Verdronken land van Zuid-Beveland

Nederland, Zeeland, Rilland

75
94
41
97
96
90
87
86
99
43
91
92
42
98
95
74
75

Deze fietstocht voert langs dijken en akkers in de ‘staart’ van Zuid-Beveland. Deze smalle strook land kon na stormvloeden in de 16e eeuw op de zee worden terugveroverd. De rest van de middeleeuwse polders is, compleet met bijvoorbeeld de stad Reimerswaal, voorgoed verloren gegaan. Maar wind en water hebben ook veel goeds gebracht. Zo vormt de zeeklei de vruchtbare voedingsbodem voor het Zeeuwse graan. In dorpjes als Rilland, Waarde, Kruiningen en Krabbendijke staan nog vier molens waar dit graan werd gemalen.

De rechthoekige plattegrond van Rilland toont aan dat het dorp op de tekentafel is ontstaan. Het oorspronkelijke Rilland lag een paar kilometer zuidelijker, op een eiland in wat nu de Westerschelde is. Het dorp ging ten onder op 5 november 1530, tijdens de grootste stormvloedramp in de Zeeuwse geschiedenis. Pas in 1773 werd de Reigersbergsche Polder omdijkt en ontstond er een nieuw dorp met de naam Rilland. De opvallende Witte Molen is in 1851 gebouwd en fungeerde tot 1969 als korenmolen. Tijdens de Watersnoodramp in 1953 spoelden veel stallen in Rilland weg en kwam veel vee om. Stallen en vee keerden niet terug, waardoor er ook geen maalwerk voor diervoeder meer nodig was. De molen raakte in verval, maar werd tussen 1986 en 1992 gerestaureerd. Er wordt af en toe nog door vrijwilligers gemaald (open: za. 13-17 uur).

Staande op de hoge dijk die nu Zuid-Beveland beschermt, is het goed te beseffen dat hier in duizend jaar enorm veel is gebeurd. Rond 1300 was een groot deel van Zeeland ingepolderd en waren er honderden grotere en kleinere eilanden. Maar de zee is nooit verslagen: tijdens stormvloeden wist het water steeds weer stukken land af te pakken. Zo kon het gebeuren dat na de Sint-Felixvloed van 1530 een groot deel van Zeeland weer onder water stond. Ook het ringdorp Valkenisse moest uiteindelijk de strijd tegen het water opgeven. Het lag hier vlak voor de kust, maar verdween na vier stormvloeden in 1682 definitief in de golven.De resten liggen nu onder het slib.

Het open landschap van Zeeland vraagt om creativiteit van de boeren. Zo worden rond de fruitboomgaarden vaak heggen geplaatst om het kwetsbare fruit tegen de wind te beschermen. Op de akkers worden onder meer granen, suikerbieten, uien en aardappelen verbouwd. De open standerdmolen De Hoed in Waarde was een van de korenmolens waar het graan werd gemalen. De molen komt oorspronkelijk uit het Vlaamse Gent en verhuisde in 1858 naar Kruiningen. Sinds 1995 staat hij op deze plaats in Waarde.

De laatste watersnoodramp vond plaats in 1953. Kruiningen werd zwaar getroffen en verloor 62 inwoners. Een half jaar lang hadden eb en vloed vrij spel in de omgeving. Het kolkgat bij Den Inkel pal achter de zeedijk is hiervan een overblijfsel. Even verderop, onder de kerktoren van Kruiningen staat een beeldje dat de slachtoffers van de zee herdenkt. Het is ontworpen door Jan Wolkers en stelt een wachtende vissersvrouw voor met een kind in haar armen. Op de sokkel staat een toepasselijk gedicht van A. Roland Holst: Hoort gij de zee achter mijn hart? Dan zal ik heen zijn en gij zult met de zee alleen zijn. De golven zullen breken in uw hart.

De Oude Molen in Kruiningen is een in Zeeland zeldzame achtkante molen. Deze korenmolen is van het type grondzeiler. Dat betekent dat de wieken vlak langs de grond scheren. Na een langdurige restauratie (1986-1992) is de molen in 2001 ook nog verplaatst, omdat de huizen rondom de oude standplaats te veel hinder gaven voor een goede windvang. De molen draait nog regelmatig voor het malen van bakkersgraan (open: za. 13-17 uur).

Tijdens de watersnoodramp in 1953 hielden meerdere Zeeuwse molens de voeten niet droog. De Oude Molen in Kruiningen raakte geheel buiten bedrijf en bij Molen De Hoed in Waarde raakten de teerlingen waar de molen op rustte door sterke stromingen ernstig beschadigd. Zandzakken hebben er lang voor gezorgd dat die molen niet omviel.

Na 1530 is Zuid-Beveland polder voor polder herdijkt. Daarbij schoof de kustlijn steeds verder op, waarbij zeedijken veranderden in binnendijken. Toch houden ook deze binnendijken een functie als reservedijk. Dat blijkt bijvoorbeeld op plekken waar de spoorlijn de dijken doorsnijdt. In deze coupures zijn zware deuren gezet, die in geval van nood kunnen worden gesloten om het water buiten te houden.

De Vinkenissekreek is slechts een schamel restant van wat ooit een grote kreek tussen de Westerschelde en de Oosterschelde was. Ongeveer op deze plek lag de heerlijkheid Maire, tot de vloed van 1530 ook dit dorp wegvaagde. Bij de herdijkingen bleef een deel van de kreek open.

Bij Middenhof kan je even naar links voor een kijkje over de dijk. Hier ligt een gebied met schorren (begroeid) en slikken (onbegroeid). Door zulk opgeslibd land te omdijken, kon Zeeland uitgroeien tot wat het nu is. Maar juist hier kun je ook de verwoestende kracht van het water ervaren: bijna alles wat je ziet was namelijk ooit ingepolderd. Dat verklaart de naam ‘Verdronken Land van Zuid-Beveland’ die op veel landkaarten staat vermeld. Aan de horizon, ter hoogte van Bergen op Zoom, lag ooit de stad Reimerswaal. Het was de derde stad van Zeeland en er werd vooral geld verdiend met de handel in de plantaardige kleurstof meekrap.

Volgeladen schepen voeren via de toen veel smallere Oosterschelde richting Vlaanderen. Door zoutwinning was de grond rond de stad echter zodanig verzwakt geraakt, dat de vloed van 1530 grote schade kon aanrichten. Nieuwe stormvloeden volgden en in 1573 werd de stad ook nog eens door Spaanse troepen in brand gestoken. Eind 17e eeuw was van Reimerswaal slechts een ruïneus eiland over, dat niet veel later definitief door de golven werd verzwolgen. De naam Reimerswaal leeft nu alleen nog voort in de gemeente Reimerswaal, waar je tijdens deze route doorheen bent gefietst.