Tussen Heegermeer en IJsselmeer

Nederland, Friesland, Heeg

34
23
95
94
12
99
84
97
96
19
20
22
17
04
07
16
15
31
32
38
35
34

Het landschap tussen Heeg en de IJsselmeerkust kenmerkt zich door weidse polders maar bovenal door water, veel water. Door zijn overvloed aan meren, poelen en plassen, die via talloze vaarten en sloten met elkaar verbonden zijn, werd dit deel van Friesland hét watersportgebied van Nederland. Maar tussen de ‘griene greiden en witte silen’ – de groene weiden en witte zeilen – liggen ook kleine dorpen die via kronkelende dijkjes en smalle weggetjes te bereiken zijn. Hindeloopen en Workum zijn twee stadjes met een rijkdom aan monumenten en tradities.

Er wordt gewerkt aan het Friese knooppuntennetwerk. In de zomer van 2019 zal dit gereed zijn; het kan daarom gebeuren dat u in het veld een andere situatie aantreft dan bij de routeplanner bekend is.

Startpunt: de route start tussen knooppunt 35 en 34 in Heeg. Fiets op de Harinxmastrjitte in westelijke richting het dorp uit, langs het oude kerkhof, richting 34.

De route is ook in een verkorte versie (38 km) te rijden: neem vanaf knooppunt 16 de fietspont over de Grons (dagelijks april-september) en rijd via knooppunt 33 terug naar het startpunt (knooppunt 34).

Veerpont Gaastmeer–It Heidenskip: bekijk voor uw vertrek de actuele vaartijden op de website van Voetveren.

Heeg is nu een van de drukst bezochte watersportcentra in Friesland. Vroeger was het vooral een schippersplaatsje, waar bovendien veel palingvissers woonden. Eeuwenlang was de palinghandel een belangrijke bron van inkomsten. Vanuit Heeg werd de paling verhandeld naar Engeland. De statige 18e-eeuwse panden aan de Harinxastrjitte herinneren nog aan de ‘vette’ jaren van de palinghandel, toen er vanuit Heeg nog levende paling naar Engeland werd verscheept.

Heeg en het westelijke buurdorp Gaastmeer liggen aan de noordelijke oever van het Heegermeer,dat een eenheid vormt met de langgerekte Fluessen en de Morra. Deze reeks meren is ontstaan door een natuurlijk spel van storm en regenval. De streek waarin de meren liggen heet het Lage Midden: een laagveengebied in het Friese land met een zeer open en vlak landschap dat beneden de zeespiegel ligt. Tijdens stormvloeden werden grote stukken veen weggeslagen, waardoor er gaten ontstonden die bij elke storm groter werden. De immens uitgestrekte wateren oefenen tegenwoordig een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op natuurliefhebbers en watersporters.

In Gaastmeer geeft een overzetveer toegang tot het niemandsland rond Heidenskip. Het dorp is bekend om zijn fierljepschans waar jaarlijks verscheidene wedstrijden in het polsstokverspringen worden georganiseerd.

Molkwerum was vroeger een dorp van zeevaarders. Het dorpje was destijds samengesteld uit tal van eilandjes en smalle grachtjes die onderling door bruggetjes verbonden waren. Tot voor kort werden hier in het bekende Bakkerswinkeltje aan de Hellingstrjitte 3 nog originele Molkwarder Koeke, een soort vanillekoeken, gebakken. Die tijden zijn voorbij. De productie is verplaatst, maar het winkeltje en het terras zijn nog (beperkt) open (www.hetbakkerswinkeltje.nl).

Hindeloopen ligt op een smalle landtong en wordt daardoor aan drie kanten door water omgeven. De smalle straatjes en steegjes, het water, de bruggetjes en de fraaie commandeurshuizen bieden een schilderachtige aanblik. Hindeloopen is een eigenzinnig stadje met een bijzondere geschiedenis. In de 8e eeuw was het nog een kleine nederzetting op het land, maar door de uitbreiding van de Zuiderzee kwam het in de 13e eeuw aan het water te liggen. In de 16e en 17e eeuw ontwikkelde zich hier een handelsvloot. De handelsschepen, die werden bevracht in Amsterdam, voeren op Engeland en Scandinavië.
’s Winters lieten de kapiteins hun schepen achter in Amsterdam en woonden dan hier met hun gezin in de commandeurshuizen. ’s Zomers, als de mannen op zee voeren, woonden de vrouwen in de likhûzen, kleine huizen. Door de geïsoleerde ligging en de vele contacten met ‘vreemde’ landen ontwikkelde Hindeloopen zijn eigen tradities, zoals het Hindelooper schilderwerk, dat te zien is in het Museum Hindeloopen. Hindeloopen is bovendien bekend als de vijfde stempelpost in de Friese Elfstedentocht. Meer daarover wordt verteld in het Schaatsmuseum Hindeloopen.

In het kader van 'Leeuwarden culturele hoofdstad' zijn in 2018 in de Friese elf steden door internationale kunstenaars ontworpen fonteinen geplaatst. Ook in Hindelopen staat zo'n fontein: 'Flora & Fauna' van Shen Yuan, geïnspreerd op de levensboom. Meer informatie over de 11 fonteinen vindt u op de speciale website.

Een ‘kuierke troch Warkum’, zo beveelt men op zijn Fries een wandelingetje aan door het historische stadje. Er is een keur aan musea, galeries, ateliers en ambachtelijke bedrijfjes. Het Jopie Huismanmuseum is het bekendste en drukst bezochte museum van Friesland. Huisman (1922-2000) werd geboren als jongste van een gezin met zeven kinderen. Vanaf zijn jeugd tekende hij wat hij om zich heen zag en wat hem raakte. Later werd hij in Herbaijum oudijzer- en vodden- koopman. Hij bewaarde schoenen, gewichten, vodden, poppen, kortom alles wat hem op een of andere manier aansprak en schilderde dat minutieus na Hij verkocht zijn schilderijen nooit, maar gaf ze weg aan vrienden en mensen die het volgens hem verdienden. Sinds 1986 is er een museum gewijd aan hem en zijn werk.

In het kader van 'Leeuwarden culturele hoofdstad' zijn in 2018 in de Friese elf steden door internationale kunstenaars ontworpen fonteinen geplaatst. Ook in Workum staat zo'n fontein: 'De Woeste Leeuwen van Workum' van Cornelia Parker, een verwijzing naar het stadswapen. Meer informatie over de 11 fonteinen vindt u op de speciale website.

Tussen Nijhuizum en Oudega fiets u door de Mûntsebuorsterpolder naar de Oudegaasterbrekken. Deze natuurgebieden zijn in bezit van de natuurorganisatie It Fryske Gea. In de Oudegaasterbrekken slapen ’s nachts in het winterseizoen duizelingwekkende aantallen kleine rietganzen. Wie deze vogels bij daglicht wil aanschouwen, vindt ze op de graslanden in de buurt. De Mûntsebuorsterpolder en De Ryp zijn geliefde foerageerplaatsen voor de kleine riet gans. Het zijn de gasten in het winterseizoen. In het voorjaar nemen de weidevogels hun plaats in. Voor deze vaste bewoners voert It Fryske Gea een speciaal beheer. Om ze te gerieven is het waterpeil om hooggebracht.

De Mûntsebuorsterpolder is een polder op kalkarme zware klei. Het is hooiland dat in de zomer volop tot bloei komt. Dan is hier de kleurenpracht van koekoeksbloem, kruipende boterbloem, madeliefje, veldzuring en tweerijige zegge. Het schiereiland in de Oudegaasterbrekken hoort bij de Mûntsebuorsterpolder. In de rietkragen broeden bruine kiekendief, rietzanger, kleine karekiet en rietgors. Ook het natuurgebied De Ryp is door It Fryske Gea ingericht als weidevogelgebied.

Bij de Oudegaasterbrekken staat Doris Mooltsje , de oudste spinnenkopmolen in Friesland. Dit kleine type poldermolen is nauw verbonden met het Friese polderlandschap. De molen werd omstreeks 1790 gebouwd en had als taak de achterliggende polder te bemalen. De eigenaar van het land was vroeger ook eigenaar van de molen. Werd het land verkocht, dan ging de molen in de verkoop automatisch mee voor de getaxeerde dagwaarde. Omstreeks 1934 werd de molen gedeeltelijk gesloopt. Het restant bleef dienstdoen als huisvesting voor een gemaal. In 1992 dreigden de laatste restanten van het eens zo trotse Mooltsje gesloopt te worden. Maar op de valreep werd de molen in 1998 in oude luister hersteld. Het gerestaureerde Doris Mooltsje is een pronkstuk in het landschap. Vanwege de schitterende ligging is het een geliefde locatie voor huwelijksreportages .