Fietsen met de hond

Lekker eropuit met de baas!

Fietsen met je hond is een gezellig uitje voor jullie allebei. Gaat je viervoeter mee in een mandje of in een hondenkar? Of kan jouw hond naast de fiets rennen? Wat je ook kiest, als het maar voor iedereen leuk en veilig is.

Er zijn veel manieren om je hond mee te nemen tijdens een fietstocht. De keuze wordt vooral bepaald door het type en formaat hond, en het soort uitstapjes dat je wilt maken. Een rondje ’s avonds in de buurt, of een uitstapje verder weg, bijvoorbeeld naar een hondenlosloopgebied. Veiligheid, ook voor andere verkeersdeelnemers, is het allerbelangrijkst. Zorg dat je hond vastzit en gewend is aan het verkeer om hem heen zodat hij niet schrikt en onverwachte sprongen maakt.

Dan begint het moeilijkst: de hond laten wennen aan zijn nieuwe vervoermiddel. Bouw het fietsen stap voor stap op, zeker als je merkt dat je hond het erg spannend vindt.

Naast de fiets

Lekker hardlopen is leuk ter afwisseling van de dagelijkse wandeling, of om ergens op bezoek te gaan. Sportieve honden kunnen een flink stuk naast de fiets afleggen, 3 tot 5 kilometer hoeft geen probleem te zijn, mits je rustig opbouwt. Naast de fiets rennen is ideaal om energie kwijt te raken. Let erop dat je hond het leuk vindt en laat hem het tempo en de afstand bepalen.

Zo pak je het aan

  • Doe de hond een tuigje om, dan heb je de meeste controle over zijn doen en laten.
  • Houd de lijn kort, op zo’n manier dat de hond comfortabel naast de fiets kan lopen, maar niet de berm in kan duiken – of nog erger: oversteken voor je fiets langs.
  • Hoe reageert je hond op de fiets? Begin met enkele meters op een rustige weg, eventueel wandelend. Bouw de afstanden rustig op.
  • Een terugtraprem is handig als je de hondenriem in je hand houdt. Je stuur en de hondenriem vasthouden in één hand is riskant; je hond kan onverwacht stoppen of wegspringen. 
  • Houd er rekening mee dat je hond wil stoppen om te plassen of poepen. Dit kun je leren herkennen.
  • Meer tips over fietsen met de hond, bijvoorbeeld welke honden (on)geschikt zijn om mee te rennen naast de fiets.

Hond in mand of kar

  • Een mandje aan het stuur is zonder meer de gezelligste oplossing, maar alleen geschikt voor lichte en kleine hondjes van 5-7 kilo. Extra voordeel: je kunt ’m goed in de gaten houden.
  • Mandjes voor op de bagagedrager kunnen iets meer gewicht dragen, maar 10-12 kilo is vaak het maximum. Een accu onder de bagagedrager kan in de weg zitten bij sommige manden en bevestigingssystemen. Houd de instructies aan die bij de hondenfietsmand zitten, zéker voor wat betreft het maximaal gewicht. Achterop kun je je hond minder goed in de gaten houden. Een mand met traliedeksel is dan een veilige keuze.
  • De hondenfietskar is geschikt voor bijna alle honden en ook handig als je meer honden hebt. Check of het draagvermogen en de binnenruimte voldoende zijn. Een fietskar met stevige bodem wekt meer vertrouwen bij je hond dan een bodem van slap textiel. Een stevig kussen kan helpen. Doe de huif altijd dicht als je hond nog niet gewend is.

Eerst wennen aan kar of mand

  • Zet de mand of kar een tijdje in de woonkamer op de favoriete plek, met een lekker kussen erin. He beste scenario is dat je hond er uit zichzelf, met positieve beloning, in wil liggen.
  • Zodra het nieuwe vervoermiddel is ingeburgerd, kun je de fiets erbij pakken. Begin met wandelen, hond ernaast. Daarna wandelen met je hond in de kar of mand, een klein stukje fietsen op een rustige weg, et cetera. De ene hond is meteen om, de ander moet langer wennen.
  • Zet je hond altijd vast met twee riemen, links en rechts vastgemaakt in de mand of kar. Zo blijft je hond in het midden zitten en kan hij niet wegspringen.
  • Gedraag je alsof fietsen de normaalste zaak van de wereld is, voorkom spanning en opwinding.
  • Gebeurt er iets waar je hond erg van schrikt, dan ben je terug bij af: voorkomen dus.
  • Leer je hond te gaan liggen, dat is het stabielst, voor hemzelf en de fiets en/of kar.
  • Pas op in bochten, met paaltjes en met tegenliggers: je fiets is topzwaar en/of iets breder dan je gewend bent.

Tips voor onderweg

  • Neem een flesje water en een drinkbakje mee.
  • Honden hebben het algauw warm als ze rennen of in de volle zon zitten. Ze kunnen de warmte niet kwijt door te zweten, zoals wij. Kies een schaduwrijke fietsroute door het bos.
  • Gun je hond schaduw, hang een doek over de fietsmand, gebruik de huif van de fietskar als luifel en rits het muskietengaas open voor rijwind.
  • 20°C is de max voor meerennen naast de fiets. Voor honden op leeftijd, met een korte snuit of dikke vacht kan 15°C al te warm zijn. Let erop dat je hond zijn warmte goed kwijt kan.
  • Neem ook de gewone hondenriem mee.
  • Neem een handdoekje mee; ook handig om in de pauze op te liggen.

Stippel een route uit met de fietsknooppuntenplanner

Maak met behulp van knooppunten je eigen fietsroute in de ANWB fietsknooppuntenplanner. Zo heb je zelf in de hand waar jullie gaan fietsen. Maak een korte route dicht bij huis als je hond nog moet wennen of maak een route wat verder van huis.

Speciaal voor jou geselecteerd