Kindervoetjes tussen de spaken

De voet van je kind tussen de spaken van je achterwiel. Het gebeurt vaak. Bijna 30.00 keer per jaar. Verpleegkundige Dominique Neeleman-Kuiper luidt de noodklok.

“Ouders die wit zien van de schrik, met in hun armen een kind dat normaal zelf zou lopen. Weer een voetje tussen de spaken. Ik herken de slachtoffers van ver.” Dominique Neeleman-Kuiper is verpleegkundige op de spoedeisende hulp in het Juliana Kinderziekenhuis (JKZ) in Den Haag. Regelmatig ziet zij kinderen die achter op de fiets verwondingen hebben opgelopen aan hun voet. “Ik zie lelijke wonden langskomen, en dat terwijl je het zo gemakkelijk kunt voorkomen!” Neeleman-Kuiper werkt vijf jaar bij de spoedeisende hulp van het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag. Ze kreeg de indruk dat er steeds meer kinderen met spaakverwondingen binnenkwamen.

Om dat bevestigd te krijgen, haalde ze de cijfers boven tafel. Bij het Hagaziekenhuis, waar het Juliana Kinderziekenhuis onderdeel van is, was dat inderdaad het geval. In 2011 kwamen daar in de periode van april tot en met september 37 ‘spaakpatiëntjes’, in 2012 waren dat er in diezelfde periode 71 en het afgelopen jaar zelfs 99. Landelijke cijfers spreken dit alleen tegen. De laatste cijfers dateren van 2012 en zijn van Veiligheid NL. De organisatie baseert zich op cijfers uit haar Letsel Informatie Systeem (LIS). Dit systeem registreert slachtoffers die zijn behandeld op een spoedeisende-hulpafdeling van vijftien Nederlandse ziekenhuizen. Deze ziekenhuizen vormen een representatieve steekproef voor de situatie in heel Nederland. In 2011 waren er volgens Veiligheid NL 3059 spaakongevallen, in 2012 waren dat er 2833. In 1998 stond de teller nog op 5200. Veiligheid NL constateert in een periode van 14 jaar dus bijna een halvering.

‘Ze zat te wiebelen’

Martine Kappert maakte het dit jaar met haar dochter Jasmijn mee. Jasmijn (toen 4 jaar) zat achter op de bakfiets bij haar moeder en zat te wiebelen. Martine: “Ik vroeg haar goed te gaan zitten en stopte.” Het kwaad was al geschied. Jasmijns voet zat helemaal klem. Martine kreeg Jasmijns voet er niet uit, maar omstanders haalden snel gereedschap en zaagden de spaken doormidden. Eenmaal bij de eerste hulp bleek dat Jasmijn haar scheenbeen had gebroken. “Gelukkig had ze bontlaarsjes aan, dus ze had geen grote wond.” Jasmijn moest zes weken in het gips. De eerste twee weken mocht ze niet lopen. Martine: “In de buggy zitten ging ook niet, dus we regelden een rolstoeltje via de thuiszorg. Het was een heel gedoe, want we wonen met drie kinderen op tweehoog.” Nadat het gips eraf was, duurde het nog een paar weken tot Jasmijn weer kon lopen. Martine: “Ik heb nu extra stevige jasbeschermers gekocht!”

Jasbeschermers

Stijging of daling van het aantal spaakongevallen, feit is dat spaakverwondingen te vaak voorkomen voor iets wat eenvoudig voorkomen kan worden. Jan Hein Allema is kinderchirurg in het JKZ: “Door de snelheid van het wiel raakt een voet als het ware vermalen. De huid, de banden, de achillespees en de botten kunnen hierbij kapot gaan. Het herstel duurt drie tot zes weken, als er ontstekingen ontstaan, kan het langer duren.”

Omdat de wonden langzaam helen, heeft dat grote gevolgen. De helft van de kinderen die spaakletsel oplopen, is in de kleuterleeftijd; vier of vijf jaar oud. Het letsel leidt tot schoolverzuim en kinderen kunnen niet naar zwemles vanwege infectiegevaar. Neeleman-Kuiper: “Alle kinderen die bij ons langskomen met spaakverwondingen krijgen gips. Dat doen we tegen de pijn en om te voorkomen dat de voet in een onnatuurlijke stand gaat staan. Maar kleuters kunnen nog niet goed met krukken lopen. Ze moeten daarom veel worden getild.” Er is maar één afdoende remedie: jasbeschermers. Neeleman-Kuiper: “Ouders hebben soms de beste bedoelingen. Hun kind draagt bijvoorbeeld een helm, maar de fiets heeft geen jasbeschermers.” Zij adviseert iedereen om jasbeschermers van hard plastic op zijn fiets te zetten. “En let bij de aanschaf ook op de grootte. Sommige jasbeschermers zijn kort. Als kinderen dan wat langer worden, komen hun voeten er onderuit en kunnen die alsnog tussen de spaken komen.” Allema sluit zich hier bij aan: “Jasbeschermers zouden eigenlijk voetbeschermers moeten heten. Wie draagt er nou nog een lange jas?”

De meeste spaakongevallen gebeuren bij mooi weer. In het voorjaar en de zomer wordt het meest gefietst en zijn we kwetsbaarder door blote voeten en benen. De grote piek ligt in de maanden mei, juni en juli. Maar dat betekent niet dat je de rest van het jaar niet hoeft op te passen. Neeleman- Kuiper: “Dichte schoenen bieden wel wat extra bescherming, maar jasbeschermers heb je echt het hele jaar nodig, als je een kind achterop de fiets wilt nemen.”