Zwarte Watersteden-route

Nederland, Overijssel, Hasselt

38
37
36
27
83
93
30
95
32
39
38

Het Zwarte Water is een samenvloeiing van een aantal Sallandse weteringen. Waar de naam Zwarte Water vandaan komt staat niet vast. Mogelijk heeft het niet met de kleur zwart te maken maar met het woord ‘zwet’, dat grens betekent. Heeft het wel met de kleur zwart te maken, dan komt dat door het veen. In veenrijke gebieden liggen talloze waterstroompjes, want het water kon gemakkelijk een bedding uitslijpen in het slappe veen. Door de donkere veenoevers leek het water zwart.

Extra route-aanwijzing
In Zwartsluis staat het routebordje richting knooppunt 30 net iets te vroeg, u moet net even verder doorrijden en vóór de brug linksaf.

Veerpont Genemuiden: bekijk voor u vertrekt altijd even de actuele vaartijden op de website van de pont.

Het Zwarte Water is het laatste stuk van de benedenloop van de Vecht. De Vecht is nu een bescheiden regenrivier, maar was vroeger een smeltwaterrivier die enorme hoeveelheden water afvoerde. De monding van de Vecht heette eerst Aa en zou pas vanaf de 15e eeuw als Zwarte Water worden aangeduid.

De Mastenbroekerdijk slingert om waterkolken heen, een bewijs van vele dijkdoorbraken. Soms zijn in het landschap de kronkelige voormalige waterstroompjes, die afwaterden op het Zwarte Water, nog herkenbaar.

Genemuiden is waarschijnlijk ontstaan als dijkdorpje, een nederzetting op verhogingen langs een watertje. De hoofdstraat, de huidige Langestraat, volgt met zijn bochten nauwkeurig de oorspronkelijke kronkelen - de loop. Het veenstroompje stond bekend als Drecht of Riete. De lokale uitspraak voor Genemuiden is Gellemuun. De bewoners noemen zich Gellemuningers. Het stadswapen van Genemuiden bevat de zalm, maar het biezenmatten werd de belangrijkste economische activiteit. Hoe dat in zijn werk ging, zie je in het Tapijtmuseum in de Klaas Benninkstraat.
Op het industrieterrein van Genemuiden staan moderne bedrijfspanden die sterk contrasteren met het omringende weidelandschap. Ze laten zien dat de Gellemuningers tegenwoordig het knopen en weven op moderne wijze aanpakken. Vele bekende namen op de gevels verraden dat ze in de Nederlandse tapijtindustrie een flink aandeel hebben.

Zwartsluis was belangrijk als uitvoerhaven voor turf. Veel laagveen in Noordwest-Overijssel werd gewonnen in de 17e en het grootste deel van de 18e eeuw. De grootste bloei van Zwartsluis vond plaats van 1680 tot 1720 en is te danken aan de export van de Drentse turf. Zwartsluis is een gezellig dorpje om een pauze in te lassen.

Oldematen is een langgerekt veenweidegebied dat sinds 1200 in gebruik was. In het gebied is het oorspronkelijke ontginningspatroon nog aanwezig, met weiden die soms wel een kilometer lang zijn. Sommige petgaten zijn in de loop van de tijd dichtgegroeid met wilgen, elzen en moerasplanten. In 1990 is een aantal petgaten opnieuw uitgegraven.

Hasselt ontstond als nederzetting op een rivierduin langs het Zwarte Water. Vermoedelijk verwijst de naam naar de hazelaars die veel in de omgeving groeiden. In de middeleeuwen ontwikkelde Hasselt zich als handelsstad en in 1367 werd het voor het eerst in documenten genoemd als Hanzestad. Het middeleeuwse stratenpatroon is nog goed herkenbaar. Ook een deel van de stadsmuur met de Waterpoort of Vispoort is bewaard gebleven. Andere bezienswaardigheden zijn de 15e eeuwse Sint Stephanuskerk en het stadhuis met zijn sfeervolle raadzaal en grote collectie historisch wapentuig, dat nu als Toeristisch Informatiepunt fungeert (Oude Stadhuis, Markt 1, tiphasselt.nl).