Stroom in de caravan

Voor beginners en gevorderden

Of de caravan nu op de camping staat of thuis voor de deur: overal moeten lampjes branden en de koelkast of waterpomp werken. Het wordt allemaal geregeld door een ingewikkeld, vierdelig stroomcircuit. Daar kom je pas achter als iets hapert of je een elektrisch accessoire wilt toevoegen. Een leidraad in het oerwoud van schakelaars, draden en zekeringen.

Caravans zitten vol moderne elektronica, waar zelfs de dealer af en toe grijze haren van krijgt. Doe-het-zelven aan de elektra is zonder schema's eigenlijk ondoenlijk geworden. Je hebt te maken met maar liefst vier stroomcircuits:
1. Verkeersverlichting
2. Stroomkring vanaf de autoaccu
3. 230 volt uit de stroompaal
4. 12-voltcircuit vanaf de omvormer

1. Verkeersverlichting

Vanaf de stekkerdoos aan de auto verdeelt de 13-aderige kabel zich in twee stroomcircuits. Acht draden bedienen de verkeersverlichting. Al die contourverlichting, markeringslichten, achter- en remlichten, richtingaanwijzers, de kentekenplaatlampjes en mistachterlicht en/of achteruitrijlamp van de aanhanger zijn een zware belasting voor de autoaccu. Als alles tegelijk brandt en knippert, maar liefst 200 watt. Bij 12 volt trek je dan 16 ampère uit de autoaccu.

En dat terwijl die voor maar een taak is gemaakt: starten. Loopt de motor, dan levert de gemiddelde wisselstroomdynamo voldoende energie voor zowel de auto- als de aanhangerverlichting. Zelfs nog een beetje meer.

2. Stroom vanaf de autoaccu

Het beetje dat de dynamo extra levert, verdwijnt voor een deel via de constantstroomdraad richting caravan, voor bijvoorbeeld de verlichting en de koelkast. Relatief dunne (2,5 mm2) constantstroomdraden in de moderne kabelbomen van de trekhaak, beperken de afnamecapaciteit wel. Die draad kan weliswaar een maximum van 16 ampère aan, maar lange stroomdraden met relatief veel aansluitpunten zorgen voor spanningsverlies.

Zoveel dat een koelkast op 12 volt tot wel 20% vermogen tekort komt, terwijl een caravanaccu nooit volledig wordt opgeladen. Een caravanaccu opladen via de moderne constantstroomdraad van 2,5 mm2 kun je zonder hulpmiddelen (booster) wel vergeten. Bovendien gaat dat ten koste van de levensduur van de accu.

Met alle 12V-caravanverlichting ingeschakeld, smelt in menig moderne trekauto de 15A-zekering van de constantstroomdraad. Sommige Engelse en Duitse caravanmerken maken daarom gebruik van twee draden om constant twaalf volt uit de auto beschikbaar te hebben in de caravan. Eentje bedient direct de koelkast, de andere de rest. Relais zorgen ervoor dat de binnenverlichting dooft en de koelkast aanspringt als de motor van de trekauto loopt.

3. 230 Volt uit de stroompaal

De 230 volt uit de stroompaal loopt via een zekeringautomaat - en bij voorkeur een aardlekschakelaar - naar een verdeeldoos in de caravan. Daar vanuit loopt de stroom rechtstreeks naar de koelkast, de boiler en 230V-lichtpunten en stopcontacten.

Soms ook naar de Trumavent, de ventilator van de ringverwarming, die in 12 en 230 volt kan zijn uitgevoerd. De omvormer krijgt 230 volt en zet dit om 12 volt voor apparatuur en verlichting op dit lage voltage. Stroom uit de paal is vaak beperkt tot 4,6 of 10 ampère. Om de zekeringen van de camping te sparen, mag je niet te veel gebruikers gelijktijdig aan hebben.

4. 12-Voltcircuit vanaf de omvormer

Een transformator verlaagt 230 volt naar 12 volt. Speciaal voor de waterpomp wordt wisselstroom uit de transformator via een gelijkrichter tot 12V-gelijkstroom omgevormd. Dat gebeurt ook om de combinatie met een batterij / accu – altijd gelijkstroom - mogelijk te maken. Aan die combinatie van stroomverlaging en gelijkrichten dankt de omvormer zijn naam. Doordat de elektronica oprukt, wordt de omvormer steeds belangrijker in de moderne caravan. Je komt ze ook tegen met benamingen als 'Elektrablock' of 'CERS' (Kips Centraal Energie Regel Systeem).