Nat en droog in de Kop van Overijssel

Nederland, Overijssel, Havelte

01
11
07
28
26
03
02
04
70
49
47
25
65
67
64
62
39
31
32
15
19
18
10
01

Variatie genoeg in de Kop van Overijssel. Eindeloos lange weilanden en talrijke sloten tekenen de ontgonnen veengebieden. Met schop en kruiwagen legden de ontginners het moeras droog, groeven het veen af en maakten er landbouwgronden van. Waar te veel veen is afgegraven, domineert nu de natte natuur van Nationaal Park Weerribben-Wieden. Fietsend door Giethoorn ontdek je hoeveel toeristen afkomen op dit bijzondere stukje Overijssel. Hunebedden en heidevelden geven aan wanneer de route op hoger en droger Drents grondgebied komt. 

Deze route is 48 km lang, maar je kunt ook kiezen voor een kortere route van 27 km.

 

Liever een kortere route? Volg voor de routeverkorting (ca. 22 km) de knooppunten 01 – 11 – 07 – 28 – 40 – 48 – 46 – 32 – 15 – 19 – 18 – 10 – 01.

Toegangspoort Holtingerveld is meer dan de startplaats van deze route. Achter aan de parkeerplaats vind je Vlinderparadijs Papiliorama, een kas met een tropische tuin waarin honderden kleurrijke vlinders rondfladderen. Wandel nog een stukje verder en je komt bij de schaapskooi van de Holtinger schaapskudde. ’s Nachts slapen de schapen veilig in de kooi. Overdag neemt de herder ze mee naar de heide om te grazen; een informatiebord geeft aan waar je ze dan kunt vinden.

Verstopt tussen de bossen en weilanden van Havelte ligt Landgoed Overcinge, met in het hart daarvan een statig landhuis. In de 17de eeuw kocht de Utrechtse familie Struuck hier een boerderij en een lap grond en liet daarop een landhuis bouwen. Dat voldeed echter niet voor de Drentse bestuurder Kymmel, die het in 1732 liet vervangen door het huidige huis. Later vond de Commissaris van de Koningin hier een passend onderkomen, nu worden er feesten en evenementen georganiseerd.

Ga in Ruinerwold bij knooppunt 26 links af en je passeert een hele serie historische boerderijen, omringd door bomen met (stoof)peren. Op Dokter Larijweg 27 is Museumboerderij De Karstenhoeve opengesteld voor bezoekers. Op de dorpel van de melkkamer staat het bouwjaar vermeld: 1680. De boerderij laat nog altijd zien hoe de familie Karsten hier vroeger woonde en werkte.

Voorbij knooppunt 64 kijk je links uit over de Bovenwijde, een van de deelgebieden van Nationaal Park Weerribben-Wieden. De plas is ontstaan door de winning van turf (gedroogd veen), dat in de ‘gouden’ 17de eeuw de belangrijkste brandstof was. Het veen werd met de hand tot onder de waterspiegel afgegraven en te drogen gelegd op smalle stroken land, de legakkers. Als te veel veen werd weggehaald, sloegen de golven de legakkers weg en ontstonden gevaarlijk grote plassen (wieden). Inmiddels is het gevaar van overstromingen geweken en vormen de plassen en de opnieuw dichtgegroeide veenputten het hart van Nationaal Park Weerribben-Wieden.

Op drukke dagen is het fietspad door Giethoorn duidelijk te smal. Dat is niet zo gek als je weet dat er jaarlijks meer dan 1 miljoen toeristen van over de hele wereld afkomen op dit ‘Venetië van het noorden’. En ze hebben gelijk, want het plaatje is idyllisch: boerderijen uit de 18de en 19de eeuw staan op eilandjes die door 176 bruggen met het vasteland zijn verbonden. Wegen zijn er niet, dus van oudsher gaat al het vervoer per schip. Lastig voor de boeren van toen, aantrekkelijk voor de toeristen van nu.

Voorbij de kazerne kom je op Drents grondgebied. Dat wordt nergens beter duidelijk dan op het Holtingerveld: fiets van knooppunt 10 een stukje richting 08 en je komt op een heideveld met twee hunebedden. Ze zijn circa vijfduizend jaar geleden gebouwd door plaatselijke boeren, die onder de stenen hun doden begroeven. In de Tweede Wereldoorlog legden de Duitsers hier een landingsbaan aan, waarbij ze hunebed D54 (rechts van de weg) bedekten met een laag zand. Hunebed D53 (links) werd zelfs helemaal ontmanteld en diep onder de grond begraven. Na de oorlog is het prehistorische grafmonument op de oorspronkelijk plek herbouwd.