegestaan om de fles in de landen van de Europese Unie te laten vullen. Alleen heb je daar nog wel een set met verloopnippels voor nodig. Die liggen in de caravanshop. Het ‘leeuwtje’ en het CE-keurmerk dat door de dienst voor het Stoomwezen jarenlang bij de keuring van gasflessen werd gebruikt is met de intrede van het π-teken komen te vervallen. Hoewel je de gasfles op tal van plaatsen in Nederland kunt laten vullen, geven de meeste caravanners er de voorkeur aan hun lege om te ruilen voor een volle. Bij het ruilen van een fles wordt de keuringstermijn van de lege vergeleken met die van de volle.

Marktoverzicht gasflessen

Drukregelaar

De gastoestellen in onze caravans werken tegenwoordig op een druk van 30 millibar. In oudere kom je ook 50 mbar tegen. Dat is veel lager dan de druk die in de gasfles heerst. Een drukregelaar zorgt ervoor dat de gasdruk uit de fles in overeenstemming wordt gebracht met de eisen van het toestel. Hoewel officiële richtlijnen ontbreken, gaan de meeste instanties uit van een gebruiksduur van circa vijf jaar voor een regelaar. Voor de (oranje) propaanslang geldt een advies hem regelmatig te controleren (bij dubbelvouwen mogen geen droogtescheurtjes zichtbaar zijn) en na ongeveer vier jaar tot vervanging over te gaan. Ook daarop is veelal het jaar van productie aangegeven. Verder moet erop staan voor welke soort gas de regelaar geschikt is: B betekent butaan en P duidt op propaan. Gecombineerd komt ook voor, maar een B-type mag in geen geval op een propaanfles worden gebruikt!

Geschat gasverbruik

Koelkast per etmaal: 240 gram
Brander kooktoestel per uur: 135 gram
Kachel per etmaal: 30 tot 290 gram

LPG

Een gewone gasfles mag niet bij een autotankstation worden gevuld. Andersom, een autotank in een caravan gebruiken is nog veel gevaarlijker. Ook al kun je die tank tot 80 procent afvullen, de verbruikers (kachel, enz.) van vloeibaar gas voorzien is vragen om grote ellende. In Duitsland zijn wel aangepaste LPG-tanks verkrijgbaar, maar die mogen hier uitsluitend worden gevuld bij een speciaal daarvoor ingericht tankstation, zoals een kampeerautodealer.