Inzet ambulance- helikopters een uitkomst

Inzet ambulance- helikopters een uitkomst

‘Mijn dochters zijn bezorgd dat ik zelf besmet raak’

Luchtsteun voor coronapatiënten

Samen werken we aan de ‘anderhalve meter maatschappij’ en zorgen we goed voor elkaar. En de ANWB? Wij helpen je in deze tijden zoals altijd, crisis of geen crisis.

Samenwerking in bizarre tijden

Het coronavirus leidde in maart tot een piek in het aantal ernstig zieke patiënten op de intensive cares. Om die piek het hoofd te bieden, moesten patiënten beter worden verdeeld over ziekenhuizen in het land. Normaliter gebeurt dit met speciaal daartoe uitgeruste ambulances, maar voor langere afstanden bleken de ambulancehelikopters van de ANWB een uitkomst om patiënten snel en veilig te vervoeren. Traumachirurg Dennis den Hartog en helikopterpilote Amanda Tijben over hun samenwerking in bizarre tijden.

Bekijk in deze video de persoonlijke ervaringen van helikopterpilote Amanda Tijben en Traumachirurg Dennis den Hartog

Patiëntenpiek

Dennis den Hartog is traumachirurg in het Rotterdamse Erasmusziekenhuis en hoofd van het Traumacentrum Zuid-West Nederland en het Mobiel Medisch Team. In die rol kreeg hij er eind maart een bijzondere taak bij. ’Op 20 maart deed ik nog een operatie als traumachirurg. Toen werd ik gebeld: ‘Dennis, we hebben je hulp nodig, er is een nationaal probleem aan het ontstaan.’’

Er was chaos door te veel Covid-patiënten op één plek, ze moesten verspreid worden over het land. ‘Sinds die dag ben ik betrokken bij het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding en ben ik hier in de echte crisistijd iedere dag aanwezig geweest,’ vertelt hij vanuit het ziekenhuis. Zijn werkdagen zien er sinds die dag heel anders uit dan hij als traumachirurg gewend is: het aantal intensive care bedden moet in korte tijd flink uitgebreid worden en hij moet een enorm aantal coronapatiënten zien te verdelen over ziekenhuizen die nog ic-capaciteit over hebben.  

Bizarre tijden

Veel van die patiënten worden met ambulances over de weg vervoerd. Maar zeker bij patiënten die van het zuiden van het land naar het noorden of naar Duitsland overgeplaatst moeten worden is vervoer door de lucht een veel snellere oplossing. Om die reden wordt de hulp van ANWB Medical Air Assistance ingeschakeld, bekend van de gele traumahelikopters. Behalve over vier ‘gewone’ traumaheli’s beschikt MAA ook over twee ambulancehelikopters, waar naast de piloot en het medische team ook een compleet ziekenhuisbed met patiënt in past. Uitermate geschikt om op een snelle en verantwoorde manier coronapatiënten te verplaatsen van het ene naar het andere ziekenhuis, vooral als de afstand groot is.

‘Ga maar na’, zegt Amanda Tijben, Flight Operations Manager bij ANWB Medical Air Assistance en zelf ook helikopterpiloot. ‘We hebben laatst een vlucht gedaan van het ziekenhuis in Venlo naar dat van Hamburg. Dat duurt met de heli een uur en drie kwartier. Over de weg doe je daar gauw vier en een half uur over.’ Sinds Dennis den Hartog een beroep op haar en haar collega’s deed heeft het team van MAA al tientallen coronapatiënten vervoerd. ‘We kunnen in twee weken zo’n 40 tot 60 patiënten vervoeren’, zegt Amanda. ‘We worden daarin aangestuurd door Dennis vanuit het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding van het Erasmus mc Rotterdam. Hij weet precies wat het heliteam kan en welke patiënten stabiel genoeg zijn om vervoerd te kunnen worden.’ Zo systematisch werken is wel even wennen voor het team: normaal staan de piloten bij een oproep binnen twee minuten klaar om weg te vliegen, nu gaat het om geplande vluchten. Tijben: ‘Normaal krijgen we een oproep en weten we vooraf eigenlijk heel weinig. Nu weten we: deze patiënt moet van die plek naar die, we hebben veel meer tijd in de voorbereiding.’ Het team dat meevliegt met een patiënt – de piloot, een arts en verpleegkundige/co-piloot – draagt beschermende kleding. De patiënt wordt slapend en aan de beademing overgebracht. Na afloop wordt de helikopter grondig gereinigd door de piloot in een beschermend pak. En wordt er gemeld: hij is vrij. Klaar voor de volgende patiënt. 

Niemand klaagt

‘Van de piloten vraagt het vooral veel flexibiliteit, want de situatie verandert wekelijks’, zegt Tijben. ‘Het kan straks rustig zijn en over een paar maanden weer heel druk, omdat niemand precies weet hoe de virusverspreiding gaat verlopen. Maar als het nodig is, staan we klaar.’ Ze is trots op haar team. De piloten werken normaal al drie diensten van 12 tot 15 uur en werken nu allemaal voor 150 procent. ‘Het zijn bizarre tijden. We werken keihard, maar er is niemand die klaagt. Iedereen vindt het gaaf om te doen, iedere piloot is trots dat hij of zij iets kan bijdragen op deze manier.

'Ik ben heel trots op het team piloten: niemand klaagt, iedereen is blij dat hij iets kan bijdragen’


De teamspirit is er echt een van: we gaan dit regelen met zijn allen. Of ik zo’n werkdag ook mee naar huis neem? Nee, dat niet. Het scheelt veel dat je alles wat er op zo’n dag gebeurt al bespreekt en deelt met het team. En je bent geconcentreerd met je werk bezig: als piloot moet je ervoor zorgen dat de helikopter en het team veilig van A naar B komen. Het is anders dan wat we normaal doen, maar het is toch een belangrijke bijdrage aan de maatschappij.’ 

Drastische maatregelen

Organisatorisch had het wel wat voeten in de aarde om de inzet van de ambulanceheli’s voor elkaar te krijgen: zo moest er bijvoorbeeld een alternatief komen voor de Waddenbewoners – één van de ambulanceheli’s vliegt normaal gesproken op de Waddeneilanden om daar in goede samenwerking met de zorgprofessionals van Regionale Ambulancevoorziening Fryslân ambulancezorg aan de Waddenbewoners te bieden. 

Defensie werd bereid gevonden tijdelijk een heli voor de Wadden in te zetten en voor patiënten met minder spoed is er een ambulanceboot. Om sommige ziekenhuizen door de lucht te kunnen bereiken moesten ter plekke soms drastische maatregelen worden genomen. Tijben: ‘We vliegen nu ook op kleinere regionale ziekenhuizen waar we normaal nooit op vliegen. Om dat mogelijk te maken zijn bomen gekapt, lantaarnpalen weggehaald, niets was te gek om maar te zorgen dat de helikopters zo dicht mogelijk bij de betreffende ic’s zouden kunnen landen in het belang van de patiënt.’

Bange dochters

Nu de ergste crisis op de ic’s voorbij lijkt, durft Dennis den Hartog een beetje terug te kijken op een aantal zeer hectische weken. ‘Ik zat op een gegeven moment drie weken lang elke dag in het ziekenhuis’, vertelt hij. ‘We vervoerden in het hart van de crisis 50 tot 60 patiënten per dag. Dat zijn er intussen nog een stuk of 10. Thuis was er gelukkig begrip in die crisisperiode: ‘Mijn vrouw werkt ook in de zorg, dus zij weet wat er allemaal speelt. Het waren vooral onze dochters die bang waren dat ik door mijn werk misschien besmet zou kunnen raken met het virus. Ik probeerde ze gerust te stellen door ze te wijzen op alle voorzorgsmaatregelen die in het ziekenhuis getroffen worden om dat te voorkomen.’

‘Als je moeder wordt overgeplaatst naar Duitsland is ze ineens wel heel ver weg’


Lovend is hij over de inzet van de ambulancehelikopters voor het vervoer van coronapatiënten. En hij beseft dat het verplaatsen van een patiënt over grote afstand voor familieleden erg ingrijpend is: ‘Het is mooi dat we de heli’s kunnen inzetten voor zo’n crisis als deze. Maar als je moeder eerst in het plaatselijke ziekenhuis ligt en dan wordt overgeplaatst naar Groningen of Duitsland en je hoort ook nog maar weinig, voelt ze ineens wel heel ver weg.’ 

Tekst: Pauline Bijster